Evolutieleer niet verenigbaar met christelijk geloof

Schepping en evolutie
„Het ontstaan van de aarde en de ontwikkeling van het leven zijn geen thema’s die lou-ter op het terrein van de natuurwetenschappen liggen. Wij betreden dan ook het terrein van de geschiedenis.” beeld iStock

Wetenschappelijke modellen mogen door christenen gehanteerd en aanvaard worden, maar zij moeten altijd onder de koepel worden gezet van het Bijbelse getuigenis over schepping, zondeval, verlossing en voleinding. Waar zij botsen, moet niet het Bijbelse getuigenis worden aangepast, maar de reikwijdte van wetenschappelijke modellen.

Recent verscheen de bundel ”En God zag dat het goed was”. Hierin delen 25 auteurs vanuit verschillende invalshoeken hun visie op hoe het christelijk geloof zich verhoudt tot de evolutietheorie.

Op een enkele uitzondering na zijn alle medewerkers ervan overtuigd dat volledige aanvaarding van de evolutieleer prima kan samengaan met het belijden van het christelijk geloof. Aanvaarding van de evolutietheorie vormt geen bedreiging voor het Evangelie van Jezus Christus, menen zij.

De redacteuren schrijven in hun inleiding dat ze zonder enige reserve uitgaan van de juistheid van de evolutieleer en dat zij van theologen verwachten dat zij de consequenties daarvan voor het christelijk geloof doordenken.

Dr. Rik Peels, een van de boekredacteuren, gaf in het artikel ”Voer discussie evolutietheorie op theologisch niveau” te kennen dat hij het plaatsen van kanttekeningen bij de evolutieleer een onjuiste vorm van wantrouwen acht (RD 4-11). Bevreemdend is dat hij niet ingaat op het feit dat de (natuur)wetenschap geen verklaring heeft voor de oorsprong van het leven, het menselijk bewustzijn en het besef van universele normen en waarden. De evolutieleer kan goed verklaren hoe soorten zich aanpassen - je zou dat zijwaartse ontwikkelingen kunnen noemen (micro-evolutie) - maar niet hoe opwaartse ontwikkelingen tot stand konden komen. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat de hoeveelheid informatie toeneemt?

Dat de meeste wetenschappers in de evolutieleer geen problemen zien, is geen bewijs van de juistheid ervan. Er zijn topwetenschappers die de evolutieleer niet willen bijvallen. Denk aan Raymond Damadian, wiens naam verbonden is met de ontwikkeling van MRI. Het is niet onwaarschijnlijk dat zijn afwijzing van de evolutieleer ermee verband houdt dat de Nobelprijs voor de geneeskunde hem niet toegewezen werd. Een ander voorbeeld is James Tour. Deze biochemicus van wereldformaat heeft vanuit zijn vakgebied onoverkomelijke bezwaren tegen de evolutieleer.

Historisch getuige

Mijn hoofdbezwaar tegen het artikel van dr. Peels is niet dat hij topwetenschappers negeert die om hun christelijke overtuiging de evolutieleer afwijzen. Bezwaarlijk is wel dat het geen duidelijk antwoord geeft op de vraag hoe wij moeten oordelen over die terreinen waar Bijbel en natuurwetenschap elkaar overlappen. Wat is dan de verhouding tussen die twee? En wat geeft de doorslag? Peels zegt zelf dat de gedachte dat alleen de natuurwetenschappen betrouwbare kennis opleveren van de hand moet worden gewezen, maar verbindt daar geen echte consequenties aan.

Het ontstaan van de aarde en de ontwikkeling van het leven zijn geen thema’s die louter op het terrein van de natuurwetenschappen liggen. Wij betreden dan ook het terrein van de geschiedenis. Die baseert zich op archeologische vondsten en meer nog op getuigenissen.

Het begin van de Bijbel bevat een historisch getuigenis over het ontstaan van de wereld en het begin van de mensheid. Die mens heeft in de werkelijkheid een unieke plaats. Als historisch getuige is de Bijbel ook een bron van kennis. Hij geeft ons informatie over God en Zijn relatie tot de wereld. Die relatie is van meet af aan verbonden met historische gebeurtenissen.

Hoe interpreteer je in het licht van de Bijbel als bron van kennis dat onder de dieren de apen het meest op de mens lijken? Inmiddels weten we dat de gelijkenis ook geldt voor het genoom van mensen en apen en dan vooral van chimpansees.

