Theologenblog: Gewoon een catechismus

Theologenblog
De drie samenstellers van de ”Gewone Catechismus”, van links naar rechts: dr. Arnold Huijgen, dr. Theo Pleizier en dr. Dolf te Velde. beeld RD, Anton Dommerholt

Het genre ”catechismus” is een kwetsbare vorm. Wil het werken, dan moeten de vragen échte vragen zijn, die midden in het leven van vandaag staan. En de antwoorden moeten te denken geven, zodat je erop blijft kauwen. De ”Gewone Catechismus” biedt hiervoor een handreiking.

Waar zijn we aan begonnen? Dat hebben Theo Pleizier, Arnold Huijgen en ik ons vaak afgevraagd, terwijl we werkten aan wat nu de ”Gewone Catechismus” is geworden.

2019-05-16-katDO1-gewone_catechismus-4-FC_web‘Gewone’ catechismus wil kern geloof in 100 vragen en antwoorden belichten

Het begon met een dapper idee bij het jubileum van de Heidelbergse Catechismus in 2013. Als praktisch theoloog stelde Pleizier vast dat de Catechismus niet meer functioneerde zoals die bedoeld was: als leerboekje voor de jeugd. Er is een hele batterij aan methodes en werkvormen omheen gegroeid. Zou je niet weer eens terug moeten naar de kern: een korte uiteenzetting van het geloof in de vorm van vragen en antwoorden? Dat zijn we dus maar gaan doen: gewoon weer een catechismus maken.

Met de keus voor een nieuwe catechismus roepen we vragen op. Is dit niet een volkomen achterhaald genre? Alsof je de leer van de Bijbel en het christelijke leven in een setje vragen en antwoorden kunt vastleggen. Sowieso is ”de leer” niet populair in veel kerken. Christenen zoeken ruimte voor beleving en naar handvatten voor het leven in de praktijk. Leerdiensten, bijvoorbeeld aan de hand van de Heidelbergse Catechismus, lijden onder een teruglopend aantal kerkgangers. Onlangs sprak prof. Maarten Wisse (PThU) over „het verdwijnen van de catechetische cultuur”. De tijd waarin kerkgangers op min of meer structurele basis kennis opdoen over de Bijbel en de grote thema’s van het christelijk geloof is voorbij. Kerk en prediking zijn er meer om steun en bevestiging te geven dan om kennis bij te brengen. „Religie is entertainment geworden.”

Nu doet Wisse zijn uitspraken in de context van de Protestantse Kerk in Nederland. Vanouds kent die veel diversiteit en een brede rand. Toch zijn in de kleinere kerkgemeenschappen van de gereformeerde gezindte soortgelijke trends waar te nemen. Positieve en betrokken christenen bekijken het leven niet meer vanuit een vanzelfsprekend gezamenlijk kader, maar sprokkelen zelf hun ideeën en ervaringen bij elkaar. In dat opzicht zijn we als gereformeerden postmodern geworden.

Toch blijft juist in een postmodern klimaat het gezamenlijk gesprek over de inhoud van het christelijk geloof nodig. Onder twintigers en dertigers is er verlegenheid om onder woorden te brengen waar ze voor staan. Als je zelf het geloofsverhaal niet op een rij hebt, hoe draag je het dan aan je kinderen over? Deze generatie vervult een sleutelrol: als hier het estafettestokje op de grond valt, wordt het moeilijk om het later weer op te pakken.

Hier biedt de Gewone Catechismus een handreiking. Inderdaad, het genre ”catechismus” is een kwetsbare vorm. Wil het werken, dan moeten de vragen échte vragen zijn, die midden in het leven van vandaag staan. En de antwoorden moeten te denken geven, zodat je erop blijft kauwen. Door het spel van vraag en antwoord leer je ontdekken hoe de rijke wereld van God en zijn heil zich ontvouwt, en hoe je daar zelf een plek in mag vinden.

In gesprek gaan over de kernstukken van het christelijk geloof bindt samen. Als auteurs hebben we dat ervaren in het proces van schrijven, schrappen en schaven. Je kunt niet aan je eindje vasthouden, want het geloof is niet privé. Je deelt die schat met de kerk van alle eeuwen en alle plaatsen. Dat gevoel gunnen we onze medechristenen. Daarom dus maar gewoon een catechismus.

De auteur is universitair docent Systematische Theologie. Hij schrijft dit blog als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.