Winnaar EO-wedstrijd Bastiaan Stolk deelt graag zijn enthousiasme over muziek

Bastiaan Stolk is organist van de Oude Kerk in Veenendaal (foto). Hij improviseert veel tijdens de dienst. „Van gekruide akkoorden ben ik niet vies, maar tegelijkertijd wil ik kerkgangers niet tegen de haren instrijken. Ik zit niet voor mijzelf op de orgelbank.” beeld RD, Anton Dommerholt

Een jaar geleden won hij de EO-wedstrijd ”Beste organist van Nederland”. Dat bleef niet onopgemerkt. Bastiaan Stolk geeft meer concerten en begeleidt vaker koren dan voorheen. Muziek maken is zijn lust en zijn leven. Dat enthousiasme brengt hij graag over.

De beste organist van Nederland? Bastiaan Stolk (30) uit Bergschenhoek haast zich om dit te relativeren: „Ik vond het geweldig om die prijs te winnen. Tegelijkertijd ben ik maar een amateur en spelen veel organisten beter dan ik.”

Bastiaan Stolk

Stolk plaatst zichzelf niet graag op de voorgrond en heeft soms een zetje nodig. Zo stimuleerde zijn vrouw Daniëlle hem om deel te nemen aan de EO-wedstrijd. En na het winnen daarvan moesten anderen Stolk een duwtje in de rug geven om een van zijn dromen, het maken van een eigen orgel-cd, te realiseren. Daarop staan, behalve improvisaties, werken van Asma, Bach, Dubois, Grison, Guilmant, Mendelssohn, Pierné en De Wolf. „Ik vraag me al snel af of ik met mijn bezigheden iets kan toevoegen. De positieve reacties op mijn cd doen me daarom enorm goed.”

Stolk kroop als jochie van drie al op de orgelbank. Omdat zijn vader orgel speelde, stond er thuis een instrument. Zoonlief maakte daar dankbaar gebruik van.

Hij groeide op met het spel van Feike Asma, Klaas Jan Mulder en Willem Hendrik Zwart. „Er werden thuis ook klassieke werken als Bachs Matthäus Passion en Händels Messiah gedraaid, maar de Hollandse koraalkunst vormde de hoofdmoot. Ik heb tot mijn elfde in Oud-Beijerland gewoond en ging als kind met mijn vader naar de nieuwjaarsconcerten van Klaas Jan Mulder. Die avonden maakten veel indruk. Thuis probeerde ik na te doen wat ik gehoord had.”

De organist blijft zijn roots trouw. Hij zet tegenwoordig literatuur uit allerlei stijlperioden op de lessenaar, maar speelt ook regelmatig werk van Asma. „En ik kan nog altijd genieten van opnamen van massale samenzang uit de Bovenkerk in Kampen met Willem Hendrik Zwart aan het orgel.”

Nieuwe contacten

Zijn passie voor het orgel leidde niet tot een conservatoriumstudie. Stolk is namelijk ook gek op auto’s en volgde een mbo-opleiding bedrijfsmanagement. Hij werkte zes jaar in de autobranche en zet zich tegenwoordig als personeelsbemiddelaar in voor het Veenendaalse bedrijf Flox Werkt.

„Ik houd ervan om met mensen om te gaan”, vertelt hij op de plek waar hij ’s zondags vaak te vinden is, het orgelbalkon van de Oude Kerk in Veenendaal. „In mijn werk en in de muziekwereld. Dankzij de aandacht rond het winnen van de EO-prijs weten meer mensen mij te vinden en leg ik nieuwe contacten. Zo speel ik dit jaar op mooie plekken, zoals de Sint-Joriskerk in Amersfoort, de Augustijnenkerk in Dordrecht en de Nieuwe Kerk in Katwijk aan Zee. Daarnaast hoop ik binnenkort Jubilate Deo uit Woudenberg te begeleiden. Dit is het koor waarvan een jurylid van de EO-wedstrijd, Marco den Toom, dirigent is.”

