Laat Nederland witte motor van duurzame voeding blijven

Het is Nederland gelukt om op een efficiënte en duurzame manier melk te verwerken en op grote schaal te exporteren. Foto: productielijn in een vestiging van zuivelconcern Friesland Campina. beeld ANP, Lex van Lieshout

Gezien allerlei discussies in de media lijkt het alsof er een groot probleem is ontstaan met melk en melkproducten. Er is echter geen enkele reden voor draconische maatregelen. Vanuit een bepaald gezichtspunt is het zelfs beter om meer melk te gaan verwerken in Nederland.

De koe is een geweldig schepsel. Ze maakt van voor mensen niet verteerbaar gras een grote hoeveelheid melk, die als basis dient voor een groot aantal levensmiddelen voor de mens. Niet voor niets werd Kanaän een land van melk en honing genoemd. Daar komt nog bij dat, als de koe op leeftijd gekomen is, ze een bron is van voedzaam vlees. Daar kan geen fabriek tegen op.

In Nederland wordt al veertig jaar gemiddeld zo’n 12 miljard liter melk per jaar verwerkt tot een scala aan zuivelproducten. We zijn een klein land, maar toch is het ons gelukt om op een efficiënte en duurzame manier melk te verwerken en op grote schaal te exporteren. Deze toppositie is verworven door een excellente kennisinfrastructuur, waarvan de Wageningen Universiteit, NIZO food research in Ede en de hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden deel uitmaken.

Nutriëntendichtheid

Zuivelproducten hebben een hoge voedingswaarde. Wanneer gesteld wordt dat zuivelproductie gepaard gaat met relatief hoge CO2-emissies, dan kan dat niet los gezien worden van de hoge voedingswaarde van melkproducten. Om mineraalwater te maken, heb je minder energie nodig (en dus ook minder CO2-emissie), maar water bevat afgezien van wat mineralen geen nutriënten of voedingsstoffen. Wanneer je dan de emissie van koemelk relateert aan de voedingswaarde, dan blijkt sojamelk ineens veel minder duurzaam dan melk van koeien.

Momenteel worden er pogingen gedaan om vergelijkingen te maken wat betreft de zogenaamde nutriëntendichtheid van levensmiddelen. In Amerika is de NRF9.3-standaard ontwikkeld. Per 100 kilocalorieën wordt gekeken naar het gehalte aan nutriënten, uitgedrukt in percentage van de dagelijkse hoeveelheid. De 9 staat voor de essentiële nutriënten, zoals eiwitten en vitamines, en de 3 staat voor gelimiteerde nutriënten, zoals verzadigd vet. Een hoog percentage betekent dan een levensmiddel met een hoge nutriëntendichtheid en dat wordt in verband gebracht met een hogere levensverwachting.

Volgens deze standaard behoort zuivel met groente en granen tot de levensmiddelen met de hoogste nutriëntendichtheid, (veel) hoger dan bijvoorbeeld die van noten, fruit en peulvruchten. Zuivelproducten zijn hoogwaardige en complete levensmiddelen. Melk is misschien wel het enige product met een nutriëntenpallet waarop een mens een jaar lang kan leven.

Duurzaam dieet

De CO2-emissie van een levensmiddel kun je aan de voedingswaarde relateren door bijvoorbeeld de dagelijks benodigde nutriënten te vermenigvuldigen met de CO2-emissie van het desbetreffende levensmiddel. Zo wordt inzichtelijk via welke levensmiddelen je je nutriënten het duurzaamst tot je kunt nemen. Duidelijk is dat zuivel zeker niet de grootste bijdrage aan broeikasgassen levert (uitgedrukt in CO2-equivalenten). In het zogenaamde ”New Nordic Diet”, een ideaal, gezond standaarddieet met zo’n 3 tot 4 kg zuivel per week, levert zuivel een kleinere bijdrage aan de CO2-emissie dan aardappels, granen, groente, fruit en vlees!

Er is nog een ander (vaak vergeten) aspect. De zuivelketen van gras tot glas is in Nederland zo geoptimaliseerd, dat 88 procent van de melk die uit de koe komt op een of andere manier wordt genuttigd door de consument. Voor granen is dat slechts 67 procent en voor groente en fruit zelfs maar 55 procent. Dat betekent dus dat er om 1 kg groente te kunnen nuttigen bijna 2 kg van het land moet komen. Weinig duurzaam. Maar de consument is de hoofdschuldige, door slecht voorraadbeheer in de koelkast.

Gidsland

Een volgend punt is dat de zuivelconsumptie wereldwijd toeneemt. Op het moment dat we in Nederland bijvoorbeeld de melkproductie halveren, zullen andere landen dit overnemen. In Nederland zijn we in staat om een liter melk te produceren met in totaal 1,3 kg CO2-emissie. In China bijvoorbeeld ligt dat op 4,7 kg, dus 3,4 kg meer. Wanneer door overheidsmaatregelen op jaarbasis 7 van de 14 miljard liter melk niet meer in Nederland maar in China wordt geproduceerd, dan betekent dat een extra CO2-emissie van 23,8 miljard kg! Andersom: als we de melkplas in Nederland verdubbelen, levert dat een grote bijdrage aan de mondiale verlaging van de CO2-emissie.

Nu zeg ik niet dat we de melkplas in Nederland moeten verdubbelen, maar wel dat we deze moeten handhaven op 12 tot 14 miljard liter melk per jaar. Dat levert wellicht, afhankelijk van de politieke wind, allerlei oude en nieuwe uitdagingen op. Denk aan stikstof, fosfaat en methaan. Maar juist Nederland is bij uitstek geschikt om nieuwe technologieën te ontwikkelen die de uitstoot terugdringen. Onze experts en ondernemers zijn er klaar voor. In dat licht zou het een gemakzuchtige en onverantwoorde oplossing zijn als we domweg de melkproductie zouden verminderen. Hoe mooi zou het zijn als we in staat zouden blijken om de sector steeds verder te verduurzamen. En in navolging daarvan ook de rest van de levensmiddelensector en het buitenland. Zo kunnen we een gidsland zijn voor de rest van de wereld. Dat is pas echt zorgen voor de planeet!

De auteur is lector zuivelprocestechnologie aan de hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden, hoofdwetenschapper voedingsmiddelenproductie bij NIZO food research in Ede en programmadirecteur van het Instituut voor duurzame procestechnologie in Amersfoort.