Bommetje onder consumentenvuurwerk

Vuurwerk
beeld RD, Jos Ansink

In samenleving en politiek woedt al jaren een felle discussie over het al dan niet verbieden van consumentenvuurwerk. De overheid draait de duimschroeven langzaam maar zeker aan. Mag Nederland straks niet meer knallend het nieuwe jaar in?

Het verzet in samenleving en politiek tegen vuurwerk groeit. En dat is begrijpelijk. Elk jaar verliezen jongeren en ouderen rond oud en nieuw ledematen en ogen; ja, soms zelfs hun leven. Tijdens de jaarwisseling van 2018/2019 overleden in Enschede en in het Friese Morra mensen door ongelukken met vuurwerk.

Het aantal ernstig gewonden rond de jaarwisseling halveerde weliswaar in zes jaar tijd, maar toch kwamen er eerder dit jaar rond oud en nieuw nog bijna 400 mensen met vuurwerkletsel terecht bij de afdeling spoedeisende hulp van ziekenhuizen. Twaalf patiënten verloren (delen) van handen of vingers. Ruim 130 mensen meldden zich met schade aan hun ogen. Tien ogen verloren blijvend het licht en twee ogen zijn verwijderd. Ruim de helft van alle vuurwerkslachtoffers stak zelf geen vuurwerk af, maar was toeschouwer.

Ook vanuit milieuoogpunt zijn er kritische kanttekeningen te plaatsen bij de traditie om knallend het nieuwe jaar in te gaan. Jaarlijks gaat er zo’n 14.000 ton vuurwerk in rook op. Een deel is kooldioxide. Maar er komt ook veel fijnstof en zwaveldioxide vrij. Op gewone dagen zit er zo’n 19 microgram fijnstof in een kubieke meter lucht. Bij de jaarwisseling kan dat bij ongunstige weersomstandigheden en in stedelijke gebieden oplopen tot 1000 microgram per kubieke meter. Het inademen van fijnstof is schadelijk voor de gezondheid, zeker voor mensen met een zwakke gezondheid of met longziektes.

Naast luchtvervuiling zorgt vuurwerk ook voor bodem- en waterverontreiniging. Fijnstof en onverbrande vuurwerkresten komen in de bodem en in het water terecht.

Tijdens de jaarwisseling komt er naar schatting ruim 30 ton zwaveldioxide –een belangrijke veroorzaker van zure regen– in de lucht terecht. Om dat in perspectief te zetten: het Nederlandse wegverkeer stoot op jaarbasis 180 ton zwaveldioxide uit

Manifest

In 2015 namen twee oogartsen, Tjeerd de Faber en Jan Keunen, het initiatief om een vuurwerkmanifest op te stellen. Ze pleiten voor een totaalverbod op consumentenvuurwerk en het opzetten van grote professionele vuurwerkshows. „Wij zien in onze praktijk de persoonlijke en maatschappelijke ellende veroorzaakt door consumentenvuurwerk. De verhouding is zoek tussen de huidige manier van oud en nieuw vieren en de vele ongelukken die het gevolg ervan zijn”, zo luidde hun motivatie.

De twee artsen kijken in hun manifest verder dan de menselijke slachtoffers. Ze wijzen ook op de gevolgen voor dieren. „Katten, vogels en (hulp)honden hebben veel last van vuurwerkstress.”

Verder benadrukken de twee dat er door consumentenvuurwerk veel materiële schade ontstaat in de publieke ruimte en bij particulieren. Dat bedrag loopt in de miljoenen euro’s. Ook vinden tijdens de jaarwisseling op grote schaal verstoringen van de openbare orde plaats. Gemiddeld zijn er zo’n 11.000 incidenten bij de jaarwisseling, variërend van brandstichting en vernieling tot openlijke geweldpleging.

In vier jaar tijd ondertekenden ruim 1700 organisaties en bijna 80.000 particulieren het vuurwerkmanifest. Dat zijn niet alleen organisaties van medisch specialisten, maar ook algemene organisaties als de artsenorganisatie KNMG en de Landelijke Huisartsenverenging. De nationale politie pleit ook voor een verbod.

