School is oefenruimte van afhankelijkheid naar volwassenheid

„Laten we van onze broeders en zusters ver weg hun aandacht voor zingen overnemen, met psalmen en liederen die de kerk van alle tijden en plaatsen zingt en gezongen heeft.” beeld iStock

Opvoeding en onderwijs zijn bedoeld om God en de naasten te leren dienen. Een schoolplan kan dit praktisch vormgeven, stelt dr. ir. P. M. Murre.

Er zaten er ongeveer vijftien, zwarte kopjes van drie jaar oud, schat ik. De armsten van de armsten. Soms zonder ouders. Schoolgeld konden ze niet betalen. Hun leerkrachten gingen er met hart en ziel voor. Verfden in de vrije tijd de muren.

Psalm 23 hing aangeplakt. Ja, we waren welkom. En de kinderen zongen voor ons, als lijsters: ”Read your Bible, pray every day”. In zijn derde zin noemde de directeur het woord ”blessed”.

Hadden ze een schoolplan? Ik weet het niet. Hadden ze een doel met de school, een missie, een drive? Zeker. Hadden ze nagedacht over wat de maatschappelijke werkelijkheid betekende voor hun school? Absoluut.

Ook Nederlandse basisscholen bereiden zich momenteel voor op een nieuwe periode van vier jaar (2019-2022), waarvoor ze strategisch beleid willen en moeten vaststellen. Het is goed om daar de tijd voor te nemen, bronnen te raadplegen, te studeren, te bidden, rond te kijken en te spreken met het team, ouders, kerken, leerlingen en andere betrokkenen. Geen geringe taak.

Daarbij is het ook van belang om te peilen wat er vanuit de overheid en de maatschappij op ons afkomt en hoe je daar als school mee omgaat. De rijtjes zijn bekend: juridisering, protocollisering, pathologisering, informatisering, secularisatie (na Genesis 3 startend vanuit ons hart), fragmentatie en wat dies meer zij.

Na enkele overkoepelende opmerkingen formuleer ik vijf aandachtspunten voor schoolplannen voor de komende jaren.

Leren dienen

Allereerst dit: van wie is de school? Of een stap verder: van wie zijn de kinderen? Niet van de staat. De overheid krijgt in de Bijbel slechts een vrij beperkt mandaat. Vadertje Staat heeft geen kinderen. Zijn ze dan van de school? Ook dat niet, want de school krijgt zijn leerlingen van de ouders. Van de ouders dus? Mis, want zij belijden met de vragen die bij de heilige doop gesteld worden dat ze lidmaten van de gemeente zijn. Van de gemeente dan?

Laten we nog één spa dieper gaan. God heeft het Zelf over „Mijn kinderen” (Ezechiël 16). Zíjn kinderen. Dat is nogal wat. Welke claim gaat hiervan uit? Hoe voelen we die claim wegen, ook voor het schoolleven?

De doelstelling voor opvoeding en onderwijs moet zijn: te leren dienen. Dat kan in de diepe zin des woords alleen als we gewassen worden in Christus’ bloed en geheiligd worden door de Heilige Geest. God mogen leren dienen, én geschikt en bereid worden om ten behoeve van directe naasten en de maatschappij als geheel de ontvangen gaven in te zetten (Ds. M. Golverdingen/J. Waterink). Daarmee komen kinderen tot hun bestemming in dit leven en is de ontplooiing van hun gaven losgesneden van een wortel waarin het vooral gaat om de voltooiing van ”project ik”. Hoe kan de school hierin dienen en hoe kan het schoolplan daarin bijdragen?

Een derde opmerking: de school kun je zien als oefenruimte van afhankelijkheid naar volwassenheid. Daarin neemt de eigen verantwoordelijkheid van kinderen, leerlingen, jongeren, langzaam toe. Daarmee is het leren maken van keuzes verbonden. Dat brengt ook een zekere exploratie, op onderzoek uitgaan, met zich mee.

De Canadese filosoof Thiessen formuleert het zo dat ”teaching for commitment” (verbinding krijgen met en ingroeien in het waardepatroon en dergelijke van de ouders) en ”critical openness” (een openheid leren betrachten ten aanzien van eigen en andermans opvattingen, en leren die te wegen) beide cruciaal zijn.

Seculiere cultuur

Basisscholen zijn dus een schakel in de opvoedingsketen, waarin kinderen opgroeien, zich ontwikkelen en tot hun bestemming moeten komen. Daarbij moeten we verwachting van en hoop op God hebben.

