Column: Te koop: „bijbel van het kapitalisme”

In de bibliotheek van de Tweede Kamer is vorig jaar een kostbare eerste druk van ”Wealth of Nations” ontdekt.  beeld ANP, Bart Maat

Meer dan 200 jaar hebben wij Hollanders erop moeten wachten. Maar volgende week staat dan toch echt de presentatie van een langverwacht boek gepland. De gerenommeerde Amsterdamse uitgever ervan is van mening goud in handen te hebben. Volgens zijn website hebben we hier te maken met een „canoniek meesterwerk” dat voor het eerst vertaald is in het Nederlands. Er wordt verder gesproken van de „bijbel van het liberale kapitalisme”, een van de „meest geciteerde werken in de sociale wetenschappen” en een van de „grootste klassiekers uit de economische wetenschap en het verlichtingsdenken.” Je zou haast nieuwsgierig worden naar de titel van het boek.

Vorig jaar kwam naar buiten dat in de bibliotheek van de Tweede Kamer een kostbare eerste druk van dit werk ontdekt is. De ironie wilde dat het verstopt was achter een exemplaar van ”Das Kapital” van Karl Marx. Nu staat het ergens te pronken in een parlementaire vitrine: de tweedelige ”An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations” (1776) van de Schotse verlichtingsfilosoof Adam Smith. Van dit boek verschijnt nu dus eindelijk een Nederlandse vertaling, onder de titel ”De welvaart van landen”. Ik verheug mij erop.

Met de promotieleuzen van de hoofdstedelijke uitgever kan ik een heel eind meekomen. Wat echter niet klopt, is dat Smiths boek nu voor het eerst in het Nederlands is vertaald. Die eer komt toe aan een voormalige burgemeester van Schoonhoven, met de welluidende naam Dirk Hoola van Nooten. In 1797, twintig jaar na dato dus, achtte hij de tijd rijp voor een Nederlandse vertaling. De eerste deeluitgave van ”Naspeuringen over de rijkdom der volkeren”, die de arme man op eigen kosten liet drukken, sloeg tot zijn spijt niet aan. „Het debiet van Smith is te klein”, moest mr. Hoola van Nooten bekennen. Het volledige manuscript ligt thans te verstoffen in het archief van de Universiteit van Utrecht, zo heb ik met eigen ogen mogen aanschouwen.

Om Adam Smith kan geen enkele econoom heen. Of beter gezegd: gaat vrijwel geen enkele econoom heen. Het is een ongeschreven regel in economenland dat iedere publicatie – als het ook maar even kan, dat wel – melding moet maken van de Schotse meester. Vrijwel alle economische inzichten zijn ergens wel te herleiden tot de ”Wealth of Nations” en economen koketteren er maar wat graag mee. Over het feit dat Smith veel van zijn ideeën aan anderen ontleende, hoor je hen zelden. Als economen om hem heen zouden kijken, verder terug het verleden in, dan zouden ze stuiten op honderden, zo niet duizenden oudere teksten over economie die eveneens de moeite van het bestuderen waard zijn. Maar ja, de vroege geschiedenis van hun vakgebied is aan veel economisten niet besteed. „No history of ideas, please, we’re economists”, schamperde een historicus eens.

De stamboom van de economische wetenschap reikt voor velen kennelijk niet verder dan Smith. Op een of andere manier heeft de Schot op hen een vaderlijke aantrekkingskracht. Bij gebrek aan biologisch nageslacht – hij woonde een groot deel van zijn leven met zijn oude moeder – is hij gebombardeerd tot vader van de economische wetenschap, vader van het moderne kapitalisme en zelfs tot vader van het vrijemarktdenken. Dat vaderen kwam ik al tegen in een tekst uit 1812. De canonisering van Smith begon dus al vroeg.

De spannende vraag is of het ”debiet” van Smith anno 2019 wel groot genoeg is voor een Nederlandse vertaling. De aan de grachtengordel gevestigde uitgever meent blijkbaar van wel. ”De welvaart van landen” zou aansluiten bij actuele discussies (zoals Trumps ”America First”) en onderwerpen behandelen die nog steeds spelen (bijvoorbeeld hogere belastingen voor de rijken). Om deze thema’s op het spoor te komen, moet de lezer wel 60 euro neertellen en een slordige 1000 pagina’s doorworstelen. Dat (laatste) lijkt me wel wat. Rest mij nog de uitgever alle verkoopsucces toe te wensen.

De auteur is werkzaam aan de Tilburg School of Catholic Theology. Zijn onderzoek richt zich op de verhouding tussen theologie en economie.