De viering en het virus

„Willen we het medicijn dat de Koning van de Kerk ons bevolen heeft om ons geloof te verlevendigen, laten liggen als de verpakking behoorlijk afwijkt?” beeld RD, Anton Dommerholt

Kerken zijn geen bedrijven en moeten dat ook niet willen. Het gaat in kerken niet om strategische plannen, om resultaten of marktwerking. Maar ik zou willen dat kerken in deze coronatijd op één punt zich meer als een bedrijf zouden gedragen. Een effectieve ondernemer begint bij het eindpunt.

Een ondernemer denkt niet: Ga ik in deze tijd mijn voorraad nog verkopen? maar: Hoe ga ik in deze tijd mijn voorraad verkopen? Niet: Kan ik de toeristen deze zomer in mijn restaurant krijgen? maar: Hoe kan ik de toeristen deze zomer in mijn restaurant krijgen? Ze beginnen bij wat ze als een goed resultaat voor zich zien. De vraag die begint met ”kan” is pas aan de orde als alle mogelijkheden zijn uitgeput.

Zo zouden kerken moeten beginnen bij het doel. Dus niet: Kunnen wij ieder gemeentelid wel een keer per zondag in de kerk ontvangen? maar: Hoe kunnen wij binnen de regelgeving ieder gemeentelid minstens een keer per zondag in de kerk ontvangen? Dan moet je natuurlijk, net als ondernemers, maatregelen nemen die geld kosten, tijd en inzet vragen of afwijken van vertrouwde patronen.

In veel gemeenten is het al maanden geleden dat het heilig avondmaal is gevierd. Welk doel zou een kerkenraad op dit punt kunnen stellen? Hoe kunnen we op korte termijn in de gemeente het avondmaal vieren binnen de coronaregels? Net als onder bijvoorbeeld restauranthouders moet er de bereidheid zijn buiten de normale kaders te denken. Eerst alle opties op tafel voor je gaat kiezen en besluiten. Opties zijn bijvoorbeeld: een grote kerk of ruimte huren; drie avondmaalsdiensten op een zondag houden met een korte preek en zonder formulier; in de week voor het avondmaal vragen wie wil aangaan en daarop het plan maken; het brood en de wijn in de kerk en in enkele zaaltjes laten uitreiken door een ouderling; een schaal met brood en bekertjes wijn door de gemeente laten gaan; het avondmaal houden op zondag, maandagavond en dinsdagavond voor diverse groepen gemeenteleden, enzovoort.

Ik begrijp dat deze opties weerstand kunnen oproepen. We zijn dat niet gewend en juist bij iets plechtigs als het avondmaal roept dat een sfeer van vervreemding op. Ook bij mij. Toch zouden we op dat eerste gevoel niet moeten koersen. Wereldwijd wordt het avondmaal in de gemeenten van Jezus Christus gevierd volgens verschillende tradities. Vaak worden het brood en de wijn doorgegeven. Meestal wordt er geen formulier gelezen. In de tijd van Willem Teellinck gingen tijdens een avondmaalsdienst in een Middelburgse kerk soms duizend mensen aan. Daar kon de predikant ook niet iedereen het brood aanreiken. Het zou wel erg arrogant zijn om te denken dat de essentie van het avondmaal mede zit in de vormen die wij als westerse kerk waarderen.

Misschien zijn dit wel de vragen waarover we moeten nadenken. Welke tradities mogen belangrijker zijn dan het verlangen van Gods kinderen om de dood des Heeren te gedenken? Willen we het medicijn dat de Koning van de Kerk ons bevolen heeft om ons geloof te verlevendigen, laten liggen als de verpakking behoorlijk afwijkt? En zo ja, wat zijn dan de gevolgen? Weegt de symbolische betekenis die we aan aspecten van de avondmaalsviering hechten op tegen het sterke verlangen van de Heere Jezus om dit avondmaal met Zijn discipelen te vieren?

De auteur is mediator, coach en ondernemer.