Laat kerken schuld belijden over houding bij Holocaust

Foto: Het Joods Kindermonument Rotterdam herdenkt de 686 Joodse kinderen van één maand tot 13 jaar die tijdens de Duitse bezetting uit Rotterdam werden omgebracht.  beeld ANP, BAS Czerwinski

Veruit de meeste christenen keken weg tijdens de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Hoe kan het dat de seculiere wereld de kerken voorgaat in het excuses aanbieden aan de Joden? Het gaat hierbij ook om schuldbelijdenis aan God.

Vijfenzeventig jaar geleden kwam er een einde aan de Holocaust. Het was een onpeilbaar gruwelijke, inktzwarte bladzijde in de geschiedenis. Afgelopen januari maakte premier Rutte openbare excuses naar de Joden. Hij zei: „Nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn, bied ik vandaag namens de regering excuses aan voor het overheidshandelen van toen.” En: „Toen het gezag een bedreiging werd, zijn onze overheidsinstanties tekortgeschoten als hoeders van recht en veiligheid.” De excuses kwamen laat, heel laat, maar waren wel terecht.

De NS maakte ook een gebaar naar de Joden, ter compensatie van het gebruik van hun treinen bij de deportatie. Ook heel erg laat, maar de NS doet tenminste wat.

Beestachtig

Realiseren we ons wat Europa, inclusief Nederland, de Joden heeft aangedaan in de Tweede Wereldoorlog? Dat de Joden systematisch werden buitengesloten, afgesneden van steeds meer openbare voorzieningen en ernstig gediscrimineerd? Vervolgens zijn miljoenen Joden bestolen, opgepakt, gedeporteerd met veewagons, gemarteld, afschuwelijk vernederd en op beestachtige wijze vermoord. Waarom? Omdat zij Joden waren.

Al in februari 1941 was er in Amsterdam een razzia, waarbij ruim 400 Joodse jongens werden opgepakt en gedeporteerd. Direct na de deportatie lieten de nazi’s hen naakt in de ijskoude sneeuw staan, totdat ze doodvroren. Zij die probeerden te ontsnappen of bestand waren tegen de kou werden doodgeschoten. Waarom? Het waren Joden. Dit was nog maar een begin van de onvoorstelbare vernietiging van Joden.

De dag na de razzia kwam er opstand in Amsterdam. Een groep van vier CPN’ers organiseerde een staking onder de arbeiders. Het waren op dat moment vooral communisten en socialisten die het opnamen voor de Joden. Maar deze staking werd bloedig de kop ingedrukt.

Te riskant

Waar waren de christenen? Kwamen die ook in opstand? Of vonden ze het te riskant, gezien mogelijke represailles van de nazi’s? Er waren wel protesten van de gezamenlijke kerken in Nederland, maar ondanks dat kan in het algemeen gesteld worden dat de christenen de Joden geen veilige haven hebben geboden en hebben weggekeken. Er waren gelukkig christenen die het wel opnamen voor de Joden, maar hun aantal was beperkt. Ds. Jan Koopman, ds. Leendert Overduin en kardinaal De Jong betuigden steun en hulp aan Joden. En zo zou ik nog wel een aantal namen kunnen noemen. Maar het waren uitzonderingen. Het overgrote deel van de christenen in Nederland keek weg en is niet in de bres gesprongen om de Holocaust tegen te houden.

De Jodenvervolging was in Nederland heel efficiënt. Er was een goede administratie en de politie en ambtenaren werkten meestal goed mee. Van de 140.000 Joden die hier in 1940 woonden, werden er 102.000 vermoord. Slechts 27 procent overleefde.

Des te schrijnender is het dat na de oorlog de Joden die de Holocaust overleefd hadden en uit kampen of onderduikplekken terugkeerden nauwelijks welkom waren in ons land. Het was een harteloze ontvangst.

Direct na de oorlog begon bij iedereen door te dringen hoe onvoorstelbaar verschrikkelijk de Jodenvervolging was, en hoe gruwelijk de vernietigingskampen waren. Het was toen niet gevaarlijk meer om je openlijk uit te spreken voor de Joden. Kwam er toen een schuldbelijdenis van de kerken aan de Joden? Boetedoening over het feit dat de christenen niet meer hadden gedaan? Voor zover ik weet, gebeurde dat nauwelijks.

