Laat op Israëlzondag Romeinen 9-11 niet ongelezen

Paulus had er hartzeer over dat zijn eigen volk in grote meerderheid Jezus afwees als de Christus. beeld AFP, Thomas Coex

De gemeente van de Heere Jezus Christus heeft de opdracht haar verbondenheid met Israël concreet gestalte te geven. Dat betreft zowel onze relatie met de staat als die met het volk.

De eerste zondag van oktober is in de traditie van de kerk Israëlzondag. We zijn als kerk „onopgeefbaar verbonden met het volk Israël”, stelt de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Paulus betoogt dit al in zijn Brief aan de Romeinen. Die verbondenheid met Israël is onherroepelijk, zij is onze roeping, ook al geeft dit spanning.

In Berlijn hield een predikant in 1939 twintig Bijbellezingen over de Brief aan de Romeinen, die gebundeld zijn uitgegeven. Er ontbreken drie hoofdstukken: 9, 10 en 11. Dat was niet vanwege antisemitisme, want de predikant was lid van de Bekennende Kirche, die zich fel verzet heeft tegen de nazi-ideologie.

Deed hij dit wel om vervolging door de nazi’s te voorkomen? Wellicht. Maar brengen wij het er veel beter van af? Want hoe vaak wordt er in onze kerken gepreekt over die drie hoofdstukken? We redeneren dan: hoofdstuk 1-8 bevat de leer, hoofdstuk 12-16 de praktijk, en de tussenliggende hoofdstukken laten we links liggen, omdat we niet begrijpen dat ze een integraal onderdeel vormen van de brief. Maar ze doen er wel degelijk toe. Sterker nog, de hoofdstukken ervoor en erna kun je niet verantwoord uitleggen zonder die drie hoofdstukken 9, 10 en 11. Zo ver gaat onze verbondenheid met Israël!

Gruwelijke excessen

We leven in een tijd dat het antisemitisme opleeft, springlevend is, en toeneemt. Dat is een mondiaal verschijnsel, je hoeft het nieuws maar te volgen en je weet dit. Het is zelfs zo oud als het volk Israël. De farao van Egypte probeerde het volk te vernietigen, en dat is daarna voortdurend doorgegaan. Mede daardoor raakte het volk verstrooid over de hele wereld. En zo lang als de kerk bestaat, loopt er een zwart spoor door haar geschiedenis van discriminatie, vervolging en soms gruwelijke excessen en moordpartijen.

Deze schuld mogen we als kerk niet verzwijgen. Ze vraagt om voortdurende bekering van de kerk en van ons, zodat we Israël waarderen als het door God uitgekozen volk. Gods verkiezing van dit volk blijft voor eeuwig bestaan, hoe er in de kerk ook over gedacht is of wordt gedacht.

God is trouw

Velen ontgaat dit, maar door heel de Brief aan de Romeinen heen heeft Paulus aandacht voor de Joden, voor Israël. Dat is ook logisch, want de gemeente te Rome bestaat uit christenen uit de volken en uit Israël. In de hoofdstukken 9 tot en met 11 schrijft Paulus over het lot van Israël. Onder de christenen uit de volken leefde het idee dat Israël had afgedaan. Daar verzet Paulus zich categorisch tegen. En daarnaast leefden onder hen vragen over de trouw en de betrouwbaarheid van God. Want als het zo was dat God de Joden had laten vallen als Zijn volk, welke waarborg hadden zij dan dat God hun wèl trouw zou blijven, en dat zij wèl zalig zouden worden?

Die verschillende gedachten pakt Paulus op na het hoogtepunt aan het eind van het achtste hoofdstuk. Hij gaat Gods trouw en Zijn rechtvaardigheid aantonen. En als hij dit gedaan heeft, schrijft hij: „Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk” (Romeinen 11:29). God maakt Zijn roeping van Israël nooit ongedaan. Daar is Paulus van overtuigd.

Opdracht

In de passage eraan voorafgaand heeft Paulus het beeld gebruikt van de olijfboom en voorzegd dat heel Israël zalig zal worden (11:26). De gemeente van Christus heeft de opdracht haar verbondenheid met Israël concreet gestalte te geven. Dat geldt zowel in onze relatie met de staat als in die met het volk. Paulus had er hartzeer van dat zijn eigen volk in grote meerderheid Jezus afwees als de Christus.

Raakt ons dit ook? Dan zal het ten minste ons voortdurende gebed zijn dat heel Israël tot geloof komt in Jezus Christus. En dan zullen we de Joden die het geloof in Jezus Christus met ons delen van harte en royaal steunen, evenals de verspreiding van het Nieuwe Testament onder Israël.

En laten degenen die geroepen worden te preken over deze brief dit nooit doen zonder hem integraal te lezen en te interpreteren.

De auteur is theoloog.