Sprang-Capelle: Protestants dorp met bourgondisch randje

Christelijke dorpen
Foto RD, Anton Dommerholt
7

Sprang-Capelle: een protestantse enclave van drie kernen in een overwegend rooms-katholieke omgeving. Er zijn hervormden en gereformeerden in vele soorten en maten, er wordt nauwelijks carnaval gevierd en op zondag zijn de winkels er dicht.

Dat Sprang-Capelle een protestants bastion is aan de rand van het rooms-katholieke Brabant, heeft alles te maken met het verleden. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog woedde er in de Langstraat, de streek tussen Geertruidenberg en ’s-Hertogenbosch, een verbeten strijd tussen protestantse en rooms-katholieke bevolkingsgroepen.

Tot aan 1815 behoorde Sprang-Capelle, net als de nabijgelegen dorpen Baardwijk, Besoijen, ’s Gravenmoer, Waspik en Raamsdonk, tot het baljuwschap Zuid-Holland van het gewest Holland. In de Hollandse dorpen kreeg de Reformatie eerder ingang dan in de rest van Brabant. Maar door de verschuiving van de grens in 1815 werd het gebied bij het rooms-katholieke Brabant getrokken en dus ligt er tot op de dag van vandaag een aantal protestantse enclaves in een overwegend rooms-katholieke omgeving. De Zuidhollandsedijk is nog de stille getuige van de grens tussen Holland en Brabant.

Sprang-Capelle ontstond in 1923 na een samenvoeging van de kernen Sprang, Vrijhoeve-Capelle (in de volksmond Vrijhoeve) en ’s Grevelduin-Capelle (in de volksmond Capelle of Capel). Een lintdorp van in totaal 6,7 kilometer lengte met Sprang in het oosten, Vrijhoeve in het midden en Capelle in het westen, samen Sprang-Capelle.

Kerk

Vierde Capelle in 2007 het 750-jarig bestaan, dit jaar heeft Sprang een jubileum. De naam Sprang kwam 700 jaar geleden voor het eerst in de annalen, reden voor een feestweek in juni. En twee jaar geleden herdachten Sprang-Capelle en andere gemeenten in de Langstraat 400 jaar Hervorming. De Sprangse kerk is de prominente getuige van een eeuwenoud christelijk geloofsleven in de Langstraat, een monumentaal gebouw met unieke muurschilderingen uit circa 1430 die 350 jaar onder de witte kalk hebben gezeten.

Niemand kan in Sprang-Capelle om de kerk heen, zeggen Teun Vos en Rien Visser aan tafel in het twee-onder-een-kaphuis van het echtpaar Visser aan de Mesdaglaan. Vos is een echte Sprangenaar, Visser vestigde zich in 1974 in Sprang-Capelle. Hij kwam uit Werkendam en ging werken aan het christelijke Willem van Oranje College in Waalwijk.

Ze zijn aan elkaar gewaagd, Visser en Vos. „Zwaar in Werkendam is anders dan in Sprang-Capelle”, plaagt Visser, die tot de kleine gereformeerd synodale gemeenschap (PKN) in Sprang-Capelle behoort. Klein, dat wil zeggen: 500 leden, van wie er op zondag 120 ter kerke gaan. Vos was kerkrentmeester van de hervormde gemeente Sprang, eveneens binnen de PKN. De gemeente telt 1700 leden, van wie er op zondagochtend 400 in de kerkbanken zitten en ’s avonds 200. Vos lacht. „Wij zijn orthodox met een bourgondisch randje. We hebben ons moeten profileren en dat heeft onze identiteit gevormd.”

In die hervormde lijn staat Vos, geboren, gedoopt en getogen in Sprang. Maar men kijkt over de kerkmuren heen: er is respect voor elkaars opvattingen. De gereformeerden, waartoe Visser behoort, werken samen met rooms-katholieken aan vesperdiensten in de adventstijd. Dat zou in hervormd Sprang weer niet kunnen, maar „wij spelen de zaken niet uit”, zegt Vos. „Waar we kunnen samenwerken, doen we dat.”

