Jarenlang binnenblijven normaal voor hikikomori in Japan

Hiroo Shimoyama, Rika Ueda, en Toru Moriskita zetten zich in om hikikomori –sociale kluizenaars– te helpen. Het taboe dat rond deze bevolkingsgroep hangt, willen ze doorbreken met posters en voorlichtingsmateriaal. beeld RD
3

Al meer dan dertig jaar is dr. Tamaki Saito betrokken bij onderzoek naar en hulp aan sociale kluizenaars in zijn land, de hikikomori. Behalve hoogleraar psychologie aan de universiteit van Tsukuba is Saito praktiserend therapeut en hij geldt in zijn land als gezaghebbend op dit terrein.

„Japan mag dan wel het bekendst zijn om dit fenomeen van sociale afzondering, het is zeker niet het enige land waar zulke kluizenaars zijn te vinden”, benadrukt hij. „Ook in Zuid-Korea, China en Italië zijn hikikomori te vinden, al heten ze daar uiteraard anders. Daar waar het gebruikelijk is dat jongemannen lang bij hun ouders blijven wonen, zijn hikikomori talrijker dan elders.”

Wat de definitie van een hikikomori is? „Er wordt altijd gedacht dat het om jongeren gaat die hele dagen op hun kamer zitten te gamen, maar die groep is klein, hoogstens 10 procent van het totale aantal. Kenmerkend is wel dat hikikomori zich op hun kamer of in huis afzonderen van de samenleving. Ze hebben geen contact met gezins- en familieleden en gaan niet of nauwelijks het huis uit.”

Stembus

Opmerkelijk is dat die afkeer van sociaal contact gepaard gaat met een grote betrokkenheid op de samenleving. „Hikikomori gaan bij verkiezingen relatief meer naar de stembus dan ‘gewone’ Japanners. Wie ze uit de weg gaan, omdat ze zich voor hen schamen, zijn familieleden, buren en andere bekenden, niet zozeer de anonieme samenleving als geheel.”

Wie gedurende zes maanden afziet van sociale activiteiten, inclusief schoolgang of werk, wordt door de overheid gerekend tot de hikikomori. „Strikt genomen speelt in die diagnose niet mee of iemand depressief is of schizofreen, al zijn dat nogal eens bijkomende kwalen.”

Op de vraag wat de kenmerkende gemoedstoestand van hikikomori is, reageert Saito met een genuanceerd antwoord. „Vaak gaat het om mensen met een laag zelfbeeld en is er sprake van een minderwaardigheidscomplex. Dat kan zich vervolgens wel uiten in agressief gedrag. Zo zijn hikikomori nogal eens gewelddadig jegens huisgenoten: die krijgen van hen de schuld dát ze zo zijn, niet zozeer de samenleving als geheel.”

Vanuit de samenleving bezien, is het fenomeen hikikomori omgeven met vooroordelen en taboes. Saito: „Wie eenmaal dat label opgeplakt heeft gekregen, is als het ware een uitgestotene.” Dat geldt ook voor degenen die hen thuis verzorgen, vandaar dat ook die het laten om er open over te zijn. Vooral veel ouders schamen zich ervoor dat hun zoon zich zo gedraagt. „Buitengewoon lastig om gezinsleden ervan te overtuigen dat ze er wel mee naar buiten moeten komen en hulp moeten zoeken.”

In alle leeftijdscategorieën zijn hikikomori te vinden. „De overheid schat dat er onder de 40 zo’n 540.000 zijn, veertigplussers zijn in de meerderheid: 610.000.” Saito denkt dat 2 miljoen een realistischer totaalaantal is.

