Covid-19 laat zien dat we onze omgang met natuur moeten veranderen

Bezinning
Intensieve veehouderij kunnen een broedplaats worden voor virale en bacteriële ziekteverwekkers. Foto: een Franse kippenboerderij. beeld iStock

Grootschalige ontbossing, intensieve landbouw, handel in dieren: het schept een klimaat waarin virussen gedijen. Om nieuwe pandemieën te voorkomen, moeten we onze omgang met de natuurlijke wereld drastisch veranderen.

In slechts vier maanden tijd verspreidde het zeer besmettelijke Covid-19 zich over de hele wereld. Halverwege april is een kwart van de wereldbevolking opgesloten. Ondertussen zijn meer dan 2,5 miljoen mensen besmet en meer dan 150.000 mensen overleden. De meesten stierven alleen, zonder troost van familie of vrienden. De laatste keer dat zoiets gebeurde, was tijdens de Spaanse griep, die de wereld na de Eerste Wereldoorlog teisterde.

De geschiedenis leert ons dat pandemieën de loop der dingen drastisch kunnen veranderen. Weliswaar lag het dodental tijdens de plaag van Justinianus (541-542), die het Byzantijnse rijk ondermijnde, vele malen hoger, net als bij de zwarte dood in het midden van de 14e eeuw, die in vijf jaar een derde van de Europese bevolking wegvaagde. Toch zal ook Covid-19 de geschiedenis ingrijpend veranderen.

Geen stromend water

Veel mensen zitten werkloos thuis. Instanties wagen zich voorzichtig aan schattingen over de impact van de pandemie op de economie. De positieve economische prognoses voor de wereldeconomie van januari 2020 zijn totaal achterhaald. Toen verwachtte het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een wereldwijde groei van 3,3 procent voor 2020. In een toespraak voor de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank, online gehouden van 17 tot 19 april, verklaarde de directeur van het IMF, Kristalina Georgieva, dat we de ergste economische crisis sinds de Grote Depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw moeten verwachten.

Sinds januari volgen de media Covid-19, die begon in China en zich verspreidde naar onder andere Zuid-Korea, Italië, Spanje, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In al deze landen is het mogelijk om afstand te nemen en je handen te wassen, maar dat is niet mogelijk voor bijvoorbeeld de T’boli-bevolking in Zuidoost-Mindanao op de Filippijnen. Ik deelde het leven van deze mensen toen ik in de jaren tachtig zendeling was. Hoe kun je sociaal afstand nemen of je handen wassen als tien mensen een tweekamerwoning zonder stromend water delen?

Dat is niet alleen een probleem voor de T’boli. Een kwart van de wereldbevolking heeft geen toegang tot stromend water en goede sanitaire voorzieningen. De vrees leeft dat het virus grote schade zal aanrichten in India, Latijns-Amerika en Afrika en miljoenen doden zal veroorzaken, omdat hun volksgezondheidsstelsels primitief zijn.

Reddingspakket

Er is ook weinig oog voor de economische gevolgen voor de armen. Op 9 april waarschuwde Oxfam International de wereldleiders dat ongeveer een half miljard mensen door Covid-19 weer in de armoede terecht kan komen, tenzij rijkere landen zich inzetten voor een reddingspakket van 2,3 biljoen euro. Het geld van het reddingspakket kan voorzien in de behoeften van degenen die hun inkomen hebben verloren en in een uitkering voor kleine, kwetsbare bedrijven. Het geld kan ook worden gebruikt om de duizelingwekkende schuld van bijna 1 biljoen euro kwijt te schelden die arme landen dit jaar aan rijkere landen en instellingen moeten betalen. Ten slotte kan 1 biljoen euro een nieuwe internationale reserve vormen voor economisch arme landen.

Rijke landen lenen nu duizelingwekkende bedragen voor hun eigen binnenlandse behoeften. Zullen zij bereid zijn om de nood van arme mensen wereldwijd te lenigen?

Biodiversiteit

Paus Franciscus zei in zijn ”Urbi et Orbi” (”aan de stad en de wereld”) op paaszondag 11 april dat „de wereld staat voor ongekende uitdagingen en nu wordt onderdrukt door een pandemie die onze menselijke familie zwaar op de proef stelt.”

