Knelpunten in de zorg voor thuiswonende ouderen

Ouderen kunnen bij het zoeken naar passende zorg en ondersteuning hulp krijgen van onafhankelijke cliëntondersteuners, maar hiervan wordt weinig gebruikgemaakt, ook omdat veel mensen niet weten dat ze er zijn. beeld iStock

Zorg, ondersteuning en woningaanbod sluiten onvoldoende aan bij de behoeften van zelfstandig wonende ouderen. Om de zorg voor ouderen thuis ook in de toekomst op peil te houden, moet er nog het een en ander veranderen.

Het aantal 75-plussers zal tussen nu en 2030 stijgen van 1,4 miljoen naar 2 miljoen. Hiermee neemt ook de vraag naar zorg, ondersteuning en geschikte huisvesting toe, evenals de urgentie om een oplossing te vinden voor de knelpunten in de zorg voor zelfstandig wonende ouderen.

Beleidsmakers, indicatiestellers en hulpverleners, maar ook ouderen zelf zijn geneigd de eigen kracht en mogelijkheden van ouderen en hun netwerken te overschatten. Ouderen zijn zich vaak ook onvoldoende bewust van hun kwetsbaarheid. Iets minder dan de helft van de 65-plussers heeft onvoldoende gezondheidsvaardigheden en weet bijvoorbeeld niet wat nodig en mogelijk is, wie kan helpen en hoe je dat organiseert. Ook hun netwerk kan lang niet altijd bijspringen en is soms overbelast.

Dat ouderen zich onvoldoende op de toekomst voorbereiden, blijkt mede uit het feit dat sommigen van hen in een huis wonen dat niet goed bij hen past, terwijl ze niet willen of kunnen verhuizen. Ze vinden dat nog te vroeg of ervaren belemmeringen om de woning aan te passen of om te verhuizen. Het gaat dan bijvoorbeeld om moeite hebben met het vinden van een andere woning, opzien tegen een verhuizing of financiële belemmeringen (ouderen wonen vaak goedkoop en zullen na verhuizing vaak meer woonlasten hebben). In sterk vergrijsde gebieden en krimpregio’s is het mogelijk lastig om de huidige woning te verkopen. Verder is er een tekort aan geschikte ouderenwoningen (met zorg).

Complex zorgstelsel

Een ander knelpunt vormt de afstemming tussen de diverse zorgwetten. Die kan een drempel vormen om de juiste zorg te krijgen. Hierbij is het niet altijd duidelijk of het probleem in de vormgeving van het stelsel zit of in de interpretatie en uitvoering ervan.

Zo kan het lastig zijn te bepalen of persoonlijke verzorging, waarvan niet altijd vast te stellen is of het gaat om een behoefte aan begeleiding of geneeskundige zorg, onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of de Zorgverzekeringswet valt. Dat kan leiden tot afwijzing van een aanvraag, een langere wachttijd voordat de zorg kan worden opgestart en het gevoel bij ouderen dat zij van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Voor burgers is het vaak niet helder welke zorg en ondersteuning beschikbaar is, of zij daarvoor in aanmerking komen en waar zij die kunnen krijgen. Veel informatie is alleen via internet beschikbaar, maar lang niet alle ouderen hebben digitale vaardigheden. De informatie is vaak moeilijk te begrijpen en bevat veel vakjargon.

Ouderen kunnen bij het zoeken naar passende zorg en ondersteuning hulp krijgen van onafhankelijke cliëntondersteuners, maar hiervan wordt weinig gebruikgemaakt, ook omdat veel mensen niet weten dat ze er zijn.

Er is ook sprake van een gebrek aan afstemming en samenwerking tussen hulp- en zorgverleners. Het gaat daarbij onder meer om uitwisseling van informatie op de werkvloer. Als er veel hulpverleners bij een oudere betrokken zijn, weten zij soms niet van elkaar wat zij doen. Tot slot kan een eigen bijdrage of eigen risico ouderen afschrikken om hulp(middelen) aan te vragen.

Drukke huisartsen

Omdat ouderen langer thuis wonen dan vroeger, komen zij vaker met complexe gezondheidsproblemen bij de huisarts. Die krijgt met een ingewikkelder casuïstiek te maken en heeft (nog) niet altijd de juiste kennis in huis. Specialisten ouderengeneeskunde kunnen hier een rol spelen, maar er is een tekort aan zulke artsen.

Daarnaast ervaren huisartsen, evenals thuiszorgwerkers, een hoge werkdruk. Zij wijten dat mede aan het toenemende aantal thuiswonende ouderen. Hun complexe vragen zijn arbeidsintensief en dus belastend. De werkdruk is ook een gevolg van de regeldruk, die ten koste gaat van (het werkplezier in) de zorg en leidt tot grotere personeelstekorten.

Door die tekorten is er te weinig zorg of ondersteuning. Dat kan in de hand werken dat ouderen onnodig in zwaardere zorgvormen terechtkomen, bijvoorbeeld in een eerstelijnsverblijf (voor kort verblijf in een zorginstelling) of op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

Krimpregio’s

Tot slot lijkt het woningaanbod nog onvoldoende aangepast aan de veranderende vraag, nu van ouderen verwacht wordt dat ze langer zelfstandig blijven wonen. Zorgaanbieders, woningcorporaties, gemeenten en particuliere ondernemers ontwikkelen nieuwe woonvormen voor ouderen, met zorg en diensten. Er is echter nog geen sprake van voldoende aanbod, vooral niet voor mensen met een laag inkomen.

Voor de tekorten in de zorg en de huisvesting is specifieke aandacht nodig in krimpregio’s. Vooral daar is het aandeel ouderen (met een gebrekkige gezondheid) groot en het voorzieningenniveau juist laag.

Het realiseren van nog betere en betaalbare zorg en ondersteuning van ouderen thuis is een grote uitdaging voor de toekomst. Eind 2019 komt de ”commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen” met een advies over wat er nodig is om de zorg voor ouderen thuis op peil te houden.

De auteurs zijn allen werkzaam bij het Programma Zorg en Ondersteuning van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dit artikel is gebaseerd op de SCP-publicatie Zorgen voor thuiswonende ouderen, 17 april 2019. De bronnen staan vermeld in de publicatie.