”Bij ons in de Biblebelt” aanleiding voor zelfreflectie

Als op ‘onze’ Biblebelttentoonstelling voor de ”zo maar-bezoeker” en voor de ”zijn roots opzoekende kijker” een stukje manna te vinden was of een zaadje viel, is de expositie zeer geslaagd te noemen. beeld Museum Catharijneconvent

De expositie ”Bij ons in de Biblebelt” kan reden zijn voor heroverweging van standpunten en gewoontes. Misschien hadden de Korf-kunstwerken op zondag wél zichtbaar moeten zijn.

Tijdens de tentoonstelling ”Bij ons in de Biblebelt” in Museum Catharijneconvent in Utrecht waren enkele houten bordjes met een trouw- of belijdenistekst te zien. Veel van deze teksten belandden op rommelmarkten en in kringloopwinkels. Vergane glorie. Daar was niet meer dan vijftig jaar voor nodig. ”Wentel uwen weg op den HEERE” bleef wel leesbaar, maar werd niet meer verstaan. Christelijk erfgoed werd, samen met cultureel erfgoed, achteloos weggegooid. Het was daarom goed dat een „verdwijnende”, maar opvallende bevolkingsgroep, de bewoners van de Biblebelt, onderwerp was van een tentoonstelling.

Opvallend tijdens ”Bij ons in de Biblebelt” was de expositie van leden van de reformatorische kunstenaarsvereniging Korf. Vijf leden daarvan hadden van conservator Tanja Kootte de eervolle uitnodiging gekregen om hun werk te exposeren. Dat betekende participeren in het geheel van de tentoonstelling, inclusief de weekends.

Voor het toen ontstane probleem, „Wij exposeren niet op zondag”, werd een spraakmakende en enigszins ludieke oplossing gevonden. Op zondag werd de Korfruimte afgeschermd door twee grote, witte gordijnen. Er werd een bordje bij geplaatst waarop de directie van het museum aangaf dat deze ruimte werd afgesloten uit respect voor het standpunt van de Korfexposanten. Betekende deze actie alleen een zichtbaar maken van de principiële stellingname van Korf of was het ook wel een statement van het museum dat in dit kader van pas kwam?

Vervreemding

Het is opmerkelijk dat in Museum Catharijneconvent de prachtige foto’s (ook kunstwerken!) in het weekend gewoon zichtbaar bleven, dat interviews op grote schermen op zondag gewoon te zien en te beluisteren waren en dat ook op zondag de interieurfoto’s nieuwsgierig maakten naar de bewoners ervan en de koptelefoons (inclusief de domineesstemmen die preekten) beschikbaar waren.

Misschien hadden ook de kunstwerken van Korf op zondag juist wél zichtbaar moeten zijn, om te voorkomen dat de bezoekers iets goeds en moois onthouden zou worden. De gordijnen waren nu een raadselachtige zaak en zorgden wellicht voor vervreemding en afwending. Het gebruikelijke galerieprobleem (dat er ook op zondag onderhandeld en gekocht wordt) was nu op geen enkele manier aan de orde.

De gordijnen dicht! Het kan een vraag zijn of Korf daar goed aan gedaan heeft. Deze vraag raakt trouwens álle bewoners van de Biblebelt. Waar staan we echt voor, als het om uiterlijkheden gaat? Wat is beslist principieel, wat hikt ertegenaan wat is wellicht helemaal niet zo principieel?

Zo kan de tentoonstelling in Utrecht reden zijn voor zelfreflectie en heroverweging van standpunten en gewoontes. Dat zou een winstpunt zijn.

Mevrouw Blankenstijn-Moree (zij stond op de affiches) hoopt dat door de tentoonstelling mensen belangstelling krijgen voor de dienst van God, dat ze God leren kennen (RD 23-9). De winst is dan: „Het gaat niet om onze aardigheden of eigenaardigheden, maar om een leven met God. Dát is het leven van de christen.”

Als op ‘onze’ Biblebelttentoonstelling voor de ”zo maar-bezoeker” en voor de ”zijn roots opzoekende kijker” een stukje manna te vinden was of een zaadje viel, is de expositie zeer geslaagd te noemen, onvergetelijk en verrijkend. Dan is het winst als de gordijnen gewoon open zijn.

De auteur is lid van kunstenaarsvereniging Korf.