Nazaten Joods Visvliet door stenen bijeen

Gunter Demnig plaatst de Stolpersteine. beeld Peter Wassing

Vier stolpersteine zijn maandagavond in de stoepen van Heirweg 38 en 41 in het Groningse Visvliet gelegd. Dit ter nagedachtenis aan de vier Joodse dorpsgenoten die zijn omgebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een tevens onthulde plaquette herinnert aan alle zes in de oorlog omgekomen dorpelingen.

De plaatsing van de gedenktekens is een initiatief van Stichting Oudheidkamer Visvliet, die de familiegeschiedenis van de slachtoffers heeft uitgezocht.

De Joodse Jette (1884), David (1887) en Salomon Israëls (1890) waren ongetrouwd achtergebleven in het huis van hun ouders. Tegenover hen woonde hun neef Mozes Israëls met zijn vrouw Rebecca. De avond voordat lapjeskoopman Salomon werd opgeroepen voor een keuring om tewerkgesteld te worden, kocht hij een hoop tabak en rookte hij de hele nacht door. Hij hoopte zo beroerd te worden, dat hij zou worden afgekeurd. Maar tevergeefs. Hij werd naar Westerbork gestuurd en in Auschwitz vermoord.

Op 26 november 1942 moesten alle Joodse inwoners van de gemeente naar Westerbork worden afgevoerd. De Joodse Visvlieters reageerden daar verschillend op. Mozes en Rebecca namen de dag van tevoren afscheid van verschillende dorpelingen. Ze wisten niet wat hen te wachten stond, hoopten er maar het beste van. Ze stierven in Auschwitz.

Ziekenhuis

Jette had met haar zwakke gezondheid in een Groninger ziekenhuis gelegen en ontsprong aanvankelijk de dans. Maar in maart 1943 haalden de Duitsers alle zieke Joden op. Jette werd vermoord in Sobibor.

Veehandelaar en slager David vluchtte op de avond vóór 26 november over de Lauwers naar een familie in Gerkesklooster. Ondergedoken in Twijzel was hij de enige van de vijf Joodse Visvlieters die de oorlog overleefde. In zijn huis woonde intussen een gezin met een baby. „Zij hebben de voorkamer vrijgemaakt voor David en zijn kort daarna verhuisd”, weet Agda van der Vlis, voorzitter van Archief Visvliet.

Tijdens de ceremonie werden de stenen ingelegd door Gunter Demnig zelf, de Duitse bedenker van de Stolpersteine, die kriskras door Europa al zo’n zestigduizend steentjes heeft ingelegd. Een Joodse voorzanger sprak een gebed uit en kinderen uit het dorp legden bloemen neer.

De Joodse Visvlieters hadden geen kinderen, maar sommigen van hun broers en zussen waren al voor 1940 vertrokken. Zij overleefden de oorlog en hebben gezinnen gesticht. Zo’n 25 van hun nazaten, van wie één uit Israël, kwamen voor de plechtigheid naar Visvliet. „Sommigen van hen hadden elkaar al jaren niet meer gezien. De Stolpersteine hebben hen allemaal weer bijeengebracht.”

Leo Turksma, de 92-jarige oomzegger van Mozes, is een van hen. Hij sprak tijdens de ceremonie over het leven in Visvliet tijdens de oorlog, waar hij vaak op bezoek was. Samen met de achtjarige inwoner Levy onthulde hij de plaquette in de muur van nr. 38, waar thans het dorpsarchief en de oudheidkamer gevestigd zijn.

Infiltrant

Op de plaquette worden ook twee andere omgebrachte dorpelingen herinnerd. Pieter Radema dook onder voor de arbeitseinsatz, werd verraden en naar Neuengamme gestuurd, waar hij overleed aan ondervoeding. Hielke van der Wal raakte betrokken bij een verzetsgroep in Brabant. De groep ontdekte een infiltrant in haar midden. Tijdens een gezamenlijke missie stond Hielke op het punt hem in een bos uit te schakelen, maar de infiltrant was hem voor en Hielke werd gedood. Zo’n twintig familieleden van Pieter en Hielke woonden de ceremonie bij.