Interne secularisatie grote bedreiging refozuil

Foto EPA

De refozuil wordt niet allereerst bedreigd door het gebeuk van buitenaf, maar door interne secularisatie, stelt dr. A. J. Kunz. Het besef dat we hier niet thuis zijn maar onderweg zijn naar een hemels vaderland, is verdwenen.

„De grote veranderingen, die zich in deze eeuw [de 20e eeuw, AJK] voltrekken, betekenen voor de christenen dat zij uit de oasen van het verleden gevoerd worden. Het geloof vindt geen steun meer in een Elim-situatie. Wij zijn teruggekeerd in de barre werkelijkheid van de gevallen en zondige wereld. Verbaasd en verwonderd kijken wij daarom terug naar het christendom van vorige eeuwen. Wij ervaren iets van heimwee naar dat verleden. Maar ook beklemt het ons. Wij beseffen dat wij niet meer terug kunnen en mogen.”

Meer dan veertig jaar geleden schreef dr. W. Aalders deze woorden in zijn ”Burger van twee werelden”. Het was vlak na de revolte van de jaren zestig. Een maatschappelijke omwenteling met desastreuze gevolgen voor maatschappij én kerk, zo zag Aalders haarscherp. Hij sprak niet voor niets over een terugkeer van christenen uit een oase in de barre werkelijkheid van de gevallen en zondige wereld. Je kunt met heimwee kijken naar de tijd dat de kerk ertoe deed, in cultuur en samenleving. De tijd dat dominees invloed hadden op de publieke opinie. Maar, aldus Aalders, het beklemt ons ook. We beseffen dat we niet meer terug kunnen en mogen.

Die laatste zin blijft haken. Beseffen wij dat we niet alleen niet terug kunnen naar het verleden, maar dat we dat zelfs niet mogen? Aalders schreef dit in het jaar 1972. Op het moment dus dat de reformatorische zuil nog in opbouw was. Het RD bestond nog maar net. Het reformatorische onderwijs begon te groeien. De zuil had zijn bloeitijd nog voor zich. Geen oase van het verleden, maar een oase in het heden, zo leek het. De cultuur was dan wel aan het seculariseren, maar in de reformatorische zuil werd nog iets bewaard van het oude ”corpus christianum”.

Barneveld

Veertig jaar later is de christelijke cultuur in Nederland goeddeels verdwenen en de christelijke invloed in de wetgeving stelselmatig verwijderd. Maar ook de Elimsituatie van de gereformeerde gezindte is aan het verdwijnen. Dat is reden tot zorg. Want kunnen reformatorische christenen overleven in de barre werkelijkheid van de gevallen en zondige wereld? Wat gebeurt er met mensen die vanuit Barneveld in Amsterdam terechtkomen? Dan komt het erop aan of er een innerlijke houding is gegroeid van leven met God, of dat het is gebleven bij het aanleren van groepsgedrag. Diezelfde vraag geldt overigens voor iemand die in Barneveld blijft wonen. Daar zijn immers dezelfde processen aan de gang als in Amsterdam. Zonder Christus zijn mensen overal ten dode opgeschreven. Met Christus kun je overal gaan.

We kunnen niet terug naar vroeger. We worden juist geroepen om onze Heere Jezus Christus uit de hemel te verwachten. En om pelgrim te worden. Heeft de refozuil de loop vertraagd, doordat we met onze organisaties toch weer diep geworteld zijn hier beneden?

Aalders zag een vergelijkbaar proces zich al eerder voltrekken, maar het is ook van toepassing op de gereformeerde gezindte: „Men raakte aan het oase-leven gewend. Voor het oorspronkelijke nomaden-karakter van het geloof betekende dat een verwenning. In plaats van een pelgrim werd men een wereldse bourgeois.”

Daar zit het probleem. Noties zoals vreemdelingschap, het besef van eeuwigheid, leven voor Gods aangezicht, de mens als pelgrim zijn niet alleen uit de mainstreamcultuur weggeslagen, maar veelal ook uit de reformatorische cultuur. De refozuil wordt niet allereerst bedreigd door het gebeuk van buitenaf, maar door interne secularisatie. Een verwereldlijking van het denken, die vooral hierin uitkomt: dat het perspectief is verdwenen. Het besef van hier niet thuis te zijn, maar onderweg te zijn naar een beter, het hemelse vaderland.

Bijwoners

Waardoor wordt een dergelijke pelgrimshouding gekenmerkt? Allereerst: uit een gerichtheid op God en op Zijn toekomst. De aartsvaders, Abraham, Izak en Jakob, zijn hierbij het voorbeeld. Ze hebben beleden dat ze vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren. En dan zegt de Hebreeënbrief erbij: „Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken. En als zij aan het vaderland gedacht hadden waaruit zij waren weggegaan, dan zouden zij gelegenheid gehad hebben om terug te keren. Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland” (Hebr. 11:14-16). Die pelgrimshouding is een vrucht van bekering.

