Niets dan de waarheid?

Kraaijeveld. beeld Martijn Mulder
3

Mag een politicus liegen? En doet hij het vaker dan anderen? Twee niet-politici –directeur Kees Kraaijeveld van De Argumentenfabriek en lector journalistiek en communicatie Jan van der Stoep van de Christelijke Hogeschool Ede– laten hun licht schijnen over waarheid en leugen in de politiek.

Kraaijeveld: Scheid feiten en meningen

„Veel politici hebben de mond vol over waarden. Maar wat ze dan vaak vergeten te noemen is de waarheid. Dat is niet per ongeluk. Want waarheid voelt wat ouderwets. Zij botst met moderne waarden die we hoogachten: gelijkheid, democratie, tolerantie en vrijheid.

Streven naar waarheid betekent namelijk onderkennen dat de ene uitspraak meer waar is dan de andere. Je komt dan niet meer weg met het gemakkelijke, postmoderne relativisme van jij jouw waarheid, ik de mijne.

De waarheid moet weer hoog in het vaandel komen. Bij politici, bij iedereen. Want als we de waarheid vergeten, kunnen we ons net zo goed allemaal terugtrekken in de comfortabele filterbubbels van het eigen gelijk. Dan versplintert de samenleving.

Als we dan ook nog eens experts minachten –als de mening van een hoogleraar evenveel weegt als die van iemand die net voor het eerst op een onderwerp heeft gegoogeld– dan krijgt wantrouwen de overhand.

In de politiek zie je regelmatig dat politici vooral hun eigen verhaal afdraaien. Dat is laakbaar, want het getuigt niet van de bereidheid om te luisteren naar wat de ander te zeggen heeft. Maar politiek bedrijven is met elkaar de samenleving vormgeven. Dan moet je elkaar juist proberen te vinden.

Voor een goed debat is het nodig om onderscheid te maken tussen twee verschillende kennisdomeinen: het domein van de feiten en het domein van de waarden. Wat je als politicus zegt over feiten moet kloppen. Stel bijvoorbeeld dat er 420.000 kinderen onder de armoedegrens leven. Dan is het echt fout als een politicus dat aantal, om indruk te maken, opblaast tot een half miljoen of meer.

Zo’n feit over het aantal kinderen in armoede kun je vervolgens verschillend waarderen. Een SP’er zal zeggen: „Schande, daar moet de overheid wat aan doen.” En een VVD’er: „Spijtig, maar niet per se een taak voor de overheid.”

Niet alle politici hechten overigens evenveel waarde aan de feiten. Zo werd Krol, de leider van 50PLUS, door een journalist eens gewezen op cijfers van het CBS. Die negeerde hij; hij baseerde zich liever op twee of drie anekdotes van mensen met andere ervaringen. Dan ben je dus verkeerd bezig.

De waarheid verdraaien of een leugentje spreken om bestwil past politici niet. De verleiding kan voor hen groot zijn om af en toe even voor de brede weg te kiezen en niet voor het smalle pad. Omdat ze bijvoorbeeld heel graag iets willen bereiken. Maar het doel heiligt niet de middelen. Dat lijkt misschien opportuun voor de korte termijn, maar op de lange termijn pakt dat niet goed uit. Liegen zet de bijl aan de wortel van het maatschappelijk vertrouwen in de politiek en in instituties.”

Moed

„Ik weet niet of er aan het Binnenhof vaker wordt gelogen dan in de rest van het land. Dat zou je moeten onderzoeken. Er zijn wel pregnante voorbeelden van politieke leugens. Zo stelde PVV-leider Wilders bijvoorbeeld dat Europa een Nederlands gezin 40.000 euro kost. En SP’er Leijten klaagt steevast dat het basispakket van de zorgverzekering de afgelopen tien jaar kleiner is geworden. Allebei feitelijk onjuist.

