Onvermijdelijke herinrichting biedt scholen ook kansen

„Als de scholen vroeg of laat weer gaan beginnen, moeten ze vanwege de omstandigheden opnieuw ingericht worden. De vraag is hóe dat moet gebeuren.” beeld iStock

In plaats van vakanties in te korten, om leerlingen vermeende leerachterstanden te laten inhalen, zou het wijs zijn als de minister de scholen de tijd en ruimte zou geven voor doordenking en dialoog rond de noodzakelijke herinrichting.

Stel je voor dat je al jaren met huisgenoten samenleeft, samenwerkt en samen leert onder één dak. In het huis zijn vaste gewoontes, gelden bepaalde huisregels en is er sprake van een voor iedereen acceptabele inrichting. Er heerst liefde, er wordt geloofd, gehoopt en geleerd; de bewoners genieten van elkaars gezelschap en ervaren veiligheid en vertrouwen. Bovendien staan de ramen en deuren van het huis open naar de omgeving en bestaat er onder de bewoners een gezonde gastvrijheid, waardoor het binnen vaak een aangename drukte is. Het is goed toeven in dat huis!

Buiten het huis voltrekt zich een ramp die zijn weerga niet kent. Daardoor verandert er veel in het huis! De bewoners moeten afstand bewaren en/of kunnen niet allemaal tegelijk thuis zijn, terwijl nabijheid en gemeenschappelijkheid zo kenmerkend zijn voor het samenleven onder dit dak.

Kennissen, vrienden en bekenden mogen (voorlopig) niet meer binnenkomen, terwijl de relatie en de daaruit voortkomende samenwerking met de bezoekers het huis maken tot wat het is. Verder is het de vraag of elke bewoner zijn eigen plekje in het huis kan blijven innemen als het heringericht moet worden vanwege de situatie.

Dat laatste is precies wat er moet gebeuren als de scholen weer gaan beginnen! De vraag is niet langer wannéér dat gebeurt, maar vooral hóe dat moet gebeuren.

Doordenking en dialoog

Zonder ook maar enigszins te denken de wijsheid in pacht te hebben, wil ik een poging doen om scholen een weg te wijzen in dit ingewikkelde vraagstuk. De metafoor van het huis, die ik veelvuldig gebruik bij het vormgeven aan onderwijs- en organisatieontwikkeling, kan daarbij helpen om (meer) zicht te krijgen op het complexe proces van herinrichting.

De opdracht waar scholen zich voor geplaatst zien, is niet gering. De bewoners van het huis (leidinggevenden, leraren, onderwijsondersteunend personeel en leerlingen) moeten het huis verbouwen, terwijl ze erin wonen. Daarbij hebben ze te maken met door de crisis verander(en)de huisregels, aangepaste gewoontes en het herschikken van de inboedel. Dat zullen ze moeten doen in nauw overleg en door heldere communicatie met de vaste bezoekers (ouders) van het huis. Makkelijke oplossingen, laat staan kant-en-klare, zijn er niet voor zo’n complex vraagstuk.

Voor de korte termijn kan de genoemde herinrichting veel druk en stress met zich meebrengen. Voor de langere termijn biedt ze ook kansen. Het is alleszins begrijpelijk dat de huisbewoners voor de korte termijn zoeken naar praktische oplossingen om de lastige situatie het hoofd te bieden. Het zou jammer zijn én een gemiste kans als het daarbij zou blijven.

Het lijkt me van wezenlijk belang om de ontstane situatie aan te grijpen om praktische, op de korte termijn gerichte oplossingen onderdeel te laten zijn van antwoorden die de school moet geven met het oog op de langere termijn. Crisisbeleid wordt zo onderdeel van en ingebed in een toekomstbestendige koers. Het blijft dan niet bij het schuiven met meubelstukken en het verhangen van schilderijen, maar het komt tot de vraag wat voor soort huis we eigenlijk willen zijn!

De doordenking hiervan en dialoog hierover vragen ruimte en tijd. In plaats van vakanties in te korten, om leerlingen vermeende leerachterstanden in te laten halen, zou het wijs zijn als de minister de scholen naast de verdiende rust de tijd en ruimte zou geven voor deze verandering.

Vloerverwarming

In de doordenking van en dialoog over het ‘nieuwe’ samenleven, samenwerken en samen leren zouden de bewoners in de eerste plaats vragen moeten stellen over het fundament van het huis. Dat staat vast! Waarom en waartoe bestaat ons huis? Wat is de reden dat het ooit is gebouwd? Wat is de waarde die we toevoegen aan de bewoners en de omgeving? Wat zouden bewoners en bezoekers missen als we ons huis voorgoed op slot deden?

Volgend op en ingebed in de fundamentele waarom- en waartoevraag is het belangrijk om de vraag te stellen waarvoor we staan met en in ons huis. In de metafoor noem ik dat de vloerverwarming, die -als ze tenminste functioneert- het huis verwarmt. Wat zijn onze kernwaarden, waardoor we ons blijvend (willen) laten leiden in het ‘nieuwe’ samenleven, samenwerken en samen leren?

Het doordenken van deze vragen, die altijd al belangrijk waren maar in de huidige situatie aan relevantie winnen, en het gesprek hierover voorkomen oplossingen voor de korte termijn waar de bewoners later wellicht spijt van krijgen. Het beantwoorden van deze vragen zorgt voor stevigheid, houvast en duurzaamheid bij de herinrichting van het huis.

Hoe het huis er na de interne verbouwing precies uit komt te zien, is lastig te zeggen. Het (ver)bouwproces heeft in zichzelf meer waarde dan het (eind)product, als dat laatste al bestaat.

Natuurlijk moet er actie worden ondernomen, maar de verbouwing hoeft niet morgen al klaar te zijn en scholen hoeven het niet ieder voor zich te doen. De interne verbouwing kost tijd, zweet en misschien wel tranen. Maar als je bouwt op een stevig (gezamenlijk) fundament met daarop een goed werkende vloerverwarming, dan bouw je niet tevergeefs!

Het zou de scholen enorm helpen als het een gezamenlijk bouwproces wordt. Om de samenwerking een impuls te geven, gebruiken we de komende weken om te proberen een task force samen te stellen met ervaringsdeskundigen uit het onderwijsveld.

De auteur is leiderschap- en organisatieadviseur bij Both & De Bruijn, leiderschap ontwikkelen!