Hebben chimpansees en mensen een gemeenschappelijke voorouder? Wie beseft dat dit feitelijk een historische vraag is, kan, met een beroep op biologische gegevens, niet volstaan met de stelling dat dit de enige mogelijk conclusie is. Het is een mogelijke, maar geen dwingende conclusie.

Wederkomst

Als het gaat om het ontstaan van de mens (hiertoe wil ik me nu beperken) baseert een christen zich niet alleen op natuurwetenschappelijke inzichten en modellen, maar allereerst op het Bijbelse getuigenis. Hij is ervan overtuigd dat de mens volstrekt is onderscheiden van het hoogst ontwikkelde dier en in een staat van goedheid werd geschapen. Dit getuigenis geeft het juiste zicht op het menselijk bewustzijn en de oorsprong van moraal.

Genesis 2 toont dat heel de mensheid afstamt van één mensenpaar, dat leefde in het paradijs, op een historische plaats, die in Mesopotamië moet worden gezocht. Bleven zij God gehoorzamen, dan zouden zij niet sterven. Maar sinds de ongehoorzaamheid van het eerste mensenpaar treft de dood ieder mens. De zondeval is een concreet moment in de geschiedenis. Een christen gelooft deze historische werkelijkheid op grond van het Bijbelse getuigenis. Van de betrouwbaarheid ervan is hij allereerst en allermeest overtuigd door de Heilige Geest.

We zien dat stervensprocessen bij het leven op aarde horen. De voedselketen is zonder deze processen niet te begrijpen. Ook vóór de zondeval werden planten gegeten. In de loop der eeuwen gingen de meeste theologen ervan uit dat het sterven van dieren een gevolg is van de zondeval. Augustinus en Thomas van Aquino hadden er geen moeite mee dit als onderdeel van Gods goede schepping te zien. Niet betwijfeld werd echter dat de dood van de mens geen natuurgegeven is, maar het loon op de zonde. De hele christelijke geloofsleer van zonde en verlossing is daarmee verbonden.

Dat de dood van de mens geen natuurgegeven is, maar het loon op de zonde, is biologisch niet aantoonbaar. Toch is het wel een gegeven dat correspondeert met de historische werkelijkheid. Een christen gelooft het Bijbelse getuigenis als bron van betrouwbare kennis. Ook de maagdelijke geboorte van Christus en Zijn opstanding met een verheerlijkt lichaam zijn biologisch volstrekt niet te plaatsen. Toch gaat het om historische gebeurtenissen. De wederkomst van de Heere Jezus Christus past in geen enkel natuurwetenschappelijk of biologisch model. Toch ziet een christen er reikhalzend naar uit.

Ontwijfelbaar

In de lezing ”What is an Evangelical?” stelde dr. Martyn Lloyd Jones: „Wij accepteren de Bijbelse leer met betrekking tot de schepping en baseren onze positie niet op evolutietheorieën, welke specifieke theorie mensen ook kiezen om daarvoor te pleiten. We geloven in het wezen van een eerste man genaamd Adam, en een eerste vrouw genaamd Eva. We verwerpen het idee van pre-Adamietische mensen omdat het in strijd is met de leer van de Schrift (...). We moeten het feit van de historische val van de eerste mens onderstrepen, en dat het gebeurde op de manier zoals het is beschreven in het derde hoofdstuk van Genesis.”

Christenen mogen (natuur-)wetenschappelijke modellen hanteren en aanvaarden, maar zij moeten altijd onder de koepel worden gezet van het Bijbelse getuigenis over schepping, zondeval, verlossing en voleinding. Waar zij botsen, moet niet het Bijbelse getuigenis worden aangepast, maar de reikwijdte van (natuur)wetenschappelijke modellen.

Als wij geloven dat wij in Adam verloren zijn en dat er in Christus, Die de dood overwon en wederkomt om levenden en doden te oordelen, behoud is, geloven wij geen fabels. Wij geloven ontwijfelbare getuigenissen, die ons een venster bieden op God als het hoogste goed en de bron van volkomen zaligheid.

De auteur is predikant in de Hersteld Hervormde Kerk en docent aan het Hersteld Hervormd Seminarie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

2019-11-04-OPN1-evolutie-7-FC-V_webVoer discussie evolutietheorie op theologisch en niet op natuurwetenschappelijk niveau