ICNIRP beoogt openheid over richtlijnen voor 5G

In de aangepaste richtlijnen geeft de ICNIRP voor een deel van de frequenties waarmee 5G gaat werken wat minder strenge limieten dan de huidige. Dat kan, mede omdat die frequenties alleen tot in de huid doordringen en niet dieper. beeld AFP, Lionel Bona-venture

De Internationale Commissie tot Bescherming tegen Niet-Ioniserende Straling (ICNIRP) wil transparant zijn, als het gaat om de opstelling van veiligheidsrichtlijnen voor 5G.

Hartelijk dank aan Johan van den Brink voor zijn reactie (”Besluitvorming rond veiligheid 5G moet transparant zijn”) op het artikel ”Hoe gevaarlijk is 5G? Dat blijft ongrijpbaar” (RD 19-2). Hij is in het algemeen lovend over de manier waarop de ICNIRP de complexe materie met betrekking tot de veiligheid van 5G benadert en uit de grote hoeveelheid wetenschappelijke onderzoeken conclusies probeert te trekken.

2019-02-23-OPN1-5G-6-FC-V_webBesluitvorming rond veiligheid 5G moet transparant zijn

2019-02-19-katDI5-zendmasten-6-FC_webHoe gevaarlijk is 5G? Dat blijft ongrijpbaar

Dat is inderdaad erg lastig, omdat de onderzoeken over het algemeen niet eenduidig zijn. En sommige onderzoeken laten effecten zien, zoals de effecten op hersengolven die Van den Brink noemt. Daaruit kan echter niet worden geconcludeerd dat die schadelijk zijn voor de gezondheid. Vergelijkbare effecten treden ook op als je je ogen sluit en weer open doet, of gaat zitten en staan.

In het menselijk lichaam zijn voortdurend allerlei processen aan de gang die niet tot gezondheidsproblemen leiden. En het lichaam heeft een groot vermogen om allerlei effecten van factoren die van buitenaf inwerken te compenseren. Daarom is het van belang om op grond van goed wetenschappelijk onderzoek vast te stellen wat voor blootstelling kan leiden tot gezondheidsschade. Wat blootstelling aan radiogolven betreft, is dat alleen onomstotelijk vastgesteld voor de opwarming die radiogolven veroorzaken. Maar daarvoor moeten ze wel veel krachtiger zijn dan wat er uit een mobiele telefoon komt of wat antennes op het dak veroorzaken. In een magnetron is dat het geval. Daarom kun je voedsel en dranken daarmee snel opwarmen. Dat gaat echt niet met een mobieltje.

Commentaar

De ICNIRP is momenteel bezig met een actualisatie van de blootstellingsrichtlijnen die we meer dan twintig jaar geleden hebben opgesteld, en die in veel landen gebruikt worden als basis voor wetgeving. Daarbij maken we gebruik van een overzicht van al het wetenschappelijke onderzoek op dit gebied, dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan het opstellen is. Dat is alleen nog niet in zijn definitieve vorm gepubliceerd, en daarom kunnen we slechts een voorlopige versie gebruiken. We bekijken daarom ook recentere onderzoeken die nog niet in dat overzicht staan.

Ook zelf heeft de ICNIRP een ontwerpversie van de nieuwe richtlijnen gepubliceerd, om commentaar van deskundigen te krijgen. Dat commentaar is er ook gekomen. Zoals Van den Brink aangeeft, hebben meer dan honderd personen gereageerd, inclusief de door hem genoemde onderzoekers uit Zürich. Met ruim 1200 punten van commentaar (met wat overlap, natuurlijk).

Al die commentaren zijn stuk voor stuk besproken en al of niet overgenomen. We zullen niet iedereen apart een reactie geven, maar wel een overzicht publiceren van alle commentaren en onze reacties daarop, tegelijk met de nieuwe richtlijnen. We proberen daarmee zo transparant mogelijk te zijn, maar willen niet verzeild raken in eindeloze welles-nietesdiscussies.

Minder streng

In de aangepaste richtlijnen geven we voor een deel van de frequenties waar 5G mee gaat werken (en dan vooral voor de frequenties die hoger zijn dan die nu door 3G en 4G worden gebruikt) wat minder strenge limieten dan de huidige. Dat kan, omdat die frequenties alleen tot in de huid doordringen en niet dieper. Daardoor kan de warmte sneller afgevoerd worden. Dat kan ook omdat we nu betere modellen hebben om te voorspellen wat er gebeurt (experimenteel onderzoek op dit gebied is er vrijwel niet).

De richtlijnen voor gepulste velden, die voor 5G overigens niet van belang zijn, worden gebaseerd op inmiddels gepubliceerd onderzoek. Dus de angst van Van den Brink dat we onze eigen regels schenden, is gelukkig niet terecht.

De ICNIRP bestaat uit onafhankelijke wetenschappers, die alleen op grond van hun wetenschappelijke expertise in de commissie zijn gevraagd. Wij proberen zo goed en zuiver mogelijk, op grond van wetenschappelijke gegevens van voldoende kwaliteit, aan te geven wat maximaal de blootstelling aan elektromagnetische velden zou mogen zijn om adequate bescherming aan de bevolking te bieden.

De ICNIRP is volkomen transparant over de financiële belangen van haar leden. Die moeten vrij zijn van banden met of onderzoeksfinanciering door de industrie. Ze is ook transparant over de financiering van de organisatie zelf (alleen door overheden of daaraan verbonden organisaties). Op www.icnirp.org is alle informatie daarover te vinden.

De auteur is voorzitter van de ICNIRP.