Lange historie

De schuld van de christenheid naar de Joden beperkt zich niet tot de periode van de Tweede Wereldoorlog en direct daarna, maar heeft een lange historie. In Johannes 8:44 zei Jezus tegen enkele Joden die Hem wilden doden dat zij „de duivel tot vader” hadden. Deze tekst wordt al in de derde eeuw door bisschop Cyprianus van Carthago uit zijn verband gehaald en op het gehele Jodendom betrokken. Joden zouden kinderen van de duivel zijn. De christenheid heeft de Joden eeuwenlang beschuldigd van het doden van Jezus Christus. Dit heeft onder de christenen tot veel haat tegen de Joden geleid. Thomas van Aquino (1225-1274) schreef dat de kerken en koningen recht hebben op de bezittingen van de Joden, omdat God het Joodse volk tot eeuwige slavernij heeft veroordeeld wegens hun schuld aan de kruisiging van Christus.

Luther schreef in 1543 het radicaal anti-Joodse boek ”Von den Juden und ihren Lügen”, waarin hij opriep synagogen in brand te steken, huizen van Joden te verwoesten en hun geld en sieraden af te nemen. Nazi’s zouden later veelvuldig Luther citeren. Bovendien werd al vanaf de tweede eeuw tot in de twintigste eeuw de vervangingstheologie in vele kerken verkondigd, alsof God Zijn uitverkoren volk heeft verstoten en vervangen door de kerken, het ”geestelijk Israël”. En hadden de Joden het leed dat hun overkwam niet aan zichzelf te wijten met hun schreeuwen: „Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”? Was het niet Gods slaande hand?

Deze opvattingen in de kerken hebben de Holocaust mede mogelijk gemaakt.

Wordt het niet eens tijd dat wij als gezamenlijke kerken diep gaan beseffen dat hier een grote schuld ligt en dat schuldbelijdenis aan de Joden op zijn plaats is? Hoe kan het dat de seculiere wereld, bij monde van Rutte en de NS, de kerken voorgaat in het excuses aanbieden aan de Joden? Voor ons als christenen zijn noties als zondebesef, schuldbelijdenis en schuldvergeving wezenlijk, ook schuld belijden naar elkaar, maar moet de wereld ons hierin het goede voorbeeld geven? Dat is toch schrijnend.

Gods oogappel

Het gaat hierbij niet alleen om schuldbelijdenis naar de Joden, maar ook om schuldbelijdenis aan God. Realiseren we ons dat Israël Gods oogappel is? God heeft Zijn volk niet verstoten, maar zij blijven de „beminden om der vaderen wil” (Romeinen 11:1-2, 28). God zei tegen Abraham en zijn nageslacht: „Ik zal zegenen die u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken” (Genesis 12:3). Beseffen we dat deze schuld een vloek voor ons vormt? Heeft onze houding naar de Joden en het achterwege blijven van schuldbelijdenis hierover niet mede geleid tot een wijken van de Heilige Geest na de Tweede Wereldoorlog? Is dit niet mede een oorzaak van de ontkerkelijking na de jaren 50, een ontkerkelijking die nog steeds stevig doorzet?

Daarom roep ik op tot een breed gedeelde, oprechte schuldbelijdenis naar God toe door gezamenlijke kerken. Hierbij past de houding van Daniël en Nehemia, die niet alleen met een beschuldigende vinger naar hun voorvaderen wezen, maar zichzelf volledig in de collectieve schuld betrokken. Laten we in deze schuldbelijdenis smeken om verzoening van de bovengenoemde schuld, op grond van het werk van de belangrijkste Jood ooit, Jezus Christus. Dit is essentieel om de blokkade die nu tussen God en ons in staat, vanwege deze schuld, te laten verdwijnen, zodat God de kerken in Nederland weer kan zegenen.

Essentieel is daarbij ook welgemeende excuses aan te bieden aan de Joden zelf, daarbij diep door het stof te gaan en hun duurzame steun te geven.

De auteur is wetenschappelijk medewerker aan Wageningen University & Research en lid van de christelijke gereformeerde kerk in Bennekom.