Daarnaast haakten milieuclubs aan en vier politieke partijen, te weten GroenLinks, 50PLUS, Partij voor de Dieren en SGP. Een jaar geleden tekende Achmea als eerste verzekeraar het manifest.

Bijna 80.000 particuliere ondertekenaars van het vuurwerkmanifest is natuurlijk best veel, maar dat aantal vormt slechts een fractie van de Nederlandse bevolking. De steun voor een verbod is echter veel breder. Uit een vorig jaar gehouden peiling van I&O Research uit Enschede blijkt dat 60 procent van de Nederlanders voor het verbieden van consumentenvuurwerk is. Voor een verbod op vuurpijlen bestaat geen meerderheid,

Medestander

De tegenstanders van vuurwerk kregen in 2017 een medestander van formaat. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) kwam met het advies om een algeheel verbod op vuurwerk in te stellen. De OVV is een gezaghebbende organisatie die los van de overheid opereert en onderzoek doet naar zaken die de veiligheid van burgers betreffen. Zo onderzoekt de raad voorvallen in de luchtvaart, op het spoor, in de chemische industrie, in de bouw, in de gezondheidszorg en bij Defensie.

„We kijken naar die situaties waar structureel veiligheidswinst geboekt kan worden”, zo zegt woordvoerder Sara Vernooij. „En dat is bij de viering van oud en nieuw ons inziens het geval, gezien het feit dat er elk jaar vele slachtoffers te betreuren zijn.”

De OVV schrijft: „De viering van oud en nieuw is op veel plaatsen in Nederland het onveiligste feest van het jaar.” De raad richt zijn pijlen allereerst op het knalvuurwerk. Dat zorgt voor veel overlast en nodigt uit tot roekeloos gedrag, bijvoorbeeld door het naar omstanders en hulpverleners te gooien. „Dit geeft veel mensen voor een onveilig gevoel”, zo staat in het rapport uit 2017.

Vuurpijlen zorgen volgens de OVV elk jaar ook voor veel letsel. „Dit komt doordat de pijlen uit de hand worden afgeschoten, op omstanders worden gericht en vanuit niet-stabiele lanceerinrichtingen –zoals flessen– worden afgestoken, waardoor ze in onbedoelde richting kunnen schieten.” Ook bepleit de raad effectieve opsporing en vervolging van handelelaren in illegaal vuurwerk.

Volgens Vernooij van de OVV doet de politiek te weinig met de adviezen uit het rapport: „Dat vinden we jammer; dat is een gemiste kans.”

Naleving probleem

Uiteindelijk is het aan de landelijke politiek om al dan niet te besluiten tot een landelijk vuurwerkverbod. De meerderheid van de bevolking en ook ruim 1700 organisaties juichen een dergelijk besluit toe.

Toch is er op dit moment in politiek Den Haag bij lange na geen meerderheid te vinden voor een algeheel verbod op consumentenvuurwerk. GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50PLUS en SGP, de partijen die het vuurwerkmanifest ondertekenden, bezetten samen 25 van de 150 zetels in de Tweede Kamer.

Tegenstanders van een verbod voeren aan dat het afsteken van vuurwerk met nieuwjaar een lange traditie heeft en dat de overheid de individuele vrijheid van burgers niet aan banden moet leggen. Bovendien staat bij voorbaat vast dat de naleving van het verbod een probleem gaat opleveren.

Toch kantelt het debat heel langzaam. Dat heeft te maken met de ChristenUnie die als lid van de coalitie eind 2017 stelde dat het hoog tijd is voor een consumentenverbod op het afsteken van vuurwerk. Het kabinet besloot pas anderhalf jaar later, in juli dit jaar, om de verkoop van het zwaarste consumentenvuurwerk in de categorie F3 te verbieden. Daaronder vallen onder meer de honderdduizendklappers en Chinese rollen. Maar dat verbod gaat pas in tijdens de jaarwisseling van 2020/2021.

