Zeeslag om bouw nieuwe onderzeeboten

6

De spanning stijgt. Den Haag moet een knoop doorhakken over nieuwe onderzeeboten. Achter de schermen woedt een heuse zeeslag. Drie concerns azen op de bouw van vier onderzeeërs voor dik 3,5 miljard euro. In de knock-outfase moeten twee kandidaten sneuvelen.

Onderzeeboten behoren tot de krachtigste wapensystemen van de krijgsmacht. Met twintig torpedo’s aan boord boezemen de zware jongens ontzag in. De Koninklijke Marine telt er vier: Zr.Ms. Walrus, Zr.Ms. Zeeleeuw, Zr.Ms. Dolfijn en Zr.Ms. Bruinvis.

Kopje onder zijn ze onzichtbaar, vrijwel geluidloos en moeilijk op te sporen voor vijandelijke schepen en vliegtuigen. De onderzeeboten –lengte 68 meter, waterplaatsing 2800 ton– kunnen langdurig onder water blijven en geheime missies uitvoeren. Sinds woensdag mét vrouwen.

Nederland brengt met de Walrusklasse een nichecapaciteit op de mat binnen de NAVO en de EU, benadrukt Defensie. De conventionele onderzeeboten kunnen door hun compacte formaat en diesel-elektrische voorstuwing dicht onder de kust opereren. Ongezien. Om inlichtingen te verzamelen. Of special forces af te zetten.

Missies van de onderzeebootdienst zijn altijd strikt geheim. Toch lekt er soms iets uit. De Walrus bespioneert (2002) op Amerikaans verzoek de Iraanse marine, de Zeeleeuw neemt deel (2006) aan de strijd tegen drugs in het Caraïbisch gebied, de Dolfijn jaagt (2012) op piraten bij Somalië. Het Reformatorisch Dagblad meldt inzet (2014) van Zr.Ms. Walrus in de Oostzee tegen de Russen.

De Walrusklasse nadert het eind van z’n levensduur. Over pakweg vijf jaar zijn de onderzeeboten na dertig jaar trouwe dienst technisch, operationeel en economisch verouderd. De gebruikte technologie dateert van pakweg veertig jaar terug.

Onderzeeboot Koninklijke Marine. beeld Defensie

Den Haag werkt via een traag traject al vijf jaar aan vervanging van de oorlogsbodems. Defensie opereert behoedzaam. Het ministerie gaat vragen uit de weg. „We beraden ons”, zegt een woordvoerder op een verzoek van deze krant om informatie. Dik een week later zitten legertop en voorlichters blijkbaar nog steeds in beraad.

De belangen zijn groot, de afbreukrisico’s ook. Het JSF-trauma, met slepende discussies over 4,5 miljard euro voor nieuwe jachtvliegtuigen, is in Den Haag nog lang niet verwerkt. Bovendien leeft de angst voor ernstige kostenoverschrijdingen, zoals bij de bouw van de Walrus en Zeeleeuw begin jaren tachtig.

Tandenknarsend

De aanpak van voormalig minister Hennis bij de vervanging van onderzeeboten golft heen en weer. Eind 2013 sorteert ze voor op gezamenlijke bouw met Duitsland, een jaar later trekt ze haar voornemen weer in. Vervolgens onderzoekt ze samenwerking met Noorwegen.

De marine moet tandenknarsend toekijken als Hennis in 2016 een klankbordgroep nog een keer nut en noodzaak van nieuwe onderzeeërs laat onderzoeken. Een zogeheten B-brief met een inventarisatie van de kandidaatwerven moet in 2018 verschijnen, maar valt pas eind 2019 op de mat.

Daarmee is de kogel –voorlopig– door de kerk. Nederland kiest voor vier veelzijdig inzetbare, conventioneel voortgestuwde onderzeeboten met een groot inzetgebied. Van Noordzee en Atlantische Oceaan, tot Middellandse Zee en Indische Oceaan. Tot en met Zuid-Chinese Zee. Een boot van de plank, maar mét mogelijkheden tot aanpassingen aan Nederlandse eisen.

Vaag en vreemd

Een kostenbatenanalyse schetst drie varianten – A, B, C. De A-variant is vanuit Den Helder wereldwijd inzetbaar. De B-variant ook, maar alleen via een Forward Operating Base –een McDrive op het water– om onderweg brandstof en broodjes in te slaan. Met de C-variant is alleen een tochtje langs Europese grenzen mogelijk. Een rondje om de kerk, zogezegd.