Vader-zoon

En dat neemt nog altijd toe. „Jaarlijks komen er tienduizenden bij, maar velen komen er nooit meer uit.” Typerend is dat het verschijnsel ook wel het ”80-50-syndroom” wordt genoemd: tot op hoge leeftijd (aangeduid met 80) hebben ouders hun zoon (een vijftiger) in huis wonen, en verzorgen hem. Als op een gegeven moment de rollen zijn omgekeerd, en de zoon voor zijn ouders moet zorgen, ontstaan er vaak pijnlijke situaties van verwaarlozing: de zoon heeft geen idee hoe hij die zorg moet bieden.

Saito schat dat onder schoolkinderen zo’n 20 procent zich sociaal isoleert. De belangrijkste reden is veelal pestgedrag in de klas of gewelddadig optreden van docenten. Examendruk speelt zeker ook een rol, zegt hij. „Ik kom ze wel tegen: studenten die hun toelatingsexamen niet haalden en zich daarna opsloten.”

Opvallend is dat het aantal hikikomori boven de 40 het hoogst is. Als verklaring daarvoor noemt Saito de economische crisis in Japan van de jaren 80 en 90. „Een complete generatie Japanners slaagde er niet in om werk te vinden, raakte maatschappelijk geïsoleerd en sloot zich op. In jullie land zouden dat daklozen zijn geworden, maar in Japan werden ze door hun ouders opgevangen.”

Vrouwen

Dat mannen de overgrote meerderheid vormen onder de hikikomori staat buiten kijf: tussen de 70 en de 80 procent is man. Maar pas op, waarschuwt Saito, dat betekent niet dat vrouwen ontbreken. „Ze zijn minder herkenbaar als hikikomori, omdat vrouwen naar Japans gebruik toch al vaak thuis blijven.”

Saito herinnert zich een vrouw die een oproep deed aan vrouwen in haar omgeving om zich te melden als ze zich herkenden in het hikikomoriprofiel. „Binnen een week had ze honderd aanmeldingen. Dat geeft toch te denken?” Over wat nu de beste methode is om hikikomori verder te helpen, is Saito resoluut: „Ga een open gesprek aan met een cliënt en met alle betrokkenen, niet het minst met ouders en andere huisgenoten.” Saito weet dat er hulpverleners zijn die hikikomori als het ware hun huis uit sleuren en tot werken dwingen, maar dat leidt meestal tot niets. „Zet hen niet onder druk, zo houd ik vooral ouders voor, en creëer een veilige sfeer, dat werkt op den duur positiever dan met dwang dingen willen forceren.” Het leidt ook tot grote frustratie aan beide kanten, en, zo weet Saito, tot ernstig huiselijk geweld.

Traditioneel

Of er ook iets aan de Japanse cultuur moet veranderen? Daarover is Saito niet eensluidend. „Akkoord, de Japanse samenleving is qua mentaliteit nog erg traditioneel, vooral vanwege de leefregel dat je je vóór alles moet aanpassen en pas daarna mag denken en voelen wat je zelf vindt of wilt. Meer individualisme zou een gezonde correctie zijn, en ook veel discriminatie en pestgedrag voorkomen.” Tegelijkertijd ziet Saito de waarde van die Japanse groepscultuur: het zorgt voor aanzienlijk minder criminaliteit en een stabiele samenleving.

Celstraf

Op de vraag wat zijn meest memorabele cliënt was die hij ooit behandelde, noemt Saito een man die al tientallen jaren met zijn vader van ver in de 70 leefde. „Toen die ernstig ziek werd, weigerde de zoon hulp te zoeken; hij had immers nooit iets van een ziektekostenverzekering betaald en vreesde van zware nalatigheid te worden beticht als hij daarmee voor de dag kwam. Uiteindelijk heeft hij zijn vader gewurgd om maar niet naarbuiten te hoeven treden.”

De man werd tot jarenlange celstraf veroordeeld. „Toen ik hem later opzocht in zijn cel, bleek hij enorm te zijn opgeknapt. Het contact met medegevangenen had hem goed gedaan: voor het eerst van zijn leven kwam hij aanraking met anderen.”

