Theologenblog: Zonlicht is een bemoedigend teken

Theologenblog
beeld TUA, Peter Leenhouts

Zonlicht neemt de ellende veroorzaakt door het coronavirus niet weg. Het is wel een bemoedigend teken van God.

„Het licht is zoet en het is aangenaam voor de ogen de zon te zien”, zegt Prediker 11:7. Daar konden we over meepraten de afgelopen weken. Misschien was het wel de zonnigste tijd die ik in mijn leven heb meegemaakt. In letterlijke zin dan: van 21 maart tot 20 april, de eerste maand van de astronomische lente, scheen de zon meer dan 300 uur. Dat is in Nederland niet eerder gebeurd, zolang men dergelijke gegevens registreert. En na 20 april ging het nog een aantal dagen op dezelfde voet verder.

De ongekende overvloed aan zonlicht maakte de verplichting om zoveel mogelijk thuis te blijven een stuk dragelijker. Je kon tenminste in de tuin of op het balkon zitten, of even een ommetje maken zonder eerst de Buienradar te checken. Het stralende licht stond in schril contrast met het leed van de epidemie, die ons al weken in de greep houdt. Het was tegelijk pijnlijk voor al diegenen die opgesloten zaten in hun kamer of appartement. Velen snakten ernaar het zonlicht op hun huid te voelen, maar ze mochten er alleen vanachter het glas naar kijken.

De zonneschijn was heerlijk voor wie ervan kon genieten, maar leidde ook tot droogte en natuurbranden. Van die andere kant van de zon zal Prediker zich zeker niet minder bewust geweest zijn dan Nederlanders van nu. In het Nabije Oosten en rond de Middellandse Zee is de zon gevreesd, als bron van hitte, die zelfs dodelijk kan zijn. Volgens sommigen is dat de reden waarom de zon voor de Grieken en de Romeinen een mannelijke god was en de maan een godin. Het tere licht van de maan stond voor hun gevoel tegenover de mannelijke hardheid van de zon.

Die bedreigende kant van de zon noemt preekt Prediker hier niet. Hij zegt alleen maar dat het aangenaam is de zon te zien. Dat doet hij, omdat het zonlicht bij het leven hoort. Het contrasteert met de duisternis, waarin de mens na zijn dood moet verkeren. Het aardse leven is volgens Prediker ijdelheid, lucht en leegte. Er valt nauwelijks een zin aan te ontdekken. Maar in plaats van daarom het bijltje erbij neer te gooien, roept hij ertoe op met volle teugen te genieten van wat je krijgt, vooral van elke dag dat je het licht ziet schijnen (vers 8).

Geconfronteerd met de coronacrisis kunnen we dezelfde vraag stellen als Prediker: wat is de zin hiervan? Het antwoord op die vraag kan ik niet geven. Misschien kunnen we later zeggen waar het goed voor geweest is. Op dit moment hebben we te maken met mensen die in grote benauwdheid hun laatste uren doorbrengen, of die bijna gek worden van de eenzaamheid en de opsluiting. Het zonlicht neemt die ellende niet weg. Toch is het goed dankbaar naar dat zonlicht te kijken. Ik zie het als een bemoedigend teken van God. Het licht dat Hij zo uitbundig liet schijnen mag ons eraan herinneren dat Hij ondanks alles uit is op ons leven. Zonder licht was de aarde woest en doods. Door het licht te scheppen maakte God ons leven mogelijk.

Wat Prediker eeuwen geleden schreef, geldt dus zeker voor ons: het is bijzonder aangenaam dat wij juist in deze tijd het zonlicht mogen zien.

De auteur is hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit Kampen en de Faculté Jean Calvin in Aix-en-Provence. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.