Column: Christenen (links/rechts)

De verschillen tussen CU en SGP voorkomen veel weglek van christelijke stemmen. Foto: Kees van der Staaij (SGP) en Gert-Jan Segers (CU). beeld RD, Henk Visscher

Ze hadden onlangs een beetje woorden. De ChristenUnie verweet de SGP dat ze te veel op rechts bivakkeerde. De SGP bracht daartegen in dat alles een kwestie van perspectief is. Naarmate de CU steeds verder naar links opschuift, is het logisch dat zij steeds verder naar rechts moet kijken om de SGP nog te kunnen bespeuren.

Persoonlijk vind ik deze verschillen wel aardig. Ze hebben vooral voordelen. Voor iedere christen wat wils. Christenen die zich verwant weten aan meer linkse politiek kunnen CU stemmen. Wie zich als christen thuis voelt op rechts gaat naar de SGP. Er hoeft geen enkele stem naar een niet-christelijke partij. Geen enkele christen heeft vanwege linkse of rechtse gevoelens een geldige reden om GroenLinks of Forum voor Democratie te stemmen. De verschillen tussen CU en SGP voorkomen veel weglek van christelijke stemmen.

Ondertussen moet het broedertwistje niet te hoog oplopen. Dat is onverteerbaar in een seculiere tijd. Wie uitziet naar een hoopvolle breuk begrijpt niet goed waar de fronten in deze tijd liggen. Ik vind het nog altijd een van de meest sprekende beelden die Godfried Bomans ooit opwierp over het uitvergroten van verschillen tussen christelijke partijen: „Dit is kibbelen in een zandbak, waarvan het deksel op vallen staat.”

Dat moeten we dus niet doen. Vruchtbaarder is het om de onderlinge verschillen te erkennen en daar onze winst mee te doen. Ik vind het uitstekend als de CU de SGP aanspreekt. Verwacht de SGP niet te veel van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid? Is zij niet te pragmatisch als het gaat om de zorg voor de schepping? Denkt zij niet te optimistisch over de werking van de markt? En misschien te negatief als het gaat om de koers van de Europese Unie?

Omgekeerd wil ik de CU kunnen aanspreken. Het klimaat staat voluit op de politieke agenda. Daar kunnen jullie als christelijke partij het verschil niet maken. Geheel anders staat het met de bescherming van het ongeboren leven. Zit dat jullie nog net zo hoog als vroeger GPV en RPF? En gaan jullie niet erg gemakkelijk mee met de roep om een inclusieve samenleving? Zeker, een christen omarmt iederéén! Maar we mogen geen praktijken omarmen die haaks staan op Gods Woord. Dat moet óók door de CU gezegd blijven worden.

De vraag is hoe we zo’n constructieve houding, waarin we elkaar scherp én in verbondenheid aanspreken, bevorderen. Misschien vooral door onszelf niet te serieus te nemen. Laten we eerlijk erkennen dat we als kleine partijen soms ook maar wat aanmodderen, omdat de vraagstukken waarmee we kampen ons boven het hoofd groeien. We zijn maar kleine politici die koperpoetsen op een zinkend schip. Wij redden de wereld niet.

Een beetje zelfrelativering helpt. Dan voelen we onszelf niet zo gauw aangevallen of op de teentjes getrapt. In combinatie graag met wat humor. Mijn geliefde collega Peter Ester van de CU deelt een bankje met mij in de Eerste Kamer. Met een grote grijns kan hij mij de ergste vormen van rechts populisme verwijten. Omgekeerd zeg ik dan na een stemming dat heel links Nederland zijn vingers aflikt bij het stemgedrag van de CU. Deze onbevangenheid en open verhouding zijn veel waard. Het is zonde als christenpolitici tijd en energie moeten verspillen aan onderling gekissebis of brandjes blussen. Er ligt nu al meer werk dan we aankunnen. Bovendien is dergelijk gemiauw een slecht getuigenis naar buiten toe.

Laten CU en SGP elkaar maar kietelen en prikkelen. Wrijving geeft glans. Als het maar is in het besef dat gehoorzaamheid aan Gods Woord onze hoogste roeping is. Wanneer die wegvalt, houdt niets ons bij elkaar. In de wetenschap dat de principiële kloof in de politiek niet loopt tussen links en rechts, maar tussen geloof en ongeloof. Als we dat voor ogen houden, geldt voor heel wat onderlinge verschillen dat het sop de kool niet waard is.

En natuurlijk heeft Churchill wél gelijk: „Wie op zijn twintigste geen socialist is, heeft geen hart; wie het op zijn veertigste nog is, heeft geen verstand.”

De auteur is directeur van de NPV en senator voor de SGP.