In december vorig jaar bleek dat conclusies van een studie van het wetenschappelijk onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid onder politieke druk waren aangepast. Dan zakt de moed je even in de schoenen. Zo’n voorbeeld voedt het gevoel dat het één grote zooi is in Den Haag. Maar het is een incident. En het zijn vooral de incidenten die de krant halen. De beeldvorming is daardoor negatief. In werkelijkheid gaat er heel veel goed. In de politiek. Bij onderzoeksinstituten. Daar lees je begrijpelijkerwijs veel minder over. Media zouden nieuws over incidenten beter in context moeten plaatsen.

Kiezers moeten geen leugens van politici accepteren. En dus niet op een politicus stemmen die liegt. Miljoenen doen dat toch. Dwaas en een beetje zielig vind ik dat. Tragisch ook. Het gaat namelijk vaak om mensen die al wantrouwig tegenover de politiek staan. Die stemmen dan op een populist in de hoop dat hij voor hen een verandering ten goede brengt. Dat gebeurt niet. Die mensen worden voorgelogen. Kijk maar naar de Trumpstemmers in Amerika. Hij zou er zijn voor de gewone man, maar hij verlaagt de belasting voor zijn rijke vriendjes.

Over de toekomst ben ik niet pessimistisch. Ik denk dat de wal het schip keert. Je ziet dat het postmoderne relativisme zijn langste tijd heeft gehad. Teruggaan naar vroeger, naar de tijd van de grote ideologieën, lijkt mij niet nodig. Het zou wel helpen als politici zich meer bewust zouden worden van hun eigen waarden, hoe die hen helpen bij het maken van politieke keuzes en hoe die verschillen van die van andere politici. Als je van elkaar weet wat je bezielt, kun je op een veel zinniger en verbindender manier het politieke debat voeren.

De SGP is, in dat verband, daarom een heel aantrekkelijke partij. Je kunt ervan zeggen wat je wilt, maar je weet wat je eraan hebt. Hun waardenpatroon is een coherent en kloppend verhaal; de politici van de partij gedragen zich daar ook naar. Dat zou ik andere politici ook gunnen.”

Van der Stoep: Politicus moet woorden wegen

„Als je gelooft dat Christus dé Waarheid is, is dat een geweldige stimulans om niet lichtzinnig met de waarheid om te gaan. Zeker van christenpolitici mag je dus verwachten dat ze heel zorgvuldig zijn. Ik durf niet in zijn algemeenheid te zeggen of dat altijd zo is. Noch of ze eerlijker zijn dan hun seculiere collega’s.

Maar ik zie bijvoorbeeld dat CU-leider Segers in zijn handel en wandel toont dat je als politicus gewetensvol met waarheid en leugen kunt omgaan. Daar gaat een mooi getuigenis van uit. Ik denk verder aan voormalig SGP-fractievoorzitter Van der Vlies. Die werd niet voor niets het geweten van de Kamer genoemd.

Politici hebben een voorbeeldfunctie als het gaat over het spreken van de waarheid. Ze moeten –al geldt dat voor iedereen– wandelen in de waarheid. Dat betekent: recht doen aan feiten. Maar ook: goed omgaan met relaties. Laat me dat verduidelijken met een concrete situatie. Aan CDA’er Donner werd eens gevraagd of hij in beeld was als vicevoorzitter van de Raad van State. Feitelijk klopte dat, maar hij kon dat toen niet bevestigen. Omdat hij zijn verhoudingen met andere mensen zou beschadigen als hij dat geheim zou prijsgeven.

Ander voorbeeld: politici kunnen soms een bepaald punt sterk benadrukken. Daarbij laten ze nuanceringen weg, terwijl ze wéten dat de zaak in werkelijkheid gecompliceerder ligt. Ze doen dat dan om hun punt op de agenda te krijgen, ten behoeve van hun achterban.

Belangrijk in dit verband is ook dat politici in debatten niet op de man spelen. Ze moeten hun energie niet steken in het neerhalen van de ander maar juist een stem geven aan vergeten groepen.

