Ouders spelen hoofdrol bij identiteitsvorming jongeren

„Jongeren zijn over het algemeen positief over de rol van hun ouders, als het gaat om de vorming van hun identiteit.” Foto: het Pinksterappel van de Christelijke Gereformeerde Kerken in de Laurenskerk in Weesp, in mei dit jaar, trok veel jongeren. beeld Jaco Klamer

Wanneer ouders ruimte bieden voor gesprek over vragen en twijfels en een onderzoekende houding aanmoedigen, zullen binding en geloofsidentiteit bij hun kinderen sterker worden, betoogt Andrea van Groningen-de Muijnck.

Onder 790 (v)mbo-jongeren en 380 ouders met een reformatorische achtergrond is onderzoek gedaan naar de bijdrage van opvoeding aan de identiteitsvorming. Dat resulteerde in enkele opvallende uitkomsten.

Het valt op dat jongeren over het algemeen positief zijn over de rol van hun ouders. Ruim de helft van hen geeft aan dat de ouders antwoorden geven op vragen op geloofsgebied. Ze voelen zich gesteund door hun ouders, door gesprekken met hen en door hun gebed.

Van de jongeren zegt 15 procent geen antwoorden te krijgen waarmee ze iets kunnen; zij voelen zich niet gesteund. Veertig procent zegt op geloofsgebied een duidelijke keuze te hebben gemaakt. Van de ouders meldt 8,2 procent dat hun zoon of dochter onverschillig is als het om het geloof gaat.

Opvoedingsstijlen

Opvoeders kunnen variëren in de manier waarop ze (door regels en structuur) controle op hun kind uitoefenen. Dat geldt ook voor de mate waarin zij emotionele steun en betrokkenheid tonen. Op basis hiervan zijn er vier opvoedingsstijlen te onderscheiden: de autoritaire, de verwaarlozende, de toegeeflijke en de democratische stijl.

Autoritaire ouders zijn niet erg betrokken bij hun kind; ze tonen weinig begrip en geven niet veel steun. Ze stellen veel regels zonder uitleg en straffen hun kind snel als het regels overtreedt. Verwaarlozende ouders bieden weinig warmte en steun en stellen geen of weinig regels. Toegeeflijke ouders zijn wel betrokken en hebben veel aandacht voor de wensen en behoeften van hun kinderen, maar geven hun kind bijna altijd zijn zin. Een democratische opvoedingsstijl staat voor (genoeg) regels en controle en veel emotionele steun en betrokkenheid.

In de dagelijkse praktijk is het onderscheid tussen deze vier stijlen meestal niet zo duidelijk, door de steeds wisselende situaties waarmee ouders te maken hebben. Ouders hanteren dus meestal een combinatie van opvoedingsstijlen.

De democratische opvoedingsstijl is volgens de opvoedingstheorieën het meest gewenst. Kenmerkend hiervoor zijn een hoge mate van ouderlijke betrokkenheid en wederkerigheid, overleg op basis van redeneren, het stellen van regels en daarbij ook het stimuleren van autonomie. Deze opvoedingsstijl leidt tot bekwame en zelfstandige jongeren met een hoog gevoel van eigenwaarde en een goede antenne voor sociale verantwoordelijkheid.

Leeftijdgenoten

Diverse onderzoekers concluderen dat jongeren die zelf zaken onderzoeken bewustere keuzes maken en een sterkere innerlijke overtuiging vormen dan jongeren die dit niet doen. Het merendeel van de jongeren uit ons onderzoek zegt dit ook. Een van hen merkt op: „Ik ontwikkel mijn mening door alles wat ik tegenkom in de maatschappij en de kerk. Het helpt als mijn ouders uitleggen hoe ze erover denken, maar wel op een manier dat ze mij zelf keuzes laten maken.”

Van de jongeren zegt 60 procent dat overleg met en begrip van hun ouders (democratische opvoedstijl) het meest helpen om hun eigen mening te vormen en te leven als christen.

Een groot deel van hen geeft te kennen dat ouders voor hen het belangrijkst zijn bij het zoeken naar antwoorden op geloofsvragen. Zij spelen een positieve rol en helpen hun zoon of dochter om zich verbonden te voelen met het christelijk geloof. Leeftijdsgenoten zijn een belangrijke bron voor informatie. De docent, de mentor, de dominee en de catecheet zijn van minder betekenis.

Uit ons onderzoek komt naar voren dat ongeveer 20 procent van de jongeren de voorkeur geeft aan een autoritaire opvoedingsstijl (dit zijn vooral jongens). Het is niet helemaal duidelijk wat hiervoor de redenen zijn. Het is mogelijk dat deze groep te weinig duidelijkheid ervaart en te weinig regels krijgt, maar die wel nodig heeft om keuzes te kunnen maken.

