Ophef over flyer tegen reclame SuitSupply

De winkel van Suitsupply op Schiphol. beeld ANP

Op sociale media is dinsdag ophef ontstaan over een flyer van de stichting Civitas Christiana die maandag werd verspreid bij het Reformatorisch Dagblad.

In de flyer roept de stichting op tot protest tegen reclames van het kledingbedrijf Suitsupply. Dat bedrijf had eerder deze maand in het land posters opgehangen waarop zoenende mannen te zien waren. De stichting probeert via haar protest Suitsupply te overtuigen deze posters te verwijderen uit de winkels. De posters op reclameborden en bushokjes waren al verwijderd.

Diverse media hebben intussen ook contact gezocht met het Reformatorisch Dagblad met vragen over de flyer. Ook op sociale media werd veel over de kwestie gedeeld. Zo plaatste minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) een tweet waarin ze schreef dat „regenbooggezinnen ook gezinnen” zijn. Ook waren er veel tweets, mails en posts op Facebook met haatdragende en beledigende teksten richting de stichting Civitas Christiana en het Reformatorisch Dagblad.

Cees Hovius, manager commerciële zaken en verantwoordelijk voor het advertentiebeleid van het RD, geeft desgevraagd aan dat er bij het Reformatorisch Dagblad zorgvuldig gekeken is naar de advertentie van Civitas Christiana. „Zoals bij iedere advertentie hebben we als commerciële afdeling van het Reformatorisch Dagblad gekeken of dit een flyer is die op grond van de criteria de wij hanteren voor advertenties geweigerd zou moeten worden. Dat is niet het geval. Deze adverteerder keert zich tegen het advertentiebeleid van Suitsupply voor wat betreft de posters van zoenende mannen. Dat geldt ook voor sommige eerdere reclame-uitingen van dat bedrijf die ze ethisch gezien niet passend vindt voor de publieke ruimte.”

Commotie
De commercieel manager betreurt de ontstane commotie „Het is geenszins de bedoeling om mensen te kwetsen. En daarom vind ik het echt jammer als het beeld ontstaat dat wij homoseksuelen als mensen afwijzen. Als die indruk is gewekt, betreur ik dat zeer.”