Dochters gijzelaars uit Sliedrecht en Putten spreken bij herdenking Kamp Amersfoort

beeld Kamp Amersfoort
9

O zeker, hij had Kamp Amersfoort overleefd, en de Duitse kampen ook. Maar Bas van der Starre had tbc opgelopen, kon later niet meer werken en moest jaren vechten om pensioen. Was het verwonderlijk dat de onmacht zich ontlaadde in driftbuien?

„De oorlog was thuis nooit ver weg”, zei zijn dochter Anja vrijdagmiddag tijdens de jaarlijkse herdenking bij Kamp Amersfoort. „In Duitsland ben ik afgedaald in de zoutmijn waar papa moest werken. Ik had de vrijheid de mijn te verlaten; hij niet. Toen ik weer daglicht zag, wist ik wat mijn missie was: die vrijheid doorgeven. Het offer van de gevangenen verdient erkenning, en blijvende aandacht.”

Die boodschap echoot onder de bomen, op deze zonnige dag waar oorlog en ellende ver weg lijken. Maar, zegt A. van Baal, de voorzitter van het kampbestuur, „de geschiedenis leert ons dat we jammer genoeg niet veel van eerdere ervaringen leren.” Hij was er zelf in 1994 getuige van, als landmachtgeneraal in Bosnië.

Gijzelaars

Klokslagen klinken, doedelzakmuziek, raps, gedichten. Er zijn nog enkele oud-gevangenen bij de herdenking aanwezig, precies 74 jaar nadat de Duitsers het kamp overdroegen aan het Rode Kruis. Er zijn nabestaanden, en tal van anderen die het leed willen gedenken dat hier geleden werd. Niet te bevatten leed; „eigenlijk”, zegt senator Rinnooy Kan, „is het voor elke nieuwe generatie nog lastiger zich in te denken wat hier gebeurde.”

Elk jaar wordt het herdacht. Dit jaar niet op de binnenplaats, omdat er een ondergronds museum wordt gebouwd. Anders dan anders is ook dat er video’s worden vertoond, en dat alles op grote schermen te volgen is.

Dit jaar is er vooral aandacht voor de gijzelaars die in het doorgangskamp terechtkwamen. Zoals Bas van der Starre uit Sliedrecht. Hij was geen Jood. Hij was geen verzetsman. Hij had niets gedaan wat de Duitsers mishagen kon. Maar hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plek, als 19-jarige schippersknecht op weg naar zijn werk, juist toen de Duitsers een razzia hielden.

Razzia. Het woord zouden we niet moeten kennen, vindt dochter Anja. „Maar het gebeurt nog steeds.” In 1944 gebeurde het nadat het verzet in de Biesbosch twee landwachters doodschoot. Als represaille werden in Sliedrecht, Hardinxveld, Giessendam en Werkendam honderden mannen opgepakt. Jonge mannen vooral. Ze werden bijeengedreven en in overvalwagens geladen. Op weg naar Kamp Amersfoort. Van deze Merwedegijzelaars keerden er 25 niet terug. Van der Starre wel. Maar het tekende zijn leven.

Trouwring thuisgestuurd

Represaillegijzelaars waren er meer. Zoals Johan Thomas, die op 1 oktober 1944 van Harderwijk naar Achterveld fietste om zijn ernstig zieke moeder te bezoeken. Hij kwam er nooit aan, want hij kwam langs Putten. Daar werden honderden mannen opgepakt.

Thomas kwam in Duitsland om. Nu spreekt zijn dochter –destijds was ze één jaar– tijdens de herdenking, en ze steekt een horloge omhoog. Zíjn horloge. Het zat met zijn trouwring en zijn zegelring in een envelop die de weduwe in 1953 kreeg. Haar man was toen nog altijd „vermoedelijk” overleden. Maar hij kwam nooit terug.

Mevrouw Thomas was 60 jaar weduwe. Toen ze stierf, zetten de kinderen een tekst uit Bijbelboek Spreuken op haar grafsteen: „Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?”

Gijzelaar vrijgelaten

Henk Haan was ook gijzelaar. Er was een Duitser gedood, Bedum werd afgegrendeld, en hij moest mee. Naar het politiebureau in Groningen, en toen op de trein naar Amersfoort. „Het was daar geen lolletje, hoor.” En: „Daar gebeurde wel wat, hoor.”

Daar gebeurde wel wat. Daar klonken de knallen op de fusilladeplaats waar hij nu een krans legt bij het monument De Stenen Man. Haan is oud; hij werd vrijgelaten en overleefde. Hij zou de krans samen met W. Tamminga leggen, maar die overleed vorige maand. Twee van Tamminga’s kinderen nemen de plaats van hun vader in.

Er hebben meer dan 35.000 gevangenen in dit kamp gezeten. Velen kwamen om, hier of in een volgend kamp. Nu klinkt het Wilhelmus onder de bomen; het volkslied dat weer vrijuit gezongen mag worden, al zingen bij elke herdenking veel mensen niet mee. Twee minuten zwijgt iedereen als de slachtoffers van het naziregime worden herdacht. Slechts de vogels laten zich horen.