Radio, televisie en internet bij Horningmennonieten verboden

Verenigde Staten
Boerderij van mennonieten. Foto Annemarie Walter Annemarie Walter

WOMELSDORF – In de kerk van de Horningmennonieten in Womelsdorf, een dorpje in de Amerikaanse staat Pennsylvania, staat een bank voor de predikant die deze zondag spreekt. Een preekstoel of katheder is er niet, een microfoon evenmin. Het gehuil van de vele baby’s maken de preek moeilijk te verstaan.

De preek is in het Engels. Alleen de oudere generatie Horningmennonieten spreekt nog het Pennsylvania-Duits. Tijdens het stil gebed draaien de kerkgangers zich om en knielen.

Na de dienst praten de mennonieten buiten het gebouw nog wat na. Kerkgang is ook een belangrijke sociale gebeurtenis. De vrouwen wachten aan hun zijde van het kerkgebouw tot ze door hun broer, man of vader met de auto worden opgehaald.

De kerkelijke leiders in de ongeveer 9000 leden tellende gemeenschap van Horningmennonieten krijgen geen extra scholing of betaling voor de taak die zij vervullen. Ze oefenen het ambt uit naast hun baan. Ze kiezen er ook niet zelf voor om predikant te worden. Voor elk kerkelijke ambt dat vervuld moet worden, werpen de mennonieten –zoals de apostelen deden– het lot. God bepaalt wie de nieuwe bisschop, predikant of diaken wordt.

Het dagelijks leven van de Horningmennonieten kenmerkt zich door eenvoud en non-conformisme. Ze zien zichzelf als uitverkorenen, geroepen om anders te zijn dan de wereld. Dat is allereerst te zien aan hun uiterlijk. De kledingstijl is eenvormig en vrouwen mogen geen make-up gebruiken of sieraden dragen. Zelfs trouwringen zijn afwezig; getrouwde vrouwen zijn alleen herkenbaar aan de zwarte linten op hun kapje.

Ondanks dat de Horningmennonieten het financieel vaak goed hebben, worden ze geacht geen geld uit te geven aan onnodige luxe of werelds vertier. Ze mogen alleen zwarte auto’s bezitten, en dan ook nog alleen van een merk dat door de kerk is goedgekeurd. IJdelheid is het werk van de duivel. Horningmennonieten hebben een zeer ingetogen voorkomen, wat aangeboren is of met harde hand aangeleerd.

Uitgezonderd op zondag wordt het leven gekenmerkt door noeste arbeid. Vanaf zeer jonge leeftijd helpt iedereen mee op de boerderij en als het eigen werk klaar is, is men nooit te beroerd om een ander te helpen.

De Hornings kennen geen doordeweekse kerkelijke activiteiten, maar zoeken elkaar wel graag op. Invloeden van buiten de gemeenschap worden beperkt doordat het bezit van radio, televisie of een internetaansluiting verboden is. Radio’s worden uit auto’s verwijderd.

De Horningmennonieten ontmoedigen het trouwen buiten de eigen groepering. Wie dat toch doet, moet de gemeenschap verlaten. Stellen trouwen jong en krijgen vaak binnen een jaar hun eerste kind. Getrouwde vrouwen worden geacht niet te werken. Het openlijk tonen van elke vorm van affectie tussen man en vrouw vinden de mennonieten uiterst ongepast.

Scholing staat niet in hoog aanzien. In 1 Korinthe 3:19 staat: „Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God.” Dat is dan ook de reden waarom jongeren op 15-jarige leeftijd de school verlaten en gaan meewerken op het land of in de huishouding.

De Horningmennonieten hebben hun eigen scholen. De zogenoemde kerkscholen bestaan allemaal uit twee ouderwets ingerichte klaslokalen, waar onderwijs wordt gegeven door mannen en ongetrouwde vrouwen die zelf ook geen verder onderricht hebben genoten.

De tekst uit de brief aan de Korinthiërs vormt ook de basis voor het verzet van de Horningmennonieten tegen systematisch Bijbelonderwijs. Volgens hen heeft veel kennis geen waarde maar leidt die tot het in twijfel trekken van de door God opgelegde levensstijl.

Het gevolg is dat leden vaak niet op de hoogte zijn van de vele gebruiken binnen de gemeenschap en die op verschillende wijze uitleggen. Een ”goede” gelovige is niet iemand die veel Bijbelkennis of een sterk persoonlijk geloof bezit, maar iemand die volgens de regels van de groep leeft.

Dit is het laatste deel van een tweeluik over Horningmennonieten in de Verenigde Staten.