Recensie: Wim Faas met feit en fantasie rond Bach

Het standbeeld van Bach in Leipzig. beeld RD. Henk Visscher
5

Bach en zijn muziek blijven boeien, getuige de continue stroom aan publicaties over de beroemde componist. Wim Faas belicht diens leven en werk vanuit de mensen om Bach heen en het land waarin hij leefde.

Wat weten we eigenlijk over Bach? In feite is de informatie over het leven, de huiselijke situatie en de ideeën van de Duitse componist heel summier. Bachwetenschappers worstelen er dan ook altijd mee om op basis van de schaarse informatie toch een verantwoord biografisch beeld te schetsen.

Wim Faas, een liefhebber die eerder schreef over Bach en de Italiaanse en Franse barok, kent niet alleen de literatuur van Bachkenners als Christoph Wolff, Ton Koopman en John Eliot Gardiner. Hij reisde ook af naar Thüringen om de plaatsen waar Bach leefde –onder meer Eisenach, Arnstadt, Weimar en Leipzig– te bezoeken en de sfeer in deze Duitse stadjes te proeven. Vervolgens probeert de auteur op een populaire manier, waarbij feit en fictie soms naadloos in elkaar overlopen, Bach en de wereld van de 18e eeuw tot leven te wekken.

Daar is Faas zeker in geslaagd. Doordat hij steeds aangeeft waar er sprake is van harde gegevens en waar zijn fantasie begint, is het niet storend om meegenomen te worden in een verhaal zoals het gebeurd zou kunnen zijn. Wel storend is dat de redactionele afwerking van het boek te wensen overlaat.

Bruiloftsmuziek

Faas vertelt het verhaal in vijftien hoofdstukken over personen die in het leven van Bach een rol speelden. Het laatste hoofdstuk is bijvoorbeeld geschreven vanuit het perspectief van Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788). Hoe deze zoon uit Bachs eerste huwelijk, met Maria Barbara, na de dood van zijn vader terugblikt op zijn jeugd in Köthen en Leipzig en hoe hij aankijkt tegen de erfenis die Bach achterlaat. Heel aardig gedaan.

Interessant is ook hoe de auteur verschillende soorten informatie bij elkaar brengt. Bijvoorbeeld uit de periode rond het plotselinge overlijden van Maria Barbara in juli 1720. Misschien schrijft Bach in deze periode als klaagzang op haar dood zijn preludium en fuga in f (BWV 857) uit het ”Wohltemperierte Klavier”, een suggestie van musicoloog Pieter Dirksen. Vervolgens legt Faas de link met cantate BWV 196 (”Der Herr denket an uns”), die volgens Christoph Wolff misschien in verband gebracht kan worden met het huwelijk van Bach en Maria Barbara in 1707. En, zegt Faas, laten het openingsdeel uit de cantate en het preludium in f nu met eenzelfde soort baslijn beginnen... Toeval? Of geeft Bach door de tranen heen een knipoog naar de bruiloftsmuziek van destijds? Het is speculatie, maar door dit soort verbanden te leggen, brengt Faas het huiselijk leven van Bach wel dichtbij.

Mythe

Soms gaat Faas wel heel ver. Bijvoorbeeld in het hoofdstuk over tekstdichter Picander. Hier gaat hij uitvoerig in op de wereldlijke cantate ”Geschwinde, ihr wirbelnde Winde” (BWV 201), waarin het mythologische verhaal over de strijd tussen Phoebus en Pan centraal staat. In deze strijd zingt Phoebus (de bas) de aria ”Mit Verlangen drück ich deine zarten Wangen”. Volgens Faas gaat dit lied van Phoebus over de Spartaanse jongen Hyacinthus en is hier sprake van een homo-erotische relatie. Hij noemt de aria „misschien wel het eerste expliciete homo-erotische lied uit de westerse klassieke muziekgeschiedenis. En dat nog wel van Johann Sebastian Bach!”

In de Bachliteratuur krijgt dit aspect van deze aria echter nauwelijks aandacht, aldus Faas. Vervolgens legt hij ook nog een link met de suggestie dat Picander, die de tekst van deze cantate schreef, misschien zelf homoseksueel was. En dan is het plaatje compleet...

Kostbare luit

Ook van andere uiterst summiere informatie weet Faas een heel verhaal te weven. Zo is bekend dat de destijds beroemde luitist Silvius Leopold Weiss in 1739 samen met zijn leerling Johann Kropfgans bij Bach in Leipzig is geweest. Daar in huis hebben Weiss en Kropfgans zich samen met Bachs zoon Wilhelm Friedemann laten horen. Faas zocht vervolgens uit wie Weiss en Kropfgans waren, welke muziek er in 1739 kan zijn gespeeld en verbindt dat met het gegeven dat Bach in zijn instrumentenverzameling ook een kostbare luit had. Aan de hand van deze gegevens schetst Faas een levendig beeld van hoe het er toegegaan kán zijn in de muziekkamer van Bach.

Op eenzelfde manier komen mensen als orgelbouwer Zacharias Hildebrandt, Bachs tweede vrouw Anna Magdalena, muziekcriticus Johann Adolph Scheibe en rector van de Thomasschule Johann Heinrich Ernesti aan bod.

Veel fantasie dus, maar wel op basis van de schaarse feiten. Heel aardig voor wie niet toekomt aan de dikke pillen van Wolff of Gardiner.

Johann Sebastian Bach. Zijn land, zijn tijdgenoten, Wim Faas; uitg. Aspekt; 260 blz.; € 18,95

---

RD-Bachreis

Het Reformatorisch Dagblad organiseert in juni een 5-daagse busreis naar Thüringen (Duitsland) met als thema: ”In de voetsporen van Bach”. De reis is van maandag 8 tot en met vrijdag 12 juni 2020. Reisleider is RD-muziekredacteur Jaco van der Knijff.

Meer informatie: 055-5390498 of www.beleefenontmoet.nl