Column: Nacht in de theologie

beeld iStock

Hoe donker kan het gesteld zijn met de godgeleerdheid. Vorige week werd tijdens de Nacht van de Theologie stilgestaan bij het 500-jarig jubileum van de Reformatie. De Bijbel moest centraal staan, vond Luther. En in die Bijbel gaat het uiteindelijk alleen om Christus. Wat is er na 500 jaar van overgebleven? Een mooi thema om over na te denken.

Er kwamen niet alleen theologen aan het woord. Domineeszoon Freek de Jonge, in het dagelijks leven cabaretier, mocht de gehaktmolen hanteren: er is vrijwel niets meer van de Reformatie over! Grote delen van de samenleving zijn losgeraakt van hun christelijke wortels. Niet het Woord staat centraal, maar de mens zelf. „Wat de toekomst brengen moge, ik weet niet waar ik het zoeken moet…”, zo zong de zaal aan het eind van de avond uit volle borst met De Jonge mee.

Ik ervaar vervreemding als ik het verslag in de krant lees. In 1517 kwam de Reformatie in Europa. Maarten Luther is, samen met de andere reformatoren, voor veel generaties tot rijke zegen geweest. Maar 500 jaar later lijkt alles voorbij en wordt zijn erfenis verkwanseld door mensen die zich godgeleerde noemen.

En de Bijbel? „In de Bijbel kun je zo veel leren over het menselijk bestaan”, aldus de nieuwe Theoloog des Vaderlands. Hoe horizontaal kan het leven zijn. Volgens een gevleugelde uitspraak van de pas overleden theoloog Harry Kuitert komt al het spreken over Boven van beneden. In deze nacht wordt zelfs niet meer over Boven gesproken. Er zijn slechts menselijke vragen die dwingen na te denken over hoe ik me verhoud tot mezelf en tot anderen. Vervreemdend.

Vorige week vrijdag werd een studiedag belegd over de spanning tussen de eerste hoofdstukken van Genesis en de moderne natuurwetenschap. Er werden veel lezingen gehouden, vooral van theologen inderdaad. Er zijn veel vragen gesteld, vooral rond de interpretatie van de Bijbel. Er werd gewogen wat wetenschappelijk onderzoek waard is.

Ik voelde me verward aan het einde van de dag, bij zo veel verschil van mening onder theologen die zichzelf als Bijbelgetrouw en orthodox beschouwen. De vraag kwam bij me op: Zijn we niet veel te bereid om mee te bewegen met de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek? Niet veel te coulant ten opzichte van vroegere wetenschappers die door hun opvattingen bijgedragen hebben aan vrijzinnigheid en secularisatie? Hoe moeten jongeren hier hun weg in vinden? Wat betekent „de wetenschap serieus nemen” voor de boodschap van het Woord? Is er nog ruimte voor een kinderlijk geloof in het spreken van de almachtige God? Of is dat alleen voor gewone gemeenteleden, terwijl de voorgangers wel beter weten? Juist in de Reformatie ging het om sola Scriptura. Onder dat adagium kun je de Schrift toch niet laten buikspreken? Zeer verwarrend.

Regelmatig worden we stilgezet bij de gebrokenheid van het theologenbestaan. Niet alleen als een predikant uitglijdt en daardoor op een zijspoor geplaatst wordt. Vooral als we ons als beroeps- en amateurtheologen te buiten gaan aan haarkloverijen over regels en uiterlijkheden, terwijl de kern van de Evangelieverkondiging –Gods woorden horen én doen– in leer en leven onvoldoende aan bod komt. Zo krijgt, na 500 jaar Reformatie, de vijand alle kans om harten in te nemen. Intens verdrietig.

Niet alle stellingen van Luther zijn nog even actueel. De laatste twee echter verdienen zeker onze aandacht: „Men moet de christenen aansporen om hun hoofd Christus met ijver na te volgen door straffen, dood en hel heen. Zo moeten zij er meer op rekenen dat wij door veel verdrukkingen het rijk van God binnengaan, dan langs de weg van een lichtvaardig vertrouwen op de vrede” van –zo zou ik eraan toe willen voegen– een orthodoxe leer en een afgeschermd leven.

Hoe we 500 jaar Reformatie moeten herdenken? Door als reformatorische gezindte diepgaand deze stellingen te bespreken, massaal het Lutherlied aan te heffen en de Heere voortdurend te vragen om door Zijn Geest geleerd te worden.

Reageren? welbeschouwd@refdag.nl