Ongeboren kind is kop-van-jut in discussie over abortusprotest

Stil protest in 2014 door Schreeuw om Leven bij een abortuskliniek: zes rozen voor de zes kinderen die de vorige dag geaborteerd zijn. beeld RD, Henk Visscher

”Zwangere vrouw voortdurend kop-van-jut bij inlopen abortuskliniek”, kopte het Algemeen Dagblad op 2 maart. Zou de journalist de aanstaande moeder met opzet vergeleken hebben met een apparaat waar kermisgasten met een zware hamer zo hard mogelijk op slaan?

Er zit wel een dubbele bodem in, want de kop-van-jut heet naar Hendrik Jut die in 1876 tot levenslang werd veroordeeld vanwege een dubbele moord. Het spel bestond al, maar een Haagse kermisuitbater legde nog dezelfde zomer het verband met de moordenaar en nodigde klanten uit om Jut een flinke tik te verkopen.

Worden zwangere vrouwen die een abortus willen verrichten inderdaad vergeleken met moordenaars? Dat is niet alleen de beschuldiging van het AD maar ook van PvdA-Kamerlid Ploumen die er begin maart vragen over stelde. Ze vroeg minister De Jonge of er opgetreden kon worden tegen Schreeuw om Leven die „een nepambulance parkeert bij de abortuskliniek met de tekst ”abortus is babymoord” en daarnaast ook nog onjuiste informatie verspreidt?”.

Ploumen stelde haar vragen in het kielzog van het Humanistisch Verbond, dat zich ernstig zorgen maakt over de toegankelijkheid van abortus voor zwangere vrouwen en zegt dat zij worden geïntimideerd door anti-abortusdemonstranten. „Wij hebben vorige week met elf van veertien klinieken gebeld en die zeggen dat de situatie nog altijd hetzelfde is of erger is geworden”, zei directeur Compas van het Humanistisch Verbond begin maart tegen de NOS.

Het is duidelijk wat Ploumen en het Humanistisch Verbond beogen: ze willen hoe dan ook de indruk blijven wekken dat agressieve prolifelobbyisten de zwangere vrouwen verbaal wegdrukken bij de deur van de abortuskliniek. Daarom moeten er bufferzones komen, en buddy’s als bodyguards voor de vrouwen.

Niet alleen de intimidatie is een doorn in het oog van het Kamerlid, ook de onjuiste informatie die de vrouwen opgedrongen wordt. Ze bepleit een wet die dat verbiedt en wil dat de veroorzaakte psychische schade op de demonstranten verhaald kan worden.

De beschuldigingen van Ploumen aan het adres van Schreeuw om Leven zijn echter niet terecht. Deze stichting heeft geen nepambulance en gebruikt de uitdrukking ”babymoord” niet. Ook het onderzoek van het Humanistisch Verbond bleek flinterdun toen het Reformatorisch Dagblad dat controleerde: bij gemeenten met een abortuskliniek waren vrijwel nergens klachten binnengekomen. Over misleiding gesproken.

Gelukkig liet minister De Jonge zich niet van de wijs brengen. De huidige wetgeving biedt meer dan voldoende mogelijkheden, stelt hij, en tussen de regels door blijkt dat hij de vragen van Ploumen beu is. Demonstreren is een grondrecht en De Jonge sprak ook geen veto uit over de boodschap dat abortus moord is.

Mevrouw Ploumen heeft nu het deksel op haar neus gekregen, maar zal het hoofd nog niet in de schoot leggen. Want wie is in deze discussie de kop van Jut? Juist, het ongeboren kind.