Politici moeten oprecht zijn. Premier Rutte werd verweten dat hij sommige verkiezingsbeloftes niet is nagekomen. Dat klopt, maar is ook onvermijdelijk in de politiek. Daar eerlijk over zijn, aangeven dat je dat lastig vindt, helpt om het vertrouwen van mensen in de politiek te herstellen. Goed is het daarom ook als politici laten zien dat compromissen sluiten hun soms zelf ook pijn doet. Segers deed dat bijvoorbeeld heel mooi rondom de formatie.

Als je je kwetsbaar opstelt, maakt je dat betrouwbaarder. Tegelijk hoeven politici ook weer niet al hun missers aan de grote klok te hangen. Elke fout toegeven kan ook negatieve gevolgen hebben. Politici moeten, kortom, altijd wegen wat hun woorden doen.”

Exclusief

„De postmoderne visie dat er meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan, heeft het lange tijd goed gedaan in de politiek. Mede dankzij de opkomst van het populisme groeit het besef dat waarheid een exclusief karakter heeft. Dat spreekt mij als christen aan: christendom en islam bijvoorbeeld kunnen niet allebei waar zijn.

Als voor jou iets de waarheid is, moet je daar vol voor gaan. Tegelijk kun je niet zeggen dat je de waarheid in pacht hebt. Politici evenmin. Veel zaken zijn simpelweg niet objectief vast te stellen. Neem de opwarming van de aarde. Er kan strikt genomen worden betwist of dat door menselijk ingrijpen is veroorzaakt. Vaststaat dat daar wel heel sterke aanwijzingen voor zijn. Daarom zijn we gehouden in te grijpen.

Belangrijk is dat je altijd het debat met elkaar aangaat. Spreekt over wat het meest betrouwbare beeld is van de werkelijkheid. Ik sluit me daarom aan bij Kamervoorzitter Arib. Zij pleitte er eind vorig jaar voor dat parlementariërs het gesprek met elkaar moeten aangaan, in plaats van een goed voorbereide monoloog af te steken voor een filmpje op Facebook.

Populisten ondergraven het debat. Zij nemen de waarheid met een korreltje zout. En ze zaaien twijfel over de oprechtheid van andere politici. Dat doet afbreuk aan het vertrouwen in de politiek. Dat is schadelijk.

Ze waarschuwen regelmatig en op zich terecht voor nepnieuws. Maar iemand als de Amerikaanse president Trump maakt zich tegelijk zelf schuldig aan het doelbewust verspreiden van onwaarheden. Daarnaast zet hij gerespecteerde media zonder nadere argumentatie weg als leugenaars.

Positief aan het populisme is dat politici als Trump, Wilders en Baudet mensen die zich niet gehoord voelen, die het idee hadden dat ze buiten de politieke discussie stonden, weer een stem geven en bij de politiek betrekken. Populisten moet je daarom serieus nemen: zij wijzen op mensen die niet mee mogen doen aan besluitvorming.

Ik heb geen aanwijzingen dat er in de politiek meer wordt gelogen dan daarbuiten. Al gaan er natuurlijk onmiskenbaar dingen mis. Ik hoef maar te wijzen op de schimmigheid rond de Teevendeal.

De verleiding op het Binnenhof om een loopje te nemen met de waarheid is groot. Politici zijn letterlijk voortdurend in beeld. Om aandacht te trekken, kan het aanlokkelijk zijn om zaken uit te vergroten of in een bepaald daglicht te stellen.

Maar vlak ook de rol van de media niet uit. Toen de CDA-fractie zich in 2010 beraadde over de vorming van een kabinet met de PVV, dromden er veel journalisten samen voor de deur. Ze wekten ten onrechte de indruk alsof daarachter iets geheimzinnigs gebeurde.

Als journalisten steeds doen alsof in Den Haag alles stiekem in achterkamertjes wordt bekokstoofd en dat ze politici continu als een waakhond moeten controleren, voeden ze daarmee het cynisme in de samenleving. Dat helpt burgers niet om positief tegenover de politiek te staan.”

Waarheid & leugen

Dit is het laatste deel in een serie artikelen over hoe politici omgaan met dilemma’s rond waarheid en leugen.