L. M. P. Scholten: Groot verschil tussen verlichting en inspiratie

Tussen de verlichting van de Statenvertalers door de Geest en de inspiratie van de Bijbelschrijvers zijn duidelijke en wezenlijke verschillen, reageert L. M. P. Scholten op dr. John Exalto (RD 16-4).

In de reactie van dr. John Exalto (RD 16-4) gaat hij nauwelijks in op de argumenten waarmee ik in mijn opiniebijdrage (RD 13-4) betoogde dat hij de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) ten onrechte fundamentalistisch noemt. Hij schrijft zelfs dat ik hem nog een extra argument in handen heb gegeven: de vertalers werden geïllumineerd door de Heilige Geest. Ik had namelijk een GBS-bestuurslid geciteerd die placht te zeggen: „De Statenvertalers waren wel geïllumineerd (verlicht) door Gods Geest, maar niet geïnspireerd. Dat waren alleen de Bijbelschrijvers.” De illuminatie der Bijbelschrijvers als fundamentalistisch argument.

Exalto: „Die illuminatie moet (in de visie van de GBS) onderscheiden worden van de inspiratie van de Bijbelschrijvers, maar een echt goede exegese van dat verschil heb ik nog nooit gelezen.”

Maar met de illuminatie wordt in de gereformeerde theologie niets anders bedoeld dan de verlichting die de Heere door Zijn Geest schenkt in de harten van Zijn kinderen. Zij krijgen „verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten welke is de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom is der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen; en welke de uitnemende grootheid Zijner kracht is aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht” (Ef. 1:18 en 19). Het is die leiding des Geestes waarvan de apostel op een andere plaats zegt: „Zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods” (Rom. 8:14). De een meer, de ander minder, sommige theologen wel in bijzonder rijke mate. Maar al Gods kinderen worden door de Heilige Geest verlicht in het leven der genade. En tegelijk blijven zij feilbare en metterdaad feilende mensen. Dat geldt ook van de Statenvertalers.

Tussen deze verlichting en de inspiratie die de Bijbelschrijvers ten deel viel, zijn dus duidelijke en wezenlijke verschillen. Doctor Exalto, zijt gij een leraar Israëls, en weet gij deze dingen niet?

Wanneer Exalto vervolgens deze zaak plaatst in de context van een beroep op de vroomheid van de Statenvertalers, om welke reden er niets herzien zou mógen worden, dan moet hij een andere GBS bedoelen dan die ik heb leren kennen.

Datzelfde geldt van de bewering in de intro van zijn bijdrage dat de omgang van de GBS met de Statenvertaling een vorm van Bijbelvergoding is. Ik neem aan dat dit een mislukte vertaling door de opinieredactie is van Exalto’s term ”bibliolatrie”. Overigens is bibliolatrie (= slaafse verering van een boek) ook een onterechte beschuldiging.

De auteur is vanaf de oprichting in 1965 betrokken geweest bij het werk van de GBS, eerst als bestuurslid en vervolgens tot 2004 als directeur.