Column: Zijn complottheorieën onzin?

Een voorbeeld van een complottheorie is dat de Israëlische geheime dienst de Twin Towers in New York zou hebben opgeblazen. beeld AFP PHOTO, Helene Seligman

Hebt u weleens van de Illuminati gehoord? Ik hoorde er voor het eerst over op een koude avond tijdens een vergadering van onze plaatselijke SGP-kiesvereniging.

De gewaardeerde inleider voerde ons binnen in een wereld van samenzweringen en geheime genootschappen. We worden voor de gek gehouden en uitgebuit door een onzichtbare elite van Illuminati en ander gespuis. Hij vertrouwde ons toe dat niemand hem geloofde, zelfs RD-journalisten niet. Ik was onder de indruk. Maar de andere dag voeren er weer schepen over de Merwede en vertrok mijn boemeltrein op de vertrouwde tijd. Alles bleef zoals het was.

Later leerde ik nog veel meer complottheorieën kennen. Bijvoorbeeld dat de maanlanding nooit heeft plaatsgevonden. Dat de Israëlische geheime dienst de Twin Towers in New York opblies. Dat vaccinaties verantwoordelijk zijn voor autisme bij jongeren. Dat vliegtuigen chemische troep de lucht in spuiten. En ga zo maar door.

Allemaal onzin natuurlijk. Het zijn verhalen uit de koker van op angst beluste mensen. Erger nog: geloof hechten aan zulke verhalen heeft ook iets decadents. Wij in het Westen zijn ongekend gelukkig en gezond, vergeleken met onze voorouders of mensen elders op de wereld. Lekker makkelijk is het dan om dit soort verhalen te geloven. In plaats dat we dankbaar zijn voor alle zegeningen die we ontvangen. Of een beetje ontzag hebben voor wat wetenschappers bedenken en voor de integere manier waarop zij hun werk doen.

Er is alleen een probleem. De afgelopen tien jaar zijn er regelmatig serieuze studies verschenen die laten zien dat complottheorieën soms wel waar zijn. Denk aan het boek van Joris Luyendijk over de Londense City. In de bankenwereld is de moraal weg. Geld verdienen is het enige wat telt, het maakt niet uit hoe. Na de bankencrisis is alles gebleven zoals het was.

Of lees het boek van de Deense hoogleraar Peter Gøtzsche over de macht van de farmacie. Koste wat kost moeten wij aan de pillen. Ze brengen geld in het laatje. We zouden echter beter af zijn zonder. Gøtzsche vergelijkt de farmaceutische industrie met de tabaksindustrie. Het is telkens hetzelfde liedje: zonder dat we het weten, bestaat er een systeem dat macht heeft over ons dagelijks leven. Wie dit soort boeken leest, wrijft regelmatig zijn ogen uit. Het kan niet waar zijn.

Zulke onthullingen maken mij behoedzaam als het gaat over complottheorieën. Natuurlijk, op internet is elke soort onzin geoorloofd, maar van complottheorieën kunnen we ons niet te gemakkelijk afmaken. Ze proberen chocola te maken van de rafelranden van onze voorspoed. Hoe meer spullen en geld we hebben, hoe kwetsbaarder we zijn. Hoe ingewikkelder de gebruikte technologie, hoe onvoorspelbaarder de gevolgen. Dat geldt zeker als die technologie letterlijk dicht op onze huid zit, zoals de onderhuidse chip, waar deze krant pas over berichtte. Onze broeders en zusters die zoiets meteen met het teken van het beest uit Openbaring in verband brengen, hebben een goede intuïtie. Zo’n chip kan onmogelijk een neutraal middel zijn in de hand van mensen.

Hoe komt het dan dat het soms opeens helemaal misgaat? Werken er zo veel slechteriken bij banken, farmaceutische en it-bedrijven? Welnee, de mensen daar zijn even hoogstaand als u en ik. Dat is het ongelijk van complottheorieën. Ze hanteren een te simpel beeld van de wereld waarin we leven. Zelden is ergens een moderne Hitler of Frankenstein aan het werk. We doen het met elkaar. Als we de procedures volgen en ons in onze eigen kleine omgeving netjes gedragen, denken we dat we goed bezig zijn. Maar ondertussen zijn we blind voor de gevolgen van ons handelen en zien we pas veel te laat dat het uit de hand loopt. Trouwjournalist Stevo Akkerman heeft dat in zijn pas verschenen boek ”Het klopt wel, maar het deugt niet” kernachtig samengevat: iets wat klopt, hoeft nog niet te deugen.

De moraal van dit verhaal? Ook al is uw dokter, uw bankier of uw journalist een keurige man of vrouw aan wie je zo je portemonnee kunt meegeven, hij of zij kan u (onbewust) een totaal verkeerde richting wijzen. In het minst erge geval kost u dat alleen maar geld.

De prijs van onze ongekende voorspoed is dat we niet langer onbezorgd kunnen zijn. Waarbij bezorgd zijn nog wel iets anders is dan angstig zijn. Wie angstig is, is vatbaar voor goedkope troost. Wie bezorgd is, heeft een realistisch beeld van de maatschappij waarin wij leven. Het verloren paradijs keert niet terug. Tenzij de Pinkstergeest ons aan het dromen brengt. Maar dat is een ander verhaal.

Aart Nederveen werkt als klinisch fysicus bij de afdeling radiologie van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Reageren? rubriekforum@refdag.nl