De burgemeesters van de vier grootste steden en de politie reageerden teleurgesteld. Ze zouden graag zien dat het verbod al tijdens de komende jaarwisseling van kracht zou worden. Verder wijzen belanghebbenden erop dat de categorie F3 slechts 0,5 procent van de hoeveelheid verkocht vuurwerk omvat.

Premier Rutte stelde bij de presentatie dat het kabinet geen voornemens heeft om verdere stappen te zetten. Volgens hem is er nu een evenwicht gevonden om enerzijds de schade te beperken en anderzijds ruimte te laten voor tradities.

Klap op vuurpijl

Het verbod op de zwaarste categorie vuurwerk lijkt in eerste instantie niet meer dan een kleine, symbolische stap. Maar er is wel een nieuwe trend gezet.

Dat bleek in oktober jongstleden toen de Tweede Kamer sprak over het kabinetsbesluit om vuurwerk in de categorie F3 te verbieden. De Kamer had maling aan de uitlating van Rutte dat de regering niet verder wil gaan dan een verbod op de F3-categorie. De Kamer wil dat juist het verbod op vuurwerk wordt uitgebreid naar minder zwaar vuurwerk. Alle linkse partijen zijn daar voor. Coalitiepartner CDA haakte daarbij aan. Staatssecretaris Van Veldhoven –inmiddels bevorderd tot minister van Milieu– kon tijdens het debat niet anders concluderen dat zij moet onderzoeken of uitbreiding van het voorgenomen verbod tot de mogelijkheden behoort. Er ligt een bommetje onder het consumentenvuurwerk.

Opmerkelijk was dat VVD en PVV tijdens het debat lieten doorschemeren dat in hun fractie de meningen over een vuurwerkverbod aan het schuiven zijn. Zo maakte PVV-Kamerlid Lilian Helder duidelijk dat ze persoonlijk voor een totaalverbod is, maar dat haar hele fractie „helaas nog niet zover is.” VVD-Kamerlid Dilan Yesilgöz stelde in eerste instantie dat ze ook voor de uitbreiding van het verbod op zwaar vuurwerk is. Maar kort daarna moest ze laten weten dat dat niet het standpunt van de fractie is.

Zo draait de Tweede Kamer de duimschroeven stapje voor stapje aan. Vorige week aanvaardde de Kamer een motie van SGP-Kamerlid Roelof Bisschop om aan te sturen „op het verder aan banden leggen van de verkoop van vuurpijlen en zwaar (knal)vuurwerk.” Het kabinet heeft van de Kamer huiswerk meegekregen en is nu aan zet.

Het hele proces gaat SGP-Kamerlid Bisschop eigenlijk niet snel genoeg. Hij wil het liefst zo snel mogelijk een totaalverbod op knalvuurwerk. „Het afsteken van vuurwerk ziet de SGP als een zinloos gebeuren dat veel slachtoffers maakt, vervuilend is en veel geld kost. Dat geld zouden we beter op een andere manier kunnen besteden. Ik vind vuurwerk veel gevaarlijker dan de festiviteiten rondom Sinterklaas en Zwarte Piet. Zolang er geen totaalverbod op knalvuurwerk is, adviseer ik gemeenten om vuurwerkvrije zones aan te wijzen of in de gehele gemeente vuurwerk te verbieden. Dat mag nu al.”

Nu is het vanouds zo dat in gemeenten waar de SGP goed is vertegenwoordigd, ook geregeld veel overlast is. Bisschop wil dat niet ontkennen. „Ik ben daar niet trots op en wil daar niet vergoelijkend over doen. Overlastgevende en vuurwerkafstekende jeugd moeten zich schamen. Orthodox-christelijke jongeren moeten in de goede zin van het woord een lichtend voorbeeld zijn. Als dit kabinet als klap op de vuurpijl komt met een verbod op consumentenvuurwerk, dan mogen wat mij betreft de kurken knallen.”

serie

Vuurwerk

Dit is de vierde aflevering van een vijfdelige serie over vuurwerk.