Ze accepteren elkaar, zonder scherpslijperij. Op Open Monumentendag doen de gereformeerde gemeente en de gereformeerde gemeente in Nederland mee. „We zijn wat losser”, stelt Vos. In de hervormde pastorie kan dominee Plug dat beamen. „Men is protestants met een zachte g. Je vindt hier een mengeling van Brabantse gemoedelijkheid en waardering voor een stevige preek.”

Turf en schoenen

Visser en Vos zijn trots op hun lintdorp. Visser zit in het bestuur van de bloeiende Heemkundevereniging Sprang-Capelle, die twee keer per jaar het blad Het Bruggeske uitgeeft en tentoonstellingen en lezingen organiseert. „Ik vind het belangrijk dat de mensen iets van hun geschiedenis weten”, zegt Visser. „Daardoor begrijp je de dingen beter.” Hij wijst op het karakteristieke slagenlandschap. „De eerste Sprang-Capellenaren verdienden hun brood met turfsteken in de moerassen ten zuiden van het Oude Maasje. Die langgerekte stukken land, ook wel slagen genoemd, zijn tijdens die ontginning ontstaan. Als je de ontstaansgeschiedenis kent, weet je hoe waardevol dit landschap is.”

De streek de Langstraat staat bekend om de schoenenindustrie en de tuinderij. Noeste werkers, zo zijn de inwoners te typeren. Vroeger werd het werk in de schoenenindustrie slecht betaald. Er heerste armoe rond de kachel en de schoorsteen rookte matig. Veel mensen verdienden bij met klussen of een handeltje aan huis.

Geen krimp

Dorpelingen zeggen van zichzelf dat ze in Capel, in de Vrijhoeve of in Sprang wonen. Kinderen uit de drie kernen kunnen onder meer terecht op een openbare, een rooms-katholieke of een van de drie protestants-christelijke basisscholen. Er zijn twee supermarkten, en er is een kleinschalig maar goed winkelaanbod. Voor de boodschappen en dagelijkse benodigdheden kan men in het dorp prima terecht; wie wil winkelen gaat naar Waalwijk, Kaatsheuvel of de grotere steden.

De laatste decennia is er veel veranderd. De middenstand staat onder druk. Van vergrijzing of krimp is echter geen sprake. Visser schudt het hoofd. Hij en zijn vrouw hebben vier kinderen, drie van hen bleven in Sprang-Capelle wonen. Er is ook niet veel reden om weg te gaan uit Sprang: het ligt gunstig en de afstanden naar het werk zijn niet groot. Ook aan activiteiten en verenigingen ontbreekt het niet. Er zijn een zwembad en een cultureel centrum. Er zijn drie voetbalverenigingen, niet toevallig elk met een eigen terrein en achterban in een van de drie kernen. Vijftien minuten fietsen en je bent in de Loonse en Drunense Duinen. Nationaal park De Biesbosch ligt ook vlakbij. Vanuit Sprang-Capelle ben je in twintig minuten in Den Bosch en in vijftien minuten in Tilburg; Breda ligt op 25 kilometer afstand en Rotterdam is 60 kilometer reizen.

Landgoed Driessen

In Sprang-Capelle, met circa 10.000 inwoners, wordt amper meer nieuw gebouwd. De echte uitbreiding heeft plaats in Waalwijk. Het noemen van de naam Waalwijk ligt gevoelig in Sprang-Capelle. De fusie met die gemeente in 1997 heeft een wrange nasmaak achtergelaten. Destijds zat Vos in de actiegroep die zich fel verzette tegen de „inlijving” bij Waalwijk. Sprang-Capelle wilde zijn eigen identiteit behouden en niet worden opgeslokt door een grotere gemeente. Sinds Sprang-Capelle opging in de gemeente Waalwijk, verrees er ten westen van de N261, wat voelt als vanouds Sprangs grondgebied, een nieuwe woonwijk met de naam Landgoed Driessen. Sprang-Capellenaren schimpen dat ze nooit in die blokkendozen willen wonen. Landgoed Driessen oogt modern en strak en is op Waalwijk georiënteerd. Dat doet Sprang-Capelle pijn.

