Prettig leesbaar boek over Franz Schubert

2

Over Franz Schubert (1797-1828) doen veel verhalen de ronde, maar zelden lees je dat hij net als Mozart een wonderkind was. Over bijzondere prestaties op jeugdige leeftijd is weinig bekend, behalve dan dat hij als zesjarige viool leerde spelen door lessen van zijn vader. Ook kreeg hij pianoles van zijn oudere broer Ignaz. Totdat Franz aangaf dat hij het nu verder zelf wel kon en kort daarna beter speelde dan zijn voormalige leraar. Maar een wonderkind?

Echter, gedurende zijn korte leven schreef hij een gigantisch en veelzijdig oeuvre. Op vrijwel alle terreinen van het muzikale handwerk was Schubert actief: hij componeerde twintig opera’s, tien symfonieën, vijftien strijkkwartetten, veertig religieuze stukken, waaronder vijf missen, en een groot aantal kamermuziekwerken in uiteenlopende bezettingen.

Vooral is Schubert bekend vanwege zijn meer dan zeshonderd liederen. Over het kunstlied bestonden in zijn tijd twee opvattingen. Aanhangers van de eerste opvatting pleitten voor het coupletlied: elke strofe van het gedicht op dezelfde melodie, ondersteund door een eenvoudige begeleiding. Daartegenover stond het zogeheten doorgecomponeerde lied, waarbij de componist de tekst volgt en de muziek daarbij aanpast. Schubert was een overtuigd pleitbezorger van deze laatste opvatting. Het bekendste voorbeeld daarvan is wel Erlkönig, waarin de piano bijna net zo’n belangrijke rol heeft als de zangstem. Dit was dan ook de reden waarom de dichter Goethe Schuberts zettingen afkeurde.

Yves Knockaert schreef „de” biografie over Schubert. In een sterke inleiding rekent hij af met een aantal misverstanden die nog steeds in leven worden gehouden. Zoals de armoede waaronder Schubert geleden zou hebben, het gebrek aan erkenning, zijn