Column: Roofbouw

"Ook in Nederland legt bos het af tegen economische belangen en de mythe van terug naar toen. Landgoederen moeten worden omgetoverd naar ”zoals het vroeger was”. Dus zagen maar." beeld André Dorst

Vogels zingen, zagen huilen. Boom na boom valt. Zweeds oerbos –een essentiële voedselbron voor rendieren en een belangrijke opslagplaats van CO2– wordt vermalen tot tissues en wc-papier. In Polen jagen zagen brullend door het woud van Bialowieza, dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat. Een keverplaag noopt tot ingrijpen. Of is het een overheidsplaag? Het Poolse kabinet verdriedubbelde de houtquota sinds 2016. In het Amazonewoud bereikte de ontbossing kortgeleden een triest dieptepunt. En in Indonesië verdween tussen 2000 en 2012 60.000 vierkante kilometer aan oerwoud. Dat is tweemaal de oppervlakte van België. Zo’n 15 hectare per dag.

De economie is de grote vernietigingsmachine, de honger naar hout, papier en palmolie zijn de aanjagers. Ook bosbranden dragen bij tot het verdwijnen van boom en bos. Deze eeuw gingen alweer miljoenen hectaren bos verloren. Ook in Nederland legt bos het af tegen economische belangen en de mythe van terug naar toen. Landgoederen moeten worden omgetoverd naar ”zoals het vroeger was”. Dus zagen maar. Welke visie, welk belang zit hier achter? Dat van de marktwerking? En wat doen die cosmetische ingrepen met flora en fauna?

Amersfoort kreeg onlangs groen licht voor de kap van 3500 bomen. Ze moeten plaatsmaken voor de aanleg van de westelijke rondweg. Sorry das, bosuil, boommarter, eekhoorn, vleermuis. Elders vindt compensatie plaats. Alsof dat zomaar gaat. De maakbaarheidswaan. Bovendien: gebeurt het?

Ook in Nederland loopt het bosareaal gestaag terug. Er wordt meer gekapt dan geplant. Dat heeft deels te maken met subsidieregelingen uit de jaren tachtig die aflopen. Bos van toen mag nu gekapt worden. Op zijn zachtst gezegd: visieloos. Daar komt bij dat na het aantreden van het neoliberale kabinet-Rutte in 2010 organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten getroffen zijn door forse bezuinigingen. Al bestrijden genoemde groeninstanties met kracht dat de verkoop van hout lucratief is, het bos wordt slechts verjongd, er lijkt niettemin sprake van ernstige roofbouw.

En dan is er nog de activiteit van de Nationale Bomenbank, die met „passie, vakmanschap en visie” onze bomen onderhoudt. Ik hoop het, maar zie te vaak totempalen overblijven na deskundige ingrepen. Wreekt zich hier de behoefte aan biomassa? Volgens de lokale pers had de gemeente Ede in 2018 te weinig hout voor de derde houtverbrandingsinstallatie van haar Warmtebedrijf. Dat voedt mijn wantrouwen nog meer. Nederland zorgt slecht voor zijn bomen en dus voor zichzelf, en dat is verontrustend.