Jarenlang binnenblijven normaal voor hikikomori in Japan

Blijf in huis, klinkt het in Nederland van overheidswege. Niet één keer, maar geregeld, want jezelf opsluiten doe je niet vanzelf. In Japan doen zo’n 2 miljoen burgers dat wel vrijwillig, soms voor járen. Hikikomori worden ze genoemd. Of het echt uit vrije wil is? Niet een virus, maar de eis tot sociale aanpassing blijkt een dwingende factor.

Alle drie zijn ze hikikomori af, Hiroo Shimoyama (39), Rika Ueda (47) en Toru Moriskita. Zelfs zó dat ze nu anderen bijstaan om ook het openbare leven weer aan te durven. Later zou blijken dat het iets genuanceerder is. Zo sluit Toru zich soms nog op zijn kamer op, een week lang zelfs, en ook Rika ziet daar af en toe het voordeel nog van in. „Hikikomori blijf je je leven lang.”

Het gesprek met de drie vindt plaats op het kantoor van de landelijke vereniging voor hikikomori, in de Tokiose wijk Sugamo. Dat was althans de bedoeling, maar omdat daar diverse gesprekken gaande zijn wordt besloten om in een naburig restaurant verder te gaan.

Die telefonische gesprekken staan centraal bij het werk van de landelijke vereniging. De Kazouku Hikikomori Japan (KHJ), zoals de organisatie officieel heet, kan rekenen op een netwerk van zo’n 3600 medewerkers die verspreid over Japan actief zijn. Vrijwilligers zitten dagelijks achter hun telefoons om te praten met hikikomori zelf, maar vooral ook met huisgenoten, die moeten leven met iemand die zich heeft opgesloten op zijn of haar kamer.

Ook Hiroo Shimoyama, Rika Ueda en Toru Moriskita, draaien hun telefoondiensten, ze weten als geen ander wat het is om jezelf op te sluiten, waarom iemand dat doet dat en: wat je eraan kunt doen.

Zo sloot Toru zich al op zijn twaalfde op in zijn kamer en pas 6 jaar later begon hij de deur weer op een kier te zetten, na gesprekken met hulpverleners. „Ik was altijd al graag op mezelf, maar mijn vader wilde koste wat het kost dat ik op school met alles meedeed. Toen ik 12 was, haalde ook een meester op school naar me uit met kwetsende opmerkingen en dat was voor mij de druppel: ik sloot me op in mijn kamer.” Toru’s vader reageerde woedend en ging hem te lijf om hem weer het gewone leven in te krijgen. „Ik werd alleen maar banger om nog te voorschijn te komen.” Zijn moeder was geduldiger. Ze maakte iedere dag eten voor hem klaar en zette dat in de koelkast. „Zodra mijn ouders even weg waren, kwam ik mijn kamer uit om het daar weg te halen.” Pas op zijn 18e durfde Toru weer naar buiten te gaan, en dat was na een jaar lang telefonische gesprekken te hebben gevoerd met een hulpverlener.

Toru zegt alleen tijdens vakantieperiodes nog de drang te voelen zich weer op te sluiten. „Dat is wanneer het werk op kantoor stilligt en ik zelf orde in mijn dagelijks leven moet brengen.”

Op een vraag wat er omgaat in de hoofden van hikikomori wijst Rika allereerst op de Japanse cultuur en samenleving. „Japanners hebben niet zo veel met afwijkend gedrag”, zegt ze. Dat houdt dan weer verband met volgens haar typisch Japanse kenmerken: nadruk op nuttig bezig zijn voor de natie, wat weer te herleiden is tot de tijd direct na de Tweede Wereldoorlog. Toen van burgers werd verwacht dat ze keihard werkten om het land er weer bovenop te helpen. „Hard werken hoort de zin van je leven te zijn en niets anders dan dat. Wie afhaakt of achterblijft is een loser en wordt als het ware uit de samenleving verwijderd.”