In de tweede plaats wordt een pelgrimshouding gedragen door de verzoening door Christus. Alleen zo leren mensen hun harten opwaarts in de hemel te verheffen, waar Christus Jezus is. Dit leidt ook tot een concrete verandering van het leven. Paulus spreekt in dit verband over overgezet worden uit het rijk van de duisternis in het rijk van de Zoon van Gods liefde. Intussen zegt Paulus dit tegen mensen die midden in het dagelijkse leven stonden en die de luxe van een eigen groep niet kenden. Ze kenden wél het geheim van de christelijke gemeente, waar geleefd wordt van het Evangelie.

Kanselruil

In de derde plaats is gemeenschap kenmerkend voor een pelgrim. Pelgrims zijn onderweg. Maar ze zijn niet alleen. Ze vormen een lange stoet van mensen. Door de nacht van strijd en zorgen gaat de stoet pelgrims voort. Wie alleen loopt in de woestijn, of in een klein groepje, is weerloos. Pelgrims zoeken elkaar op.

Daar zit een bijzonder pijnlijk punt. Want binnen de reformatorische zuil houden we elkaar nog wel zo’n beetje vast. In besturen van scholen en andere maatschappelijke organisaties hebben we het statutair vastgelegd: zo veel van die kerk, zo veel van die kerk. Maar hét probleem van de gereformeerde gezindte is de kerkvisie. Of liever: het gebrek aan kerkvisie. De kerk is het lichaam van Christus. Intussen is het lichaam van Christus gedeeld. Dat is tot oneer van God, maar het is ook levensgevaarlijk. Pelgrims hebben elkaar nodig. Zeker als de woestijn droger, eenzamer en gevaarlijker blijkt te zijn.

Dit betekent geen pleidooi voor een zoveelste poging om kerken organisatorisch te lijmen. Wél een verlangen om tegenover elkaar uit te spreken dat we deel zijn van het lichaam van Christus. En elkaar dus ook als zodanig erkennen. Misschien zelfs met een kleine kanselruil.

Erkenning ontstaat daar waar herkenning is: waar mensen elkaar herkennen bij het kruis van Christus, als mensen die van dezelfde genade moeten leven. En herkenning bij het kruis betekent onherroepelijk het eind van elkaar de maat nemen en van allerlei groepsdiscussies die al snel een eeuwigheidslading krijgen. Wát moet eeuwigheidslading hebben? Of we pelgrim zijn, of niet.

Biddend strijden

In de vierde plaats: een pelgrim trekt van oase naar oase. Het geloof kent geen Elimsituatie meer, aldus Aalders. Ook voor de gereformeerde gezindte is de vanzelfsprekendheid voorbij.

Maar daar is niet alles mee gezegd. Er zijn immers nog plaatsen waar je op adem kunt komen. In het gezin, in de christelijke gemeente, op school. Meer organisatie is niet nodig. Wel meer bezinning en gebed. Daarvoor geeft de Heere God het gezin, de kerkelijke verkondiging en toerusting, het onderwijs op de scholen. Als het ware van oase naar oase.

Ten vijfde nog even over die pelgrimshouding zelf. Ik kom terug op de titel van deze avond: pelgrim of soldaat. Reist u als een pelgrim verder, met de blik omhoog? Of kiest u voor het verweer en gaat u biddend de strijd aan?

Ik voel me bij die keus wat ongemakkelijk, eerlijk gezegd. Want moeten we kiezen? Mógen we wel kiezen? Aalders zegt dat het pelgrimskleed meer met het christelijk geloof overeenkomt dan de soldatenmantel. En ik ben geneigd om met hem mee te gaan. Een militante houding leidt tot niets. Maar een christen draagt wel de wapenrusting. Paulus zegt dat juist, als hij zegt dat we de strijd niet tegen vlees en bloed hebben, maar tegen de machten, de overheden, de geestelijke boosheden in de lucht. Doet aan de hele wapenrusting van God, opdat u in de boze dag staande zult kunnen blijven (Ef. 6:10-13).

Pelgrim of soldaat, dat betekent geen keuze. De pelgrim draagt de wapenrusting en de soldaat is onderweg. Dus: de blik omhoog – de gestalte van een pelgrim. Maar ook: biddend de strijd aangaan – de gestalte van een soldaat. Een soldaat uit de ”militia Christi”, welteverstaan.

Moed

Ten slotte: de tijden zijn zorgelijk, maar er is geen reden tot paniek. „In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen”, zegt Christus. Hoe de tijden ook zijn, pelgrims komen thuis.

Dat staat zwart op wit in Psalm 84, het lied van de pelgrim. Dit keer in de vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde. De zinnen die de kern van deze psalm vormen: „Gelukkig die wonen in Uw huis, die immer U mogen loven; gelukkig de mensen die sterk zijn in U, met de pelgrimsweg in het hart. Gaan zij door een laagte van dorre woestijngroei, een oase scheppen zij daar: de eerste regen daalt er weldadig: van kracht tot kracht gaan zij voort, om op Sion voor God te verschijnen.”

De auteur is hervormd predikant te Katwijk aan Zee. Dit artikel een samenvatting van de lezing die hij gisteravond heeft gehouden tijdens de bijeenkomst ”Pelgrim of soldaat” te Dordrecht.


Digibron

Lees meer in archiefsysteem Digibron over Aalders.

Burger van twee werelden (1) (De Waarheidsvriend, 2 augustus 1973)

Burger van twee werelden (2) (De Waarheidsvriend, 9 augustus 1973)