Start met lees-, schrijf- en rekenlessen als kind eraan toe is

„Kinderen die ontdekkend leren lezen, vanaf het júiste moment, hebben veel minder tijd nodig dan de huidige ingeroosterde uren.” beeld iStock

Scholen doen er goed aan wanneer ze met eenvoudige rijpheidsproeven de ontwikkeling van een leerling in de gaten houden en het lesprogramma daarop afstemmen, reageert Esther Meima.

In het artikel ”School moet weer gaan onderwijzen” (RD 18-4) verwoordt Richard Toes waarover het onderwijs volgens hem moet gaan. Hij zegt onder meer dat niet alles dagelijks op het individuele kind afgestemd hoeft te worden. Er zijn naar zijn opvatting gewoon zaken die bij de basisleerstof horen.

iStock-858667816_webSchool moet weer gaan onderwijzen

Dit ontken ik niet, maar ik wil er wel twee opmerkingen bij maken. Want het is wel essentieel om aan te sluiten bij het niveau van het kind. In het geval van lezen moet een leerling klank- en vormoefeningen krijgen totdat er sprake is van leesrijpheid. Hierover schreef dr. Ewald Vervaet in het artikel ”Stem lesstof af op ontwikkelingsfase van kind” (RD 24-4). Een citaat hieruit: „Feit is echter dat kinderen toen en nu gemiddeld rond 6,5 jaar leesrijp worden en dan wat aan letters hebben.”

2018-04-24-pkOPI1-schoolkinderen_bij_woordenlijst-6-FC_webStem lesstof af op ontwikkelingsfase van kind

Aan het begin van groep 3 is dus niet elk kind rijp genoeg om te starten met én lees-, én schrijf-, én rekenlessen. Helaas wordt hier tegenwoordig op een willekeurige basisschool veelvuldig aan voorbijgegaan. Sterker nog: direct vanaf de start in groep 3 worden er veel uren voor leesles gebruikt. Dat geldt ook in de jaargroepen 4 en 5. De methodes geven dit aan.

Rijpheidsproeven

In Nederland worden in groep 6 per schooljaar 363 lesuren aan leesonderwijs besteed. Dat is meer dan in welk ander land ook. Dit blijkt uit het langjarige PIRLS-onderzoek (Progress in International Reading Literacy Study) 2016. Dat gaat over het lezen door 10-jarigen op school (in Nederland: groep 6) en bestrijkt vijftig landen.

De motivatie en het leesplezier zijn in Nederland echter geringer dan in de meeste andere landen. Ook de leesresultaten blijven achter.

Dit laatste wordt bevestigd door inspecteur-generaal Vogelzang in ”De staat van het onderwijs” (11 april). Verder is er volgens haar „geen gezamenlijk beeld van goed onderwijs.” Bij de Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs bestaat dat beeld wel: kinderen ontwikkelen zich volgens een vaste volgorde, maar het tijdschema is variabel. Met eenvoudige rijpheidsproeven kun je de ontwikkeling van een leerling in de gaten houden. Ook voor spellingslessen in de midden- en bovenbouw in het basisonderwijs is een bepaalde rijpheid nodig.

Motivatie

In de praktijk wordt iedereen gelukkiger van aansluitend en aanvullend onderwijs. Niet alleen kinderen, maar ook leerkrachten en ouders. Want dit scheelt voor alle partijen werkdruk. Kinderen die ontdekkend leren lezen, vanaf het júiste moment, hebben veel minder tijd nodig dan de huidige ingeroosterde uren. Ze leren bovendien leren: ze ervaren hindernissen en zoeken zelf naar oplossingen. Zo oefenen ze zich van nature in waarnemen, nauwkeurig zijn en niet impulsief zijn.

Dit zijn drie cognitieve functies ofwel basisbouwstenen van het denken. Tijdens de lessen tonen kinderen zelfvertrouwen, motivatie en taakgerichtheid. Het levert hun rust op en ze behouden hun nieuwsgierigheid.

Het vraagt moed van leerkrachten en zeker van andere onderwijskundigen om zich hierin te verdiepen. Want zoals Vervaet aangeeft, wordt er in methodes uitgegaan van „externe ontwikkelbaarheid van de intelligentie op filosofische gronden”. En „de feitelijk bestaande psychologische ontwikkelingsfasen van het kind” worden hierin ontkend of genegeerd.

Ontspanning

Mijn droom is dat we tijd besteden aan de basis (muziek, spel, beweging, sociaal-emotionele ontwikkeling, klank- en vormoefeningen) en pas als we bij de leerlingen rijpheid proeven, starten met lees-, schrijf- en rekenlessen. Dat kan voor het ene kind qua lezen bijvoorbeeld halverwege groep 2 het geval zijn, maar voor een ander kind simpelweg pas halverwege groep 4. Door deze benadering zien we over een paar jaar heel andere resultaten in groep 6. En krijgen we veel meer ontspanning dan met het huidige overvolle lesrooster!

Ik wens ook dat we ermee stoppen de kleuters te vermoeien met abstracte leeslesjes als ‘speelse voorbereiding’ op het onderwijs in groep 3. Dit geldt overigens net zo goed voor de peuters. Laat de afkorting VVE staan voor Verwonderen, Verkennen en Experimenteren, zoals prof. dr. Sieneke Goorhuis het uitdrukt.

In feite eerbiedigen we de schepping als we jonge kinderen ruimte en tijd geven om zich te ontwikkelen. Een grasspriet gaat ook niet harder groeien als je eraan trekt, integendeel. En het is toch een prettig idee: ontspannen bezig kunnen zijn en tegelijk goede resultaten kunnen verwachten.

De auteur werkt in het onderwijs met jonge kinderen.