Richard Tiemstra, het enige SGP-raadslid van de gemeente Waalwijk, brengt een nuance aan. „Landgoed Driessen wordt tot Waalwijk gerekend. Ik denk dat de oriëntatie verdeeld ligt en niet direct kan worden gezegd dat de wijk zonder meer op Waalwijk is gericht. Eerder op Sprang.”

Tiemstra aarzelt op de vraag of Waalwijk en Sprang-Capelle sinds de fusie dichter tot elkaar zijn gekomen. „Iemand uit Sprang-Capelle voelt zich Sprang-Capellenaar en zal zich niet direct Waalwijker noemen. De gemeente laat zich als geheel besturen, maar de inwoners zijn toch het meest betrokken op en bij de plaats waar zij wonen.”

Identiteit

Het behoud en bewaken van de eigenheid en de protestantse identiteit van Sprang-Capelle, ondanks alles wat hiertegen in het geweer komt, staan bij Tiemstra voorop. Nu zijn op zondag de winkels dicht. „Het draagvlak onder de winkeliers in Sprang-Capelle om het aantal koopzondagen uit te breiden is vrijwel nul. Ik verwacht niet dat dit de komende tien jaar zal veranderen. Het past niet bij de zondagse sfeer in het dorp om te gaan winkelen.”

Dominee Plug verwacht evenmin dat de koopzondag ingang zal krijgen. Wel signaleert hij een voortschrijdende secularisatie in het dorp. „Er is een toenemende rand- en zelfs buitenkerkelijkheid. Het idee van een protestantse enclave in rooms-katholiek gebied is achterhaald. Onze jongeren krijgen vaker dan voorheen met een katholiek of een onkerkelijke verkering. En al wil ik niet somberen en hebben we actieve jongeren, er zijn dingen aan het verschuiven. Dat vraagt meer én anders dan vroeger aandacht van de kerkenraad: hoe brengen en hoe houden we hen bij Christus en Zijn gemeente? In elk geval door de prediking van Zijn naam.”


Onbetwiste held

Jan de Rooij (1923-1945) is een onbetwiste held in Sprang-Capelle. Hij was arbeider in een schoenfabriek. Zijn christelijke overtuiging inspireerde hem tijdens de Tweede Wereldoorlog om zich aan te sluiten bij verzetsgroep André. Om ervoor te zorgen dat de geallieerden op de hoogte waren van wat er zich achter het front afspeelde, werden er twee spionnen met zender naar het Land van Heusden en Altena gestuurd. Een van hen was De Rooij. Zij hadden direct radiocontact met de zender op de zolder van het raadhuis in Capelle. De Rooij verbleef bij een bekende in Dussen en deed zich voor als boerenknecht. Op de zolder van de schuur van de boerderij werd de zender verborgen. Daarmee seinde hij gegevens van het Duitse front en de troepen door naar Capelle. Zo kon hij de locaties van de geschutstellingen doorgeven. Deze werden systematisch gebombardeerd. De Duitsers gingen op onderzoek uit en vonden de zender. Het boerengezin en een bezoeker werden gegijzeld. De Rooij gaf zich aan en redde daarmee het leven van de familie. Hij werd gevangengenomen en op 6 januari 1945 in Amsterdam gefusilleerd. Op 7 juli 1945 werd zijn lichaam met militaire eer herbegraven vanuit de hervormde kerk van Sprang.


Dit is het achtste artikel in een serie van twaalf over christelijke dorpen.