Louis Vierne, de „muzikale ziel van de kathedraal”

Louis Vierne op 8 december 1927 aan het orgel van de St.-Nicolas du Chardonnet in Parijs. beeld Wikimedia
6

In zijn persoonlijk leven vond Louis Vierne –ooit verbonden aan de Parijse Notre-Dame– weinig geluk. Maar als musicus was hij succesvol: behorend tot de laatste generatie Franse romantici wordt Vierne wel de belangrijkste Franse orgelcomponist van zijn tijd genoemd. Ook 150 jaar na zijn geboorte –hij zag op 8 oktober 1870 het levenslicht– weten organisten zich aangesproken door zijn werk. Vierne was „de muzikale ziel van de kathedraal.”

Organist van de Notre-Dame

Louis Vierne werd in 1900 benoemd als organist van de beroemde Notre-Dame in Parijs. Hij volgde Eugène Sergent op. Het fraaie Cavaillé-Collorgel in de Parijse kerk werd door deze organist volgens overleveringen van onder anderen Cavaillé-Coll zelf maar zeer matig bespeeld. Op aandringen van Widor solliciteerde Vierne naar de post in de Notre-Dame. Hij werd na een proefspel unaniem gekozen tot de nieuwe titularis.

Vierne kreeg hier vele luisteraars onder zijn gehoor, van over de hele wereld, en werd geroemd om zijn improvisaties en integer orgelspel.

Zo beroemd als de Notre-Dame was, zo arm was haar parochie. Voortdurend moest Vierne zich sterk maken om geld bijeen te zamelen voor het onderhoud van het orgel. In 1927 maakte hij een tournee naar de Verenigde Staten om geld in te zamelen voor de broodnodige restauratie van het instrument. Mede hierdoor kon daar in 1932 eindelijk een begin mee worden gemaakt.

Als leerling van Charles-Marie Widor, en als diens vervanger in de Saint-Sulpice in Parijs, maakte Vierne kennis met de tien orgelsymfonieën die Widor tussen 1876 en 1900 schreef. Widor introduceerde Vierne eveneens aan orgelbouwers als Aristide Cavaillé-Coll (1811-1899) en diens opvolger, Charles Mutin (1861-1931). Vierne speelde diverse nieuw gebouwde instrumenten van deze orgelbouwers in.

Het is Cavaillé-Coll geweest die met zijn nieuwe instrumenten de aanzet heeft gegeven tot het ontstaan van het genre van de Franse orgelsymfonie.

Muziek van grote lijnen

Vierne liet een omvangrijk oeuvre van 62 opusnummers na, waarvan 17 voor orgel. Hij hield zich als componist met vrijwel alle genres bezig, behalve met opera. Hij schreef een Messe Solennelle, een strijkkwartet, een pianokwintet, een vioolsonate, symfonische gedichten, een orkestsymfonie. Onder deze werken muziek van grote kwaliteit, maar niet alles wat onder de pen van de bijna blindgeborene tot stand kwam is even boeiend. Veel voltrekt zich in mystieke sferen of uitbundig geweld. Denk aan de finale van zijn vijfde orgelsymfonie. Het zijn met name de orgelwerken die Vierne als componist bekend maakten. Naast de ”Pièces en style libre”, de ”Pièces de Fantaisie” en ”Triptyque”, zijn het toch de zes orgelsymfonieën die het toppunt van harmonische rijkdom vormen. Ze zijn een afspiegeling van de tragiek van zijn levensloop.

Ben van Oosten: „In de eerste plaats wilde hij zijn eigen, vaak depressieve gevoelens in muziek uitdrukken en niet, als Franck, een verheven mystieke gedachte. Kenmerken van Viernes schrijfwijze zijn de meesterlijke beheersing van de muzikale middelen, de kleurrijke persoonlijke harmoniek, de hechte constructie en de poëtische expressie” (RD, 29 mei 1987). De stijl van Viernes orgelwerken, en vooral diens symfonieën, karakteriseert Van Oosten „als van een kathedraalorganist.” Het is muziek van grote lijnen en niet van kleine details. Maurice Duruflé noemde Vierne ooit „de muzikale ziel” van de kathedraal (Het Orgel, juni 1987).

„Verdere vervolmaking Franse symfonische orgeltraditie”

De orgelwerken van Louis Vierne zijn vandaag de dag nog net zo populair als destijds. Een keur aan organisten heeft de zes orgelsymfonieën vastgelegd op lp of cd. Vierne zelf was de eerste. „Ik vind ze verschrikkelijk om aan te horen vanwege het langzame tempo en de eenvormige registraties”, stelde Bert den Hertog veertien jaar geleden (RD, 6 maart 2006).

Den Hertog, organist van de Oude kerk in Scheveningen en concertorganist van de Elandstraatkerk in Den Haag, zou dit jaar met enkele anderen van april tot november een bijdrage leveren aan een Viernefestival, georganiseerd door het Haags Orgel Kontakt (HOK). Wegens de huidige omstandigheden is dat evenement verplaatst naar 2021.

