Hij is het!

„De predikatie over de geseling van de lijdende Zaligmaker hield dr. H. F. Kohlbrugge in zijn eigen gemeente, in de avonddienst van zondag 3 maart 1872.” beeld RD, Henk Visscher

„Is het u ernst? Is het een heilig verwachten voor u om eenmaal voor de rechterstoel van Christus te verschijnen, wanneer Hij met al Zijn heilige engelen komt, en wanneer alles openbaar zal komen wat er gebeurd is? Neem dan de toevlucht tot Hem, en kijk dan nog eens! Uw oude mens ziet u dan in Christus bespot op Gabbatha staan. „Zie, de mens.” Dat is Hij, en toch is Hij het niet. Maar de gelovige zegt: ik ben het! Mij hebt U, Heere Jezus, aan Uw allerheiligst lichaam zo opgenomen. Voor mij hebt Gij boete gedaan. U hebt mijn zonden van naaktheid willen dragen toen U naakt en bloot aan het vervloekte kruishout hebt gehangen! Ik weet niets anders, maar dit ene wat ik weet, is genoeg.”

Deze rubriek is niet zozeer bedoeld voor boekbesprekingen. Toch zal het niet verboden zijn om op dit podium enig respons te geven op een kleinood van een boekje dat een enkele maand geleden verscheen. Een boekje met een wel heel merkwaardige titel: ”Hij is het en toch is Hij het niet”. Geheimtaal lijkt het wel. Is het ook. Het is namelijk een wijze van verwoording die behoort bij de verborgenheid der godzaligheid, het mysterie van de vreze des Heeren. Uit het voorgaande bleek het eigenlijk al: de kop boven dit stukje is ontleend aan een stichtelijk woord. In dit geval een predikatie over de geseling van de lijdende Zaligmaker. Dr. H. F. Kohlbrugge heeft deze preek in zijn eigen gemeente gehouden in de avonddienst van zondag 3 maart 1872.

Het boekje wordt gepresenteerd als een bundeling van „zes preken over onze Heere Jezus Christus en de Wet van de tien geboden”, alle van Kohlbrugge. Dr. Bart Jan Spruyt verzamelde, vertaalde en introduceerde het geheel. Ik ben hem er dankbaar voor. Waarom vooral? Omdat deze bij elkaar gesprokkelde preken onderling verbonden zijn door één beheersend thema: Christus Jezus en de wet van God. Eerlijk gezegd weet ik geen centraler onderwerp in belijdenis en prediking dan juist dit: de Zaligmaker van zondaren en Gods heilige wet. Wie de geestelijke verhouding van die twee kent, krijgt mijn professorenbaret, moet Luther eens gezegd hebben.

De wet van God is heilig en rechtvaardig en goed. Ze is bedoeld ten leven. Maar helaas, ik ben een overtreder van de wet. Nu keert Gods wet zich tegen mij. Ze doet mij m’n zonde kennen, maar ook de toorn en de straf van God die daaruit voortvloeien. Een regel uit de eerste preek: „Daarom luister naar mij, of jullie nu jong of oud zijn, gelovig of ongelovig, bekeerd of onbekeerd, hoor wat de Wet is, hoe zij gehouden wordt, en wat eenieder van u te wachten staat als hij die Wet in de wind slaat.”

Toch, hoe onmisbaar dit element van de kennis der ellende ook is, ze is niet de spits van deze zes preken. Die ligt elders, namelijk in de kennis van de verlossing. Beter nog: van de Verlosser. Heeft Hij ook iets met de wet uit te staan? Alles! Zijn missie op aarde was om de wet van God volmaakt te doen, in lijdelijke en in daadwerkelijke gehoorzaamheid. Zijn spijs was dat Hij de wil deed van Zijn Vader, Die Hem gezonden had, en dat Hij Zijn wet zou volbrengen. Hij heeft het gedaan. Ten dode toe. Hoe? Als Borg, plaatsvervangend. Gods kerk belijdt: „De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” Hij heeft het mijne aangenomen, wat Hij niet had: mijn zonde. En Hij heeft mij gegeven wat ik niet had: Zijn gerechtigheid.

In Kohlbrugges preek over Christus en het zevende gebod lezen we: „Toen Pilatus de Heiland liet geselen, was het waarlijk niet toevallig dat iedere geselslag met de riem waaraan kleine haakjes waren bevestigd tien wonden veroorzaakte. Deze geselslagen hebben wij met onze overtredingen van de tien geboden verdiend. Maar als God ons nu als Vader geselt, vinden wij in de geseling van Christus de troost dat Hij alles heeft verzoend en dat ons dit alles nu tot ons welzijn moet dienen.” Hij is het!

Reageren? welbeschouwd@refdag.nl