Elke christen moet theoloog zijn

„Een doelgerichte theologische studie van God, als uitdrukking van liefde tot Hem, kan niet anders dan deze liefde verdiepen.” beeld iStock

Er is geen Bijbelse reden om theologische studie over te laten aan pastors en professoren. Zij verdiept de liefde tot God, betoogt Jared Wilson.

Ik vertel vaak aan mijn gemeente dat elke christen theoloog moet zijn. En de blikken die ik dan van sommige verraste zielen krijg, bewijzen dat ik nog niet goed had uitgelegd dat doelgerichte theologische studie door leken belangrijk is.

De niet-begrijpende reacties komen vaak voort uit een misverstand over wat ik in deze context bedoel met theologie. Daarom vertel ik mijn gemeente wat ik er niet mee wil zeggen. Ik bedoel er niet mee dat elke christen een academicus of een geleerde moet zijn of dat elke christen hard moet werken om de indruk te wekken dat hij of zij een allesweter is. We begrijpen allemaal de Bijbelse waarschuwing „de kennis maakt opgeblazen” (1 Kor. 8:1). Niemand houdt van betweters.

Het juiste antwoord op droog intellectualisme is echter niet verwaarlozing van theologische studie. Er is geen Bijbelse reden om dit over te laten aan pastors en professoren. Daarom herinner ik mijn gemeente eraan dat theologie –afkomstig van de Griekse woorden theos (God) en logos (woord)– gewoon ”de kennis (of studie) van God” betekent. Wie een christen is, moet God per definitie kennen. Christenen zijn discipelen van Jezus; zij zijn studentvolgelingen van Hem. Hoe langer we Hem volgen, hoe meer we van Hem te weten komen en, bijgevolg, hoe dieper we Hem leren kennen.

Er zijn minstens drie belangrijke redenen waarom elke christen een theoloog behoort te zijn.

Ten eerste: theologische studie is een plicht. Het liefdevol toewijden van ons verstand aan God is met name vereist in het grote gebod: „Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand” (Matth. 22:37). God liefhebben met geheel ons verstand betekent ongetwijfeld meer dan theologische studie, maar het betekent zeker niet minder dan dat.

Geen vacuüm

Ten tweede is theologische studie onmisbaar voor het deelhebben aan de verlossing. Nu bedoel ik niet dat intellectuele inspanning de zaligheid verdient. Wij worden uit genade alleen gered, door geloof alleen (Ef. 2:8), zonder enig werk van onszelf (Rom. 3:28). Dat sluit ook intellectueel werk uit. Tegelijkertijd is het geloof waardoor wij worden gerechtvaardigd, een redelijk geloof. Geloof in God is niet irrationeel.

Zaligend geloof is een geschenk van God (Rom. 12:3), maar het is daarom geen vormeloos, informatievrij, geestelijk vacuüm. Geloofsoefening en voortdurende groei in de genade zijn nauw verbonden met het verlangen om God en Zijn werken zoals geopenbaard in de Schrift beter te leren kennen.

Hebreeën 11:1 herinnert ons eraan dat voor de christen het geloof niet een sprong in het duister is. Integendeel, het geloof is onlosmakelijk verbonden met zekerheid en overtuiging, gebaseerd op de feiten zoals geopenbaard in het Woord. Daarom is bestudering van de Bijbel noodzakelijk. Paulus waarschuwt zijn jonge beschermeling Timotheüs: „Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen” (1 Tim. 4:16). Hij herinnert Timotheüs eraan dat de heiliging, die uitloopt in een voortdurend volgen van Christus, noodzakelijkerwijs een intense studie van Gods Woord omvat.

Aanbidding

Ten derde: theologische studie bekrachtigt en voedt de aanbidding van Hem. Ware christenen geloven niet in een of andere vage god. Zij geloven in de drie-enige God, geopenbaard in de Heilige Schrift. Hun vertrouwen hebben zij door de levende Geest gesteld in de waarachtige Heiland, Jezus, zoals verkondigd in de woorden van het historische Evangelie.

Het kennen van God is een manier om het christelijk geloof te bekrachtigen. Dwalingen brengen de waarachtigheid van de claim dat we God kennen in gevaar. Daarom is theologische degelijkheid noodzakelijk. Die moet niet alleen blijken uit de prediking van de voorganger, maar ook uit de kerkmuziek en het gebed, zowel het kerkelijke als het persoonlijke.

Theologische studie gaat echter dieper dan het simpelweg bekrachtigen van onze aanbidding als waar en godvruchtig – het voedt ook deze aanbidding. We moeten ons herinneren wat Jezus aan de Samaritaanse vrouw bij de put uitlegde: „Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid” (Joh. 4:23-24).

Het intens zoeken naar de dingen van God met ons verstand of onze geest is een teken dat we diep veranderd zijn in ons hart en daardoor ook in ons gedrag. De Bijbel zegt: „wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij” (Rom. 12:2). Deze verandering begint dus met een vernieuwing van ons gemoed. John Piper zei eens hierover: „De theologische geest is er om hout in de oven van onze liefde tot Christus te gooien.”

Verdiepen

Een doelgerichte studie naar God, als uitdrukking van liefde tot Hem, kan niet anders dan deze liefde verdiepen. Hoe meer we lezen en studeren in de Bijbel, mediteren en biddend het Woord van God toepassen, hoe meer onze eerbied voor Hem zal groeien.

De auteur is directeur mediastrategie aan het Midwestern Baptist Theological Seminary. Bron: thegospelcoalition.org