Dat is allemaal waar, mensen zijn geschokt door de pijn en het overlijden van dierbaren en de economische chaos die Covid-19 veroorzaakt. De paus en vele anderen leggen echter geen verband tussen deze pandemie en de vernietiging van de natuurlijke wereld, die in iets meer dan twee decennia leidde tot Covid-19, SARS, MERS, ebola, hiv, zika en de Mexicaanse griep.

Op Goede Vrijdag luisterde ik naar christelijke, joodse, humanistische en islamitische leiders die op de radio spraken over de viering van Pasen, Pesach en de ramadan, nu gelovigen niet naar kerken, moskeeën en synagogen kunnen. Niemand vermeldde het feit dat grootschalige ontbossing, aantasting van leefgebieden, intensieve landbouw, handel in dieren en klimaatverandering allemaal bijdragen aan het verlies van biodiversiteit en daarbij de opkomst van nieuwe pandemieën vergemakkelijken.

Van dier op mens

We weten al lang dat virussen en ziekteverwekkers van dier op mens overspringen. Door de vernietiging van de biodiversiteit gebeurt dat nu veel vaker dan in het verleden. Gelukkig kunnen we pandemieën beter overleven dan eerdere generaties, door de ontwikkeling van medicijnen en vaccins. Maar pandemieën zullen in de toekomst nog vaker plaatsvinden. Mensen koloniseren elk ecosysteem, daardoor kunnen dodelijke pandemieën ontstaan.

Veel mensen vermoedden dat het coronavirus in december 2019 voor het eerst op de mens oversprong op een ‘natte’ markt in Wuhan in China. Op zulke markten worden dieren samengepropt in kleine kooien, vaak in vieze omstandigheden. Dieren die elkaar in het wild zelden zouden tegenkomen, zoals civetkatten, pups van levende wolven en schubdieren. Het vormt een ideale omgeving om ziekten uit te broeden die overgaan op de mens.

Daarom vindt Elizabeth Maruma Mrema, hoofd van de VN-organisatie voor biodiversiteit, dat landen ‘natte’ markten moeten verbieden. Op dit moment heeft China een tijdelijk verbod daarop ingevoerd. Het hoofd van de Chinese Stichting voor het Behoud van Biodiversiteit en Groene Ontwikkeling, Jinfeng Zhou, riep op tot een permanent verbod op alle natuurmarkten.

Dieren in doos

De ethicus Viveca Morris, directeur van het opleidingsprogramma ”wet, ethiek en dier” aan de Yale-school in de staat New York, schrijft dat de Chinezen niet de enigen zijn die betrokken zijn bij de handel in wilde dieren. Elk jaar worden „honderden miljoenen levende dieren gevangen, in een doos gestopt en geïmporteerd voor de landbouw, de huisdieren- en aquariumsectoren en ander gebruik.”

Morris vraagt ons ook te kijken naar intensieve veehouderij. Op veel plaatsen verdringen varkens, kippen, kalkoenen en andere dieren elkaar in overvolle ruimtes. Deze situaties kunnen een broedplaats worden voor virale en bacteriële ziekteverwekkers. Om dat te voorkomen, geven we de dieren voer met antibiotica. Dat schept natuurlijk de perfecte omstandigheden voor antibioticaresistente ziekteverwekkers.

Wij mensen betalen daarvoor een prijs. Voorbeelden daarvan zijn resistente ziekenhuisbacteriën en virale urineweginfecties. Dit soort landbouw verhoogt ook het risico op dodelijke virale epidemieën, zoals de uitbraak van Mexicaanse griep in 2009, die 59 miljoen mensen ziek maakte.

Veel mensen denken dat onze omgang met de natuurlijke wereld geen negatieve invloed heeft op de menselijke gezondheid en het welzijn. Op basis van deze misvatting vernietigen wij een groot deel van de natuurlijke wereld en houden we de bio-industrie in stand. Covid-19 vertelt ons echter dat we of onze manier van omgaan met de natuurlijke wereld drastisch moeten veranderen, of ons moeten voorbereiden op de volgende pandemie. Voor die keuze staan we.

De auteur is oud-zendeling en ecologisch theoloog.