Van de jongeren geeft 6 procent er de voorkeur aan dat hun ouders zich nergens mee bemoeien (verwaarlozende opvoedstijl); 9 procent vindt dat het helpt als ouders aansluiten bij hun wensen (toegeeflijke stijl). Mogelijk ervaren deze jongeren te veel controle en kiezen ze daarom voor minder bemoeienis en meer toegeeflijkheid. Om hierover meer helderheid te kunnen geven, is vervolgonderzoek nodig. Op dit moment nemen we diepte-interviews af, om meer informatie te verkrijgen.

Identiteitsvorming

Volgens sommige onderzoekers heeft de opvoedingsstijl een grote invloed op de vorming van de identiteit. Als een jongere door zijn ouders wordt aangemoedigd om kritisch te denken en zelf keuzes te maken, zal dit leiden tot een meer onderzoekende houding.

Door deze manier van opvoeden gaan jongeren op een gemoedelijker manier de wereld onderzoeken. Er komen minder conflicten en botsingen. Ze krijgen zo een sterkere innerlijke overtuiging en een stabielere identiteit.

Bij een autoritaire opvoeding, met veel controle en dwang, is er een behoorlijke kans op depressies en angst. Zo’n opvoeding kan leiden tot een ”radicale exploratie”, waarbij de jongere de wereld gaat onderzoeken en daarbij veel risico’s neemt, met alle gevolgen van dien. Daarna keert de jongere zich helemaal af van het geloof óf past hij zich onder dwang aan. Ook komt het voor dat jongeren zich aanpassen om de (voorwaardelijke) liefde van hun ouders te krijgen.

Sommige wetenschappers concluderen dat er een verband bestaat tussen een negatieve ouder-kindrelatie en een diffuus-vermijdende identiteitsstijl. Hierbij durft de jongere geen eigen keuzes te maken; hij maakt (tegenstrijdige) keuzes zonder innerlijke overtuiging. Er zijn daarnaast verbanden ontdekt tussen vertrouwen in ouders en vrienden en een positieve verbondenheid aan een geloofsovertuiging. Als ouders bij de vorming een positieve rol spelen, is hun zoon of dochter zekerder van zijn of haar geloofsovertuiging dan jongeren van wie de ouders zich terughoudend opstelden. Een betrokken opvoeding is dus van groot belang!

Toerusting

Van de deelnemers aan ons onderzoek zegt 42 procent de geloofsovertuiging van hun ouders eigenlijk automatisch over te nemen. Zij stellen nauwelijks vragen en praten weinig met hun ouders over geloofsvragen. Bij hen zullen verinnerlijking en verdieping dus niet plaatsvinden. Mogelijk ontwikkelen ze een onzekere en zwakke geloofsidentiteit. Zeventig procent geeft aan waarschijnlijk christelijk te zullen blijven; 30 procent weet dit nog niet.

Ouders scoren in ons onderzoek laag op ”aanmoedigen om eigen keuzes te maken in geloofszaken” en ”aanmoedigen om gesprek te voeren met andersdenkenden”. Jongeren hebben dit echter hard nodig.

Van de ouders meldt 49 procent dat ze automatisch de waarden en normen van hún ouders hebben overgenomen. Deze ouders zullen het moeilijk vinden om in gesprek te gaan over geloofsvragen. Toerusting kan verschillenden van hen wellicht helpen. Sommigen hebben vaardigheden nodig om met hun zoon of dochter over wezenlijke dingen van gedachten te wisselen zonder dat ze het idee krijgen dat ze op een bepaalde manier moeten denken. Anderen moeten misschien leren doorvragen naar de behoeften van hun kinderen. Als ouders ruimte bieden voor gesprek over vragen en twijfels en een onderzoekende houding aanmoedigen, zullen binding en geloofsidentiteit bij hun kinderen sterker worden.

Volgens de Bijbel zijn mensen niet de bewerkers van het heil, maar God gebruikt hen wel voor de verwerkelijking daarvan. De predikant-schrijver Jacobus Koelman (1632-1695) noemt ouders „instrumenten in Gods hand om kinderen een tweede geboorte van boven (...) toe te brengen.”

Kinderen voor God opvoeden is een gebod, een plicht die ouders God en hun kinderen schuldig zijn. Wat is het groot als in de opvoeding het verlangen naar God wordt aangewakkerd. Dat kan als ouders het gesprek aangaan over de diepe verlangens van de jongere, als ze open zijn over hun eigen verlangens en getuigen van de Hoop die er is. Dit vraagt moed en kracht, maar daar mag om gebeden worden.

De auteur is verbonden aan het lectoraat Vorming vanuit de Bron van het Hoornbeeck College, dat onder leiding van drs. Nico van Steensel onderzoekt hoe de christelijke identiteit van jongeren versterkt kan worden. Zij is tevens docent en coördinator op deze school.