Roep om terugkeer wijkzuster klinkt luider

In de thuiszorg wordt de roep om wijkgericht werken steeds groter. De ontwikkeling van wijkgericht werken vraagt om zorgvuldigheid in de samenwerking met andere organisaties buitenom de eigen identiteit.

De koning stelde in de troonrede de vraag: „Hoe houden we de zorg goed en toegankelijk voor iedereen? Hoe zorgen we straks voor genoeg liefdevolle handen aan het bed en in de thuiszorg – de onmisbare mensen die dag en nacht beschikbaar zijn?”

De vraag naar zorg neemt toe, omdat we met elkaar ouder worden, er meer ouderen zijn en ouderen langer thuis blijven wonen. Daarom zijn er in de thuiszorg zorgen over de betaalbaarheid van zorg en over het tekort aan zorgmedewerkers.

In de discussie rond de betaalbaarheid van zorg wordt pijnlijk duidelijk dat we de ouderenzorg in Nederland complex georganiseerd hebben. De schotten die er zijn tussen kortdurende zorg, langdurige zorg en thuisondersteuning met alle instituties hier omheen blokkeren een integrale aanpak en leveren veel onnodige kosten op.

De ontwikkelingen in de ouderenzorg vragen daarom om een andere aanpak, zowel voor wat betreft de organisatie van de zorg alsook hoe we naar zorg kijken. Inzetten op preventie, het voorkomen van medicalisering en inzet op positieve gezondheid zijn hier voorbeelden van. Terecht dat de regering dan ook werkt aan de contouren van de toekomstige organisatie van de zorg. Samenwerking in de zorgketen zal de rode draad moeten zijn en dit vraagt om het neerhalen van de verschillende schotten.

Kruisvereniging

In de thuiszorg wordt de roep om wijkgericht werken steeds vaker gehoord. Dit vraagt een verregaande vorm van samenwerking. Overigens is deze gedachte niet nieuw. Het is nog niet zolang geleden dat ieder dorp of stad een kruisvereniging had met wijkzusters. De rol van wijkzuster past volledig in het denken van wijkgerichte aanpak van zorg. De huidige wijkverpleegkundigen kunnen deze rol dan ook prima invullen. Zij zijn in staat om de regie te voeren over de ondersteuning die nodig is om ouderen thuis te laten wonen.

Op dit moment zijn er wijkverpleegkundigen van verschillende zorgaanbieders actief in een wijk. Dit is ontstaan vanuit de marktwerking in de zorg en geeft ook keuzevrijheid om de zorgaanbieder te kiezen die aansluit op de eigen identiteit. Voor organisaties die identiteitsgebonden zorg bieden geeft het huidige zorgstelsel hier de ruimte voor. Tegelijkertijd moeten we constateren dat de marktwerking in de zorg (te) ver doorgeschoten is.

Als wijkgericht werken ingevuld wordt door slechts één zorgaanbieder in een wijk in te zetten, dan betekent dit het einde van de keuzevrijheid en daarmee het einde van de keuze van de zorgaanbieder vanuit de eigen identiteit.

Wijkgericht werken kan dus ook een bedreiging zijn voor identiteitsgebonden zorg. Daarom is het belangrijk om als identiteitsgebonden zorgaanbieders actief deel te nemen aan de discussies rond de toekomst van de zorg. Ook belangrijk voor onze reformatorische gezindte om bewust te blijven kiezen voor deze organisaties.

Als identiteitsgebonden zorgaanbieder speelt RST Zorgverleners in op de ontwikkelingen in de thuiszorg. Samenwerking met verwante organisaties is hierbij essentieel, maar de ontwikkeling van wijkgericht werken maakt ook samenwerking met andere organisaties buiten onze identiteit noodzakelijk. Dit vraagt om zorgvuldig handelen en steun om de waarde van identiteitsgebonden zorg voor onze gezindte te waarborgen.

De auteur is voorzitter van de Raad van Bestuur van RST Zorgverleners.