Dat is in zijn algemeenheid zo, maar de school functioneert hier en nu, in deze lokale gemeenschap en in deze huidige cultuur. Deze tijd en plaats brengen specifieke kwesties met zich mee. Dat betekent iets voor de gestalte waarmee je je school wilt vormgeven anno nu, terwijl er ook blijvende aspecten zijn als Bijbelonderwijs en Bijbels onderwijs.

Ik noem vijf kenmerken van de seculiere cultuur, welke opdracht die meebrengen vanuit een christelijke optiek en hoe die opdracht dan praktisch in een basisschool en in een schoolplan vormgegeven zou kunnen worden. Ik ontleen het nodige aan het werk van collega A. de Muynck en de bronnen die hij aanhaalt. De kenmerken van de cultuur die hij noemt, zijn dat het zichtbare telt, dat leerdoelen gesloten zijn, dat het meetbare telt, het individualisme, en de vluchtigheid en oppervlakkigheid.

Wanneer we vanuit de pelgrimage van de christen door deze wereld denken, staat daartegenover dat er meer is dan het zichtbare, dat er openheid moet zijn voor wat ons nog onbekend is, dat de reis en ook het doel belangrijk zijn, dat we verantwoordelijk zijn voor de gemeenschap en dat we ons niet moeten laten leiden door haast en oppervlakkigheid.

Je kunt dit ook formuleren als opdrachten, die in de opvoeding en het onderwijs op school een rol zouden moeten spelen, wellicht meer dan tot nu toe.

Allereerst moet er aandacht zijn voor diepgang. Er is meer dan wat voor ogen is. Een goede manier om daaraan te werken, is ”slow reading”. Langzaam, aandachtig, herkauwend. Maak een leesleerlijn van dingen die ertoe doen. Kies daarin heel bewust. Maak het lezen ook tot een esthetisch mooie ervaring.

Als tweede opdracht geldt het wekken van nieuwsgierigheid. Zorg voor ontmoetingen met de echte realiteit. Met echte planten in plaats van plaatjes. Met echte mensen en interactie. Vertrouw niet alleen of voornamelijk op ict en methodes.

De derde opdracht is: concentreer je op de inhoud en niet op het meten. Meet minder. En kijk eens hoeveel tijd en aandacht daarnaartoe gaat, die niet besteed kan worden aan het onderwijsleerproces. Gebruik toetsen om feedback te genereren en om (met feedforward, dus toekomstgericht) het leren te bevorderen.

Een volgende opdracht is het wekken en cultiveren van gemeenschapszin. In kleine kring in de klas, maar ook buiten de school. Samen dingen doen. Bezoek een bejaardenhuis en breng een bloemetje. Ga bij de voedselbank langs of help mee. Laat kinderen gewoon corvee doen. Help de wijk schoonmaken, de wilgen knotten, het plein vegen. Laat bovenbouwleerlingen de tutor worden van jongere kinderen bij het overblijven en het leren lezen.

Als je dit doet, dan wordt de vijfde opdracht, oefenen in aandacht en zelfcontrole, gemakkelijker. Daar werk je eigenlijk op deze manieren aan. De mogelijkheden om actief tegen maatschappelijke tendensen in te gaan, zijn er. Een nieuw schoolplan kan helpen om daar uitvoering aan te geven, naast elementen die altijd van waarde blijven of noodzakelijk zijn in een christelijke school.

Zingen

Er zijn dingen nodig om hiermee aan het werk te gaan. Leiderschap, zegt de een. Waarden die niet alleen beleden maar ook geleefd en gedeeld worden, zegt de ander. Deskundigheid en creativiteit. Pastorale bewogenheid. Vallen, opstaan en opnieuw beginnen. Allemaal correct. Vooral echter: ’s ochtends lege handen en ’s avonds ook. Verwachting hebben van de God der hoop. Gebed dus, en dankzegging. En zingen, want dat is tweemaal bidden.

De christelijke school in Afrika die ik bezocht, zong, letterlijk en figuurlijk. Laten we dat van onze broeders en zusters ver weg leren en overnemen, met psalmen en liederen die de kerk van alle tijden en plaatsen zingt en gezongen heeft.

De auteur is lector didactiek en schoolvakken bij Driestar educatief. Dit artikel is gebaseerd op de lezing die hij donderdag hield tijdens de door Driestar educatief en de VGS georganiseerde Tweedaagse voor Schoolleiders in Soesterberg.