Den Hertog zegt door zijn leraar Ben van Oosten op het spoor van Vierne te zijn gezet. „Toen ik hem de Finale uit de Vijfde Symfonie hoorde spelen was ik daarvan ondersteboven. Hier breek de zon door in zijn leven, dat door tragiek is gestempeld. Toch weer hoop en levenslicht.”

Jan Hage, organist van de Domkerk in Utrecht, is dit jaar begonnen de zes orgelsymfonieën van Vierne uit te voeren tijdens de Zaterdagmiddagmuziek. Op 14 november staat het zesde en laatste concert gepland. De orgelsymfonieën zijn volgens Hage van begin tot eind van hoog niveau. „Op harmonisch gebied soms erg ingewikkeld. Met name de Zesde Symfonie is voor luisteraars soms moeilijk te volgen.”

Opnamen

Na Vierne zelf, waren het onder andere Pierre Cochereau, Stephen Tharp, Pierre Labric, Jeremy Filsell, Wolfgang Rübsam en Daniël Roth die de zes orgelsymfonieën opnamen.

In hun kielzog legde Ben van Oosten deze muziek in 1985/6 en 1996/7 vast. In 1999 begon Christine Kamp, organist van de Grote Kerk in Weesp, met de opname van het integrale orgeloeuvre van Vierne. De zes symfonieën zijn inmiddels verschenen, het overige wacht op voltooiing.

Ook Hayo Boerema, titularis van de Laurenskerk in Rotterdam, is een bewonderaar van het orgeloeuvre van Vierne. „De invloed die eerst César Franck en later Charles-Marie Widor op Vierne heeft gehad vinden we terug in zijn zes orgelsymfonieën. In combinatie met zijn zeer persoonlijke idioom, heeft dat bij hem geleid tot een verdere vervolmaking van de Franse symfonische orgeltraditie.”

Boerema nam de orgelsymfonieën op in de Laurenskerk in Rotterdam. Op 15 september dit jaar presenteerde hij zijn 3-cd-box tijdens een concert.

Dood op de orgelbank

Louis Victor Jules Vierne werd geboren op 8 oktober 1870 te Poitiers en is overleden op 2 juni 1937 te Parijs. Zijn levensverhaal lees je niet voor je plezier. Zijn aangeboren bijna blindheid –een oogoperatie bracht geen verbetering–, de dood van zijn zusje toen hij 6 jaar was, de dood van zijn vader toen hij nog maar 16 jaar oud was, en daarna de dood van César Franck in 1890, die een tweede vader voor hem was geweest. Dan waren er een ongelukkig huwelijk, dat eindigde in een pijnlijke echtscheiding, en de dood van zijn jongste zoon. In de Eerste Wereldoorlog kwamen zijn oudste zoon en zijn jongere broer om op het slagveld. Vooral over de dood van deze zoon is Vierne nooit meer heengekomen. De jongen was slechts 17 jaar.

Componist

Het verhaal van de componist Vierne is heel wat positiever. Aanvankelijk kreeg hij muziekles van oom Charles Colin. In 1880 verhuisde het gezin naar Parijs en ging de bijna blinde Louis een opleiding volgen aan het Institut National des Jeunes Aveugles. Later vervolgde hij zijn opleiding aan het conservatorium van Parijs bij César Franck. Na diens dood voltooide Vierne zijn opleiding bij Charles-Marie Widor.

Vierne volgde Widor op aan de Saint-Sulpice en aan het conservatorium van Parijs. In 1900 werd hij benoemd tot organist aan de Notre-Dame en aan het Schola Cantorum te Parijs. Hij gaf les aan beroemde organisten als Joseph Bonnet, Marcel Dupré, Maurice Duruflé, Albert Schweitzer en Gaston Litaize.

Vierne verwierf zowel in Frankrijk als daarbuiten grote bekendheid als uitvoerder en improvisator. Als componist was hij in belangrijke mate schatplichtig aan zijn leermeesters Franck en Widor.

De lage E

Tijdens zijn 1750e concert, dat Vierne op 2 juni 1937 gaf met zijn leerling Maurice Duruflé in de Notre-Dame, overleed hij ‘in het harnas’ door een hartstilstand. Duruflé: „Na het spelen van het ”Stele pour un enfant défunt” uit zijn ”Triptyque”, opus 58, zou hij nog twee improvisaties geven op ingediende thema’s. Hij las het eerste thema in braille, vervolgens koos hij de registraties voor de improvisatie. Plotseling viel hij voorover op de orgelbank, waarbij zijn voet de lage E van het pedaal raakte. Deze enkele noot weerklonk in de hele kerk. Zo ging zijn wens, te sterven aan de speeltafel van zijn geliefde instrument, in vervulling.”