„Ouderen zien dat veel jonge gezinnen zich achter de voordeur terugtrekken”

Privacy meer of minder
Prof. dr. Machielse, die onderzoek doet naar eenzaamheid onder ouderen: „We hebben vaak de handigheid verloren goed om te gaan met onbekenden die hulp nodig hebben.”  beeld RD, Henk Visscher

De luxaflex omlaag, het naamplaatje van de muur. Gehecht als ze zijn aan privacy trekken veel burgers zich terug in hun eigen huizen. Het lot van buurtbewoners laat hen koud. Of ligt het allemaal een slag anders?

Spoorloos was hij. Dagenlang werd er van de flatbewoner taal noch teken vernomen. Buren maakten zich zorgen. Verlegenheid alom. Zomaar aanbellen was ook zo wat. Stel je voor dat de man zich aangetast zou voelen in zijn privacy. Na rijp beraad schakelden de buren de politie in. Die kwam erachter dat de man was opgenomen in een psychiatrische inrichting. De buren haalden opgelucht adem. Hun medebewoner leefde gelukkig nog.

Prof. dr. Anja Machielse, die onderzoek doet naar eenzaamheid onder ouderen, hoorde het waargebeurde verhaal onlangs van een collega. De reactie van de buren laat precies zien hoe veel Nederlanders zich de laatste decennia gedragen tegenover mensen in hun omgeving, zegt Machielse, verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. „We weten niet meer goed of en hoe we ons met anderen moeten inlaten.”

Druk leven

Velen onderhouden louter contacten „in hun eigen netwerken”, signaleert Machielse, wetenschappelijk adviseur van de landelijke Coalitie Erbij, die eenzaamheid moet bestrijden. „Mensen gaan vaak alleen om met vrienden en familie. Ze zijn selectief in het tonen van belangstelling voor onbekenden. Van veel ouderen hoor ik dat ze zich niet meer thuis voelen in hun straat. Dat doet hen pijn. Ze zien dat veel jonge gezinnen zich achter de voordeur terugtrekken. Vader en moeder zijn overdag vaak aan het werk. Ook wonen velen niet meer hun leven lang op dezelfde plek, zoals vroeger vaak wel het geval was. Die ontwikkeling leidt ertoe dat menigeen nauwelijks contacten legt in de eigen straat.”

Op de koffie

Burgers stappen niet gemakkelijk af op mensen in de knel, analyseert Machielse. „De Canadese socioloog Erving Goffman introduceerde ooit het begrip ”civil inattention”, zoiets als beleefde onoplettendheid. We hebben vaak de handigheid verloren goed om te gaan met onbekenden die hulp nodig hebben. We zijn bang om iemands privacy aan te tasten. Moet ik een eenzame persoon op de koffie uitnodigen? Moet ik op bezoek?”

Die verlegenheid wil niet per se zeggen dat de samenleving egoïstischer is dan een halve eeuw geleden, tekent ze aan. „Grote onverschilligheid komt niet vaak voor. Vaker redeneren mensen die een druk bestaan leiden: Ik kan niet iedereen in de gaten houden en heb mijn handen vol aan mijn gezin, werk en sportclub.”

Gordijnen dicht

Tact is vereist als je op iemand afstapt van wie je vermoedt dat hij sores heeft, geeft Machielse aan. „Formuleer je zorgen niet dwingend. Zeg niet: „Ik zie dat de gordijnen al drie dagen dicht zijn. U bent dus eenzaam en moet hulp zoeken.” Beter is: „Ik maak me zorgen om u. Ik zie uw gordijnen al drie dagen dichtzitten. Kan ik iets voor u doen?””

Ze ziet de laatste paar jaar een kentering ten goede. „Mensen ontdekken dat het toch wel prettig is om contacten in de buurt te onderhouden.

Steeds meer wijken kennen straatfeesten. Rotterdam riep lief- en leedstraten in het leven; daarvan zijn er al 600. Zieken of gezinnen waar een baby is geboren, krijgen een bloemetje. Dat alles leidt tot meer betrokkenheid op elkaar.”

Serie Privacy meer of minder

De invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming bevestigde het: privacy houdt ons bezig. Maar op welke terreinen mag het wat meer en waar wat minder? Deel 4 in een zesdelige serie.

1. Wat we wel, wat we niet prijsgeven.

2. Over de afgeplakte dagboekpagina’s van Anne Frank.

3. Hoeveel privacy verdraagt de kerk?

4. Over privacy en vereenzaming.

5. Privacy ligt op straat in China.

6. Hoe typisch westers is privacy?