Defensie kiest voor de B-variant, wereldwijde inzet met tussenstop. Niet de duurste én niet de goedkoopste variant. Precies er tussenin. „A is te duur, B past binnen budget”, zegt Defensie. De B-boot zou voldoen aan de ambitie van de marine. Goede slagkracht, goed bereik, goede logistieke onafhankelijkheid.

De romp is echter 10 tot 25 procent kleiner dan z’n grote broer. De marine moet hiermee de nodige consessies doen: minder torpedo’s, minder bemanning, minder bereik, minder sensorcapaciteit en minder accommodatieruimte.

„Een vaag, vreemd proces”, analyseert marine-expert Jaime Karremann. „We weten niet wat de A- en de B-varianten precies inhouden. Het is een vergelijking tussen twee onbekenden.”

Walrusklasse. beeld defensie.

Defensie is zelf ogenschijnlijk tevreden. „Een state-of-the-art onderzeeboot”, meldde kapitein-luitenant ter zee W. Faber vorige week aan de Kamercommissie Defensie. „Niet te vergelijken met de Walrus.” De marine maakt met deze „toponderzeeboot” een „grote stap” voorwaarts.

De prijs is niet bepalend geweest bij de keus voor B, benadrukte generaal-majoor André Steur, directeur Plannen, in dezelfde briefing. Het budget is opgeschroefd naar 3,5 miljard euro, het aantal onderzeeërs van drie naar vier. „Het gaat om de beste boot voor onze jongens en meisjes in uniform.”

Nederland beschikt niet meer over de kennis en kunde om zelf nieuwe onderzeeboten te bouwen. Om risico’s te beperken, kiest Nederland voor een bestaande onderzeeboot. Een boot van de plank, maar met aanpassingen aan de Nederlandse eisen.

Onmogelijk, reageert hoofdredacteur Jaime Karremann van marineschepen.nl. De term ”boot van de plank” is volgens hem alleen bedoeld om de politiek gerust te stellen. „Aanpassingen aan bestaande onderzeeboten leiden gewoon tot een nieuw ontwerp.”

Vier internationale concerns hebben zich gemeld voor de lucratieve marineopdracht: Saab Kockums (Zweden), Naval (Frankrijk), Navantia (Spanje) en ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS, Duitsland).

Buitenlandse concerns moeten bij defensieopdrachten aan Nederlandse bedrijven een prominente rol toekennen, volgens de eind 2018 vastgestelde Defensie Industrie Strategie (DIS). Beste product voor de beste prijs met voorrang voor Hollands glorie, zogezegd.

Lobby

Het Zweedse Saab Kockums slaat daarom de handen ineen met Damen Shipyards uit Gorinchem. Het Franse Naval gaat in zee met Royal IHC, de bouwer van baggerschepen uit Kinderdijk.

En ja, het Duitse TKMS en het Spaanse Navantia vissen daarmee achter het net. Voor hen zijn geen Nederlandse maritieme partners meer beschikbaar. Daarom zoeken zij andere mogelijkheden voor een Nederlandse inbreng. TKMS belooft te bouwen op de marinewerf in Den Helder. Een „submarine valley” zou zomaar 500 directe en 1500 indirecte banen opleveren.

De lobby om de miljardenorder draait op volle toeren. Bedrijven beloven gouden bergen. Navantia ontploft als Defensie in december onverwacht de stekker uit deelname van de werf trekt. De Spaanse mogelijkheden voor Nederlandse aanpassingen zijn te beperkt, aldus het ministerie.

De slag om de onderzeeboten belandt in een spannende fase. Defensie wil in 2022 een contract tekenen om in 2028 de eerste nieuwe onderzeeërs in gebruik te nemen. Twee van de drie kandidaat-werven moeten daarbij via een knock-outprocedure sneuvelen. De onderhandelingen richten zich op aanschafkosten, onderhoud voor dertig jaar en de mogelijkheden Nederlandse wensen te verwerken. Bepalend is verder de rol van de Nederlandse industrie en de vraag in hoeverre kandidaat-werven kennis willen delen met ons land.

Defensie gaat de komende maanden –mét de drie potentiële bouwers– een pakket van eisen vaststellen om in 2022 een contract te kunnen tekenen. „Erg kort voor deze complexe materie”, stelt Karremann. De maritiem expert heeft er „geen goed gevoel” over, gezien eerdere vertraging, de vaagheid rond de varianten en de snelheid waarmee de Spaanse werf is afgewezen. „Ik maak me zorgen over het resultaat.”

