Leraren en politici botsen over volkslied

Minister Slob. beeld ANP, Bart Maat

Moeten schoolkinderen verplicht het Wilhelmus leren? Ja, zegt politiek Den Haag. Nee, zegt een commissie van leraren die zich buigt over een nieuw lesprogramma. Wie trekt aan het langste eind?

Het was voormalig CDA-voorman Buma die tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 met het idee kwam om schoolkinderen het Wilhelmus aan te leren. Nederland moet de tradities die het heeft, koesteren, zo stelde Buma, die ondertussen burgemeester van Leeuwarden is.

De CDA’er vond voldoende medestanders. In het regeerakkoord dat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in oktober 2017 sloten, staat: „We vinden het belangrijk dat de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Op school leren kinderen daarom het Wilhelmus, inclusief de context ervan.”

Maar leraren en schooldirecteuren staan niet te springen om alle leerlingen verplicht het Wilhelmus aan te leren, zo bleek donderdag. Een commissie van onderwijsgevenden die de afgelopen twee jaar onderzoek naar een nieuw lesprogramma deed, heeft het verplicht aanleren van het Wilhelmus niet opgenomen in het curriculum. En dat terwijl minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs daar wel op had aangedrongen. Volgende week donderdag presenteert de commissie Curriculum.nu haar eindrapport. De passage over het Wilhelmus lekte uit via de NOS.

Commissielid Chantal van Alkemade, zelf lerares op een vmbo-school in Amsterdam, vindt dat scholen door het aanleren van het Wilhelmus te gemakkelijk kunnen denken dat ze de kernwaarden van de Nederlandse samenleving wel hebben overgedragen. Ze wil scholen de vrijheid laten om zelf uit te maken aan welke nationale symbolen ze aandacht geven en hoe ze dat doen. „Dan kunnen heel verschillende scholen uit Amsterdam, Zwolle of Groningen hun lessen afstemmen op hun leerlingen. Leraren op een Amsterdamse school gaan misschien liever met Ketikoti aan de slag, terwijl een gereformeerde school meer doet met het volkslied”, zegt Alkemade. Ketikoti is de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen.

Curriculum.nu wil dat leraren de vrijheid houden om zelf te bepalen hoe ze exact het voorgestelde nieuwe lesmateriaal aan hun leerlingen leren. „Wij beschrijven wát er geleerd moet worden, de scholen bedenken hóe ze dat doen”, aldus Van Alkemade.

Politiek Den Haag is niet onder de indruk van deze redenering: CDA-Kamerlid Rog wijst erop dat de afspraak over het aanleren van het Wilhelmus in het regeerakkoord staat. En daar moet minister Slob zich aan houden. Ook PVV-Kamerlid Beertema zit op die lijn.

ChristenUnie-Kamerlid Bruins vindt het vanzelfsprekend dat iedereen het volkslied kent, maar of dat nu heel precies in de leerdoelen voor scholen vastgelegd moet worden, weet hij niet: „Ik vind het vanzelfsprekend dat Nederlanders ons volkslied kennen. Idealiter krijg je dat mee van huis of leer je dat op school. De mate van detail waarmee we uiteindelijk kerndoelen gaan vaststellen, is iets waar we in de Kamer nog uitgebreid over komen te praten.”

SGP-Kamerlid Bisschop vindt wel dat het aanleren van het Wilhelmus in de kerndoelen thuishoort: „Dit is echt weer een discussie uit de Nederlandse polder, aangevoerd door hypercorrecte diversiteitsdenkers. Ga naar elk ander land en je ziet dat overal het volkslied wordt aangeleerd. Inderdaad in het curriculum staat wát er geleerd moet worden; in dit geval dus het Wilhelmus. Hóe de scholen dat doen, met behulp van een dirigent of door de eigen meester of juf, dat is de verantwoordelijkheid van de scholen.”

Het ministerie van Onderwijs houdt zich op de vlakte. Volgens een woordvoerder geldt voor alle onderwerpen „waaronder het Wilhelmus dat de bouwstenen voor het nieuwe curriculum die volgende week worden gepresenteerd, verder moeten worden uitgewerkt.”

Formeel is het in ieder geval zo dat de commissie Curriculum.nu een voorstel doet en dat de minister de leerdoelen vaststelt. En ook de Tweede Kamer zal daarover zijn zegje doen. Uiteindelijk trekt de overheid aan het langste eind.