Dividenddebat spannend, zeker ook voor CU

Rutte en Segers, beeld ANP, Bart Maat.

Ten minste twee pittige debatten staan het kabinet-Rutte III de komende tijd te wachten. De eerste zware gedachtewisseling is die met minister Blok (Buitenlandse Zaken) over diens uitlatingen over migratie en de multiculturele samenleving. De tweede is die over de afschaffing van de dividendbelasting, een maatregel die ons land misschien wel 2 miljard euro gaat kosten.

Dat voorstel is en blijft uitermate omstreden. Want hoeveel woorden premier Rutte de afgelopen tijd ook gebruikte om zijn plan aan het volk uit te leggen, de steun ervoor nam alleen maar af. Inmiddels is nog slechts 16 procent van de kiezers het ermee eens; zelfs onder de VVD-aanhang ligt de steun niet hoger dan 35 procent.

Daarbij komt dat dit thema ook de coalitie verdeelt. Eigenlijk staat alleen de VVD er pal achter. De andere partijen zouden de maatregel of nooit zelf verzonnen hebben (CDA) of zijn er altijd beslist tegen geweest. Maar in een formatieproces, stellen de andere drie, is het nu eenmaal een zaak van geven en nemen.

De coalitiepartij die het er het zwaarst mee lijkt te hebben, is de CU. Partijleider Segers noemde het afschaffen van de dividendbelasting eerder „een meloen” die hij tijdens de formatie moest „doorslikken.” Op Facebook legde hij vorige week zijn keuze nog een keer uit. Waar de Tilburgse hoogleraar Graafland die week in een opiniestuk in het Nederlands Dagblad betoogde dat de CU „haar geloofwaardigheid op het spel zet” en afkoerst op „een groot debacle” als zij het kabinet niet alsnog „de voet dwars zet”, zet Segers nog eens op een rij wat zijn partij vorig jaar binnenhaalde: een actieprogramma ter voorkoming van onbedoelde zwangerschappen, een eerlijker belastingstelsel waarbij gezinnen erop vooruitgaan, commitment aan de milieudoelstellingen van Parijs enzovoort. Daarom houdt hij vast aan het regeerakkoord en gaat hij zijn „woord” tegenover Rutte „niet breken”, aldus Segers.

Voor zijn redenering valt veel te zeggen. Maar hoe die keuze electoraal gaat uitvallen, is een spannende vraag. Want hoe je het aan buitenlandse beleggers weggeven van 2 miljard euro –geld waar je ook heel andere, mooie dingen voor had kunnen doen– afweegt tegen allerlei beleidsverbeteringen die je als partij hebt bereikt, is een hoogst individuele zaak.

Daarbij komt dat anno 2018 kiezers zelden nog onvoorwaardelijk hun vertrouwen geven aan een bepaalde partij, ook niet als dat een christelijke partij betreft. Wat dit betreft is het opmerkelijk dat een recente peiling van De Hond liet zien dat 7 procent van de CU-kiezers zegt niet meer of waarschijnlijk niet meer op die partij te zullen stemmen als zij vasthoudt aan het omstreden dividendbesluit. Maar liefst 46 procent zegt dat zij twijfelt of zij in dat geval nog CU zal stemmen.

Die electorale component geeft het komende debat over de dividendbelasting een extra zware lading en betekenis.