Herdenking razzia in Aaltense kerken: „Vrijheid na 75 jaar bedreigd”

Herdenkingsbijeenkomst in de Oosterkerk in Aalten. Het dorp in de Achterhoek herdacht woensdag voor het eerst de razzia van 75 jaar geleden, toen de SS twee andere kerkgebouwen omsingelde. beeld RD

„Dit is de eerste keer dat ik me bevrijd voel”, zei Gert Nobel toen hij in 1985 een van de Canadezen ontmoette die hem zijn vrijheid hadden teruggegeven. Zijn arrestatie –tijdens de kerkrazzia in Aalten– en het daaropvolgende verblijf in concentratiekampen stempelde zijn leven.

Hoe die gebeurtenissen zijn leven én dat van zijn gezinsleden beïnvloedden, vertelde zijn zoon Erik woensdagmiddag, tijdens de eerste herdenking van de razzia. „Toen minister Van Agt in 1972 de Drie van Breda (Duitse oorlogsmisdadigers, red.) wilde vrijlaten, kwam vader thuis te zitten. ’s Morgens zat hij in zijn hemd op de bank. ’s Avonds zat hij er nog net zo.”

Gerrit Hendrik Nobel was organist tijdens de dienst in de Westerkerk die door de Duitsers op 30 januari 1944 werd verstoord omdat ze mannen in de leeftijd 19-23 jaar wilden meenemen. Dat gebeurde tegelijkertijd ook in de christelijke gereformeerde kerk. De herdenking heeft plaats in de Oosterkerk, die van een overval gevrijwaard bleef doordat iemand de SS’ers de verkeerde kant op stuurde.

Vooral ouderen wonen de herdenking bij. „We hadden tweehonderd genodigden, maar er zijn er maar ruim zeventig gekomen, vanwege het weer”, zegt organisator L. Veldhuis. Maar er zijn wel veel anderen uit Aalten gekomen.

Zoals Psalm 84 in Putten in herinnering bleef doordat deze tijdens de razzia –dit jaar ook 75 jaar geleden– werd gezongen, zo roept Psalm 121 in Aalten altijd weer de herinnering op aan wat er driekwarteeuw geleden gebeurde: 48 mannen moesten mee, en de predikant las eerst Psalm 121 met hen.

Nu heeft die psalm een centrale plaats tijdens de herdenking: de psalmwoorden worden gezongen door het Stadskoor Bredevoort en meerdere keren geciteerd. Zoals in het gedicht dat een Aaltense vrouw kort na de overval schreef: „Nog ’s morgens in ’s Heeren huis vertroost door Gods Woord, en ’s middags door ’s vijands hand naar het kamp in Amersfoort.”

Houvast

„Sommigen zullen in die woorden van Psalm 121 houvast hebben gevonden”, zegt voorzitter De Graaf van Bredevoorts Belang. „Uitgemergelde mensen op de drempel van de dood vonden houvast in het geloof van hun jeugd.” De Graaf citeert Jan Tolkamp, een van de arrestanten: „In Kamp Neuengamme had je mensen die alles vervloekten. Er waren anderen die gingen bidden. En ik? Ik droomde dat er engelen kwamen die zongen: Veilig in Jezus’ armen.”

De onderdrukkende macht schroomde niet kerkdiensten te gebruiken om mannen te arresteren, zegt De Graaf. Het gebeurde in Brabant, in Midden-Limburg, in Winschoten, Dedemsvaart en Harveld. En hier, in Aalten.

Waarom dat, en zoveel meer gebeurtenissen dit en volgend jaar, herdacht wordt? „Vrede is voor latere generaties net zo vanzelfsprekend als snel internet, alsof het er altijd is geweest.”

Terwijl die vrede wordt bedreigd. „Europa verbond zich tot samenwerking, in de Europese Unie. Er kan kritiek zijn op de uitvoering, maar ze is een groot goed in een wereld waarin het nationalisme opkomt en discriminatie toeneemt. Waarin het kwetsen van mensen –joden, christenen, oprechte moslims– verkocht wordt als vrijheid van meningsuiting. Dat miskent wat vrijheid werkelijk inhoudt: respect, verdraagzaamheid, bescherming van het leven, zorg voor de kwetsbare medemens.” Die waarden worden volgens De Graaf bedreigd door het nationalisme en door „populistische, simpele opvattingen.”

De herdenking van de razzia op de kerken heeft plaats aan de voet van het herdenkingsraam dat na de oorlog in de Oosterkerk werd geplaatst als herinnering aan de hulp die Aalten bood aan –heel veel– onderduikers, aan evacués en aan voedselzoekers die op hongertocht waren. Bovenin: twee vredesduiven. „Maar die vrede is niet uit de lucht komen vallen”, zegt De Graaf.

Verlangen naar vrijheid

De honderden bejaarden die nu door de sneeuw naar de kerk zijn gebaggerd, weten dat. Ze zien de namen van de weggevoerde mannen op grote schermen vermeld staan. Ook van de vijf die hun gevangenschap niet overleefden. Ze luisteren stil naar het gedicht van Jan Haasjes (1922-1999), die na zijn bevrijding uit Neuengamme hier in Aalten kwam aansterken, maar de beelden niet van zijn netvlies kreeg: „’k Zie nog voor mij de doden, naakt en zwart, gestapeld als turven in het veen, en bij de poort de anderen, zwak en ziek, verlangend naar één ding, dat te verwachten scheen.” De vrijheid, die kwam. Temidden van de herinneringen die bleven.