Niet uitgeleerd

De toename van het aantal concerten vergt het nodige van Stolk. Hij werkt veertig uur per week en reist sinds zijn huwelijk met Daniëlle in 2016 dagelijks heen en weer tussen Bergschenhoek en Veenendaal. „Tijdens die ritten draai ik altijd cd’s.” Voor het instuderen van nieuw concertrepertoire resten hem een deel van de avonden en de zaterdagen. Datzelfde geldt voor het voorbereiden van de kerkdiensten, de tweewekelijkse orgellessen bij Gerrit Christiaan de Gier in de Jacobikerk in Utrecht en de tweemaandelijkse improvisatielessen bij Geerten Liefting in de Bonaventurakerk in Woerden. Sinds kort begeleidt Stolk ook één keer per maand een dienst in de Oude Kerk in Zeist.

Ondanks de beperkte studietijd maakt de organist zich er niet met een jantje-van-leiden van af. „Ik wil geen half werk leveren en baal al ontzettend wanneer ik drie slippers maak tijdens een concert. Verder moet mijn publiek niet steeds hetzelfde voorgeschoteld krijgen.”

Stolk spreekt met veel waardering over zijn orgeldocent De Gier. „Ik les bij hem sinds 2006 en ben nog lang niet uitgekeken. Gerrit heeft mij geleerd om verzorgd te spelen, om voor rust in mijn spel te zorgen en een ontspannen houding aan te nemen. Daarnaast steek ik bij hem veel op over de achtergronden en de voordracht van de muziek.”

Enthousiasme

Op improvisatiegebied is Hayo Boerema, organist van de Rotterdamse Laurenskerk, een belangrijke inspirator. Stolk woont elke maand enkele diensten in de Laurens bij omdat zijn vrouw in de Laurenscantorij zingt. „Het is indrukwekkend hoe Hayo in zijn improvisaties naar een climax toewerkt, maar ook daarna weet te boeien tot de laatste noot.”

Wat kunnen kerkgangers en concertgangers van Stolk zelf verwachten? „Ik probeer mijn enthousiasme voor muziek over te brengen, mensen te verrassen. Denk aan het energieke spel van iemand als Marco den Toom. Ook wat de samenzangbegeleiding betreft, zodat mensen heerlijk zingen.”

Stolk improviseert veel en probeert daarbij platgetreden paden te vermijden. „Dus niet het bekende recept van een variatie met een uitkomende stem, gevolgd door een toccata en een koraal.” De organist noemt het daarom een groot compliment dat Hayo Boerema na het beluisteren van zijn improvisatie tijdens de finale van de EO-wedstrijd opmerkte dat hij niemand nadoet. „Ik houd enorm van de Franse romantiek, en dat komt in mijn literatuurkeus en in mijn improvisaties terug. Van gekruide akkoorden ben ik niet vies, maar tegelijkertijd wil ik kerkgangers niet tegen de haren instrijken. Ik zit niet voor mijzelf op de orgelbank. Het doet mij goed als de muziek mensen raakt.”

De organist is naar eigen zeggen niet voor één gat te vangen. „Ik heb leuk contact met zowel Hayo Boerema als Marco ten Toom en bijvoorbeeld Minne Veldman en Geerten Liefting. Sommigen zeggen dat die werelden niet kunnen samengaan, maar dat vind ik onzin.”

Waar staat Stolk over vijf jaar? „Muziek is geen hobby meer, maar vormt een wezenlijk onderdeel van mijn leven. Misschien kan ik wat minder gaan werken om de muziek meer ruimte te geven. Verder wil ik me blijven ontwikkelen op het gebied van improvisatie en van literatuurspel. Wanneer ik een stuk in mijn vingers heb, leg ik de lat weer hoger door met een pittiger werk verder te gaan. Het kost me moeite om grenzen te stellen en tevreden te zijn met wat ik heb bereikt. Er valt ook zo veel moois te ontdekken.”