Risico’s

Defensie kan niet alleen een knoop doorhakken over de onderzeeboten. Ook Economische Zaken, Financiën en Buitenlandse Zaken eisen hun plek in het aanbestedingsproces op.

Een risico, stelt Karremann, juist ook omdat proces en inhoud los van elkaar staan. „De kans bestaat dat de procedures op de juiste manier worden doorlopen, maar dat Nederland uiteindelijk een onderzeeboot krijgt die niet volstaat voor de marine. Want een toponderzeeboot hoeft nog geen toponderzeeboot voor Néderland te zijn.”

Naval-Royal IHC

type onderzeeboot: Barracuda-klasse (aangepaste versie)

lengte: 75-80 meter

diameter: 8,8 meter

waterverplaatsing: 2700-3000 ton

Nederlandse partner: Royal IHC

bouwlocatie: Nederland/IHC

prijs kale onderzeeër: vertrouwelijk

„Wij bieden een volwassen onderzeeboot met upgrademogelijkheden voor de komende dertig, veertig jaar”, zegt Navalprojectleider Eric Chaplet. „Ons aanbod, gebaseerd op de Barracuda-onderzeebootfamilie, biedt alle opties voor langeafstandmissies, gecombineerd met ultramoderne akoestische discretiefunctie bij alle snelheden, innovaties voor speciale operaties en slagkracht. Naval en IHC beschikken over een ambitieuze samenwerking met het Nederlandse maritieme cluster. Dankzij een robuust partnerschap met de Nederlandse industrie kunnen we ons ontwerp effectief vertalen naar een Nederlandse onderzeeboot. Gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en opgewaardeerd in en door Nederland.”

Eric Chaplet. beeld RD

Saab Kockums-Damen Shipyards

type onderzeeboot: Bleckinge-klasse A26 (aangepaste versie)

lengte: 73 meter

diameter: 8 meter

waterverplaatsing: 3000 ton

Nederlandse partner: Damen Shipyards

bouwlocatie: assemblage in Vlissingen, afbouw Den Helder

prijs kale onderzeeër: vertrouwelijk

„Aan het ontwerp van Saab-Damen ligt operationele ervaring van de Zweedse en de Nederlandse onderzeedienst ten grondslag”, zegt Richard Keulen, director Naval Sales Support. „Zweden en Nederland hebben afgesproken alle benodigde kennis voor de bouw, de intellectual property, beschikbaar te stellen voor de vervanger van de Walrusklasse en exportopdrachten.”

Richard Keulen. beeld RD

„Door modulair ontwerp kan de onderzeeboot gemakkelijk worden aangepast aan de specifieke Nederlandse wensen”, vult Wiebe Schmitz, marketing directeur Europa Saab Kockums aan. „De boot is extreem stil en shockproof en wordt voorzien van de modernste sonar van de Britse marine. Het ontwerp beschikt over luchtonafhankelijke voortstuwing en een sluis om special forces en onbemande onderzeebootjes te lanceren.”

ThyssenKrupp Marine Systems

type onderzeeboot: HDW-klasse 212CD (aangepaste versie)

lengte: 56 meter

diameter: 6,8 meter

waterverplaatsing: 2400 ton

bouwlocatie: Den Helder

Nederlandse partner: -

prijs kale onderzeeër: vertrouwelijk

„ThyssenKrupp Marine Systems is een veilige, betrouwbare keuze voor Nederland”, zegt programmamanager Holger Isbrecht. „Zo’n 70 procent van de conventionele onderzeeërs van de NAVO-landen is door ons gebouwd. Bovendien is TKMS de enige leverancier van conventionele onderzeeërs aan NAVO-partners zonder eigen ontwerpmogelijkheden. Deze ervaring stelt ons in staat om bewezen technologie te leveren binnen het budget, 100 procent volgens specificaties en binnen de afgesproken tijd.

Holger. beeld RD

De onderzeeërs bevatten de modernste technologie, zoals luchtonafhankelijke aandrijving op brandstofcellen, een interactief defensie- en aanvalssysteem en de beste stealth-technologie in de markt. De bouw in Den Helder levert ongeveer 500 directe en 1500 indirecte banen op voor minimaal 30 jaar.”