Column: China is hard op weg het machtigste land ter wereld te worden

„Hoewel China zich momenteel als de verdediger van vrijhandel opwerpt, rust het succes van zijn forse economische groei ook op het veronachtzamen van de spelregels van het kapitalistische systeem.” Foto: talloze containers in de Chinese havenstad Qingdao. beeld AFP

In het jongste nummer van De Waarheidsvriend (12 april) las ik een schokkend artikel over China, geschreven door Tineke van der Waal. Hierin stond dat China het gedrag van zijn burgers in toenemende mate observeert met camera’s. Het plan is om over twee jaar 570 miljoen camera’s te hebben (één camera per twee Chinezen) die gekoppeld zijn aan een nationale database met gegevens van elke burger.

Dit reduceert de vrijheid van hen die een levensopvatting hebben die niet strookt met de opvattingen van de communistische staat tot een absoluut minimum. In combinatie met de groeiende onderdrukking van het christelijk geloof door het bewind onder leiding van de nieuwe keizer, Xi Jinping, is dat buitengewoon zorgwekkend.

Dit beleid van groeiende repressie past in een wereldwijde trend, waarin steeds meer regimes keihard hun onwelgevallige minderheden aanpakken en de rechten van de mens met voeten treden. Denk bijvoorbeeld aan Rusland, Turkije en Syrië. En het zorgwekkendst is dat de regimes die dit beleid inzetten daarin heel succesvol zijn. Poetin heeft intern niets meer te duchten van zijn tegenstanders. Erdogan heeft korte metten gemaakt met alle vermeende Gülenaanhangers. Assad heeft met hulp van Rusland een groot deel van Syrië heroverd.

En China groeit als kool en is hard op weg het machtigste land ter wereld te worden. Door de technologische ontwikkeling is de communistische regering steeds beter in staat intern haar macht te handhaven, elke ondermijning in de kiem te smoren en extern haar relaties met andere landen naar haar hand te zetten. Het succes van dit repressieve beleid werkt, kortom, heel aanstekelijk.

Zet dit eens af tegen het armzalige geploeter van de West-Europese landen, die moeite hebben om de eenheid in de Europese Unie te bewaren. Of Amerika, waar de democratie sinds decennia niet zo zwak is geweest doordat de Amerikanen een president hebben gekozen die onervaren, wispelturig en zelfs voor eigen medewerkers onhandelbaar is. En ook kwetsbaar, door allerlei onderzoeken naar zijn integriteit. Het perspectief dat de wereld steeds vrijer wordt en de godsdienst- en gewetensvrijheid toeneemt, is door de verschuivende machtsbalans ernstig verslechterd.

Maar ook bij economen roept deze ontwikkeling allerlei vragen op. Friedrich Hayek geeft in zijn klassiek geworden boek ”The road to serfdom” (”De weg naar slavernij”) aan dat economische vrijheid en politieke vrijheid communicerende vaten zijn. Hayek stelt dat waar de staat alle economische macht krijgt, hij niet alleen zal willen heersen over het economisch handelen van zijn burgers, maar ook over alle andere doeleinden die burgers zich stellen. Maar die redenering kan ook andersom worden toegepast. Waar de machthebbers in autoritaire landen zoals China over het geweten van hun onderdanen willen heersen, zullen zij ook de economische ruimte van bedrijven en individuen willen bepalen en zijn individuele eigendomsrechten uiteindelijk maar heel relatief.

Het economische denken gaat ervan uit dat uiteindelijk de wal het schip zal keren. Een economie floreert immers alleen als eigendomsrechten van individuen gerespecteerd worden en de staat burgers en bedrijfsleven veel vrijheid laat in het particuliere initiatief. Maar of dat altijd opgaat, is maar de vraag. Hoewel China zich momenteel opwerpt als verdediger van vrijhandel en daarmee aansluit bij de gedachte dat vrijhandel welvaart bevordert, rust het succes van zijn forse economische groei ook op het veronachtzamen van de spelregels van het kapitalistische systeem. Denk maar aan de veelvuldige diefstal van bedrijfsgeheimen, waardoor China zijn technologische potentieel sterk verbeterd heeft.

De spannende vraag is dus of landen zoals China, waarin mensenrechten niet gerespecteerd worden, op lange termijn toch economisch succesvoller blijken te zijn dan landen waarin deze rechten wel gewaarborgd zijn. Als dat zo is, moeten wij rekenen met een toekomst waarin autoritaire regimes hun economische en daarmee militaire machtsbasis verder versterken. Dat zal in heel de wereld de toon zetten. Het optimistische verhaal dat het liberaal-democratische model de wereld zal veroveren, kan dan in de ijskast.

Tineke van der Waal sluit haar artikel af met de gedachte dat niet alleen de Chinese staat met zijn 570 miljoen Big Brotherogen alles ziet, maar dat alles ook bekend is bij God. Inderdaad, wij mogen erop vertrouwen dat, ondanks het sombere perspectief dat ik schets, de aarde in handen van onze God is. Onverwachte omwentelingen zijn nooit uitgesloten. Laten wij steeds bidden voor de vrede in de wereld, de komst van Gods Koninkrijk en voor de christenen in onderdrukkende landen in het bijzonder.

Johan Graafland is hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University.