Een loser, zo voelde ook Naohiro Kimura (35) zich, nadat het hem niet was gelukt te slagen voor een toelatingsexamen voor de universiteit. Om zijn verhaal te horen spreken we af in een restaurant in Tsukuba, een stad op 50 kilometer ten noorden van Tokio. Tsukuba wordt ook wel ”stad van de wetenschap” genoemd, vanwege de twee universiteiten en ruim vijftig onderzoeksinstellingen die er zijn gevestigd.

Ook Naohiro wilde graag carrière maken in de wetenschap, maar dat liep anders. Uit schaamte voor het niet halen van dat toelatingsexamen sloot hij zich op, en dat duurde bij elkaar zo’n tien jaar lang.

Naar buiten gaan durfde hij enkel ’s avonds, wanneer het donker was en niemand van de buren of familie hem kon zien. Dan liet hij de hond uit, of ging hij naar de supermarkt. Tot dat laatste werd hij gedwongen toen zijn ouders vertrokken – er was volgens hen niet meer met hun zoon te leven. „Mijn ouders vonden dat het ieders plicht was om te werken en ze schaamden zich voor mijn gedrag.” Vooral zijn vader zette hem zwaar onder druk om zijn leven als hikikomori op te geven, maar daarmee bereikte hij precies het tegenovergestelde. Die opstelling van zijn vader is mede de oorzaak van zijn gebrek aan eigenwaarde, weet Naohiro. „Ik heb nooit één compliment van hem gehad, altijd maar verwijten.”

Het was uiteindelijk zijn moeder die de stoute schoenen aantrok en hulp zocht. Ze klopte aan bij een bekende specialist op het gebied van hikikomori, dr. Tamaki Saito. „Ik was fel tegen, want ik wilde niemand ontmoeten.” Toen Saito hem liet weten dat hij een typische hikikomori was, reageerde Naohiro geschokt: „Ik een hikikomori? Ik kende die term wel, maar dacht dat daaronder verslaafde gamers vielen.”

Dankzij de begeleiding door Saito raakte Naohiro geleidelijk zijn mensenvrees kwijt en durfde hij ook overdag weer naar buiten. Wat het geheim was van die ommekeer? Naohiro denkt lang na en zegt dan: „Saito toonde respect voor mij en liet me weten dat ik ben goed zoals ik ben. Precies dat zette me weer in beweging.”

Naohiro’s ervaring sluit aan bij die van Hiroo, Rika en Toru, het drietal dat werkt voor de telefoondienst.

„Stel hikikomori gerust, bied hun een veilige omgeving, adviseren wij ouders”. Omdat er op hikikomori nog altijd een taboe rust, laten ouders het wel uit hun hoofd om ermee naar buiten te komen. „Intussen gebeuren er binnenshuis de vreselijkste dingen”, weten de drie. „Huiselijk geweld, niet in de laatste plaats gepleegd door de hikikomori, komt vaak voor.” „Dwing hen niet om naar buiten te gaan en om te gaan werken, maar zorg voor een veilige omgeving in huis”, luidt het advies van de drie.

Een betaalde baan zoeken zit er voor Naohiro nog niet in, dat levert hem te veel druk en spanning op, zegt hij. Vandaar dat hij nu vrijwilligerswerk doet. Ook is hij uitgever van de Hikikomori Shimbun, een krant die voor en door hikikomori wordt geschreven. De krant, met een oplage van 2000 exemplaren, heeft als doel Japanners een beter inzicht te geven in de wereld van de hikikomori. „Mede vanwege de beeldvorming in de media worden ze gezien als criminelen en gameverslaafde nietsnutten.” Verder staan er verhalen en ervaringen in van gezinnen met een hikikomori in hun midden.

Wat Naohiro’s advies is aan jongeren die geen hikikomori willen worden? „Zorg dat je eigenwaarde niet enkel afhangt van schoolprestaties of van je werk. Doe ook dingen die je plezier geven, maak muziek of doe iets anders waarmee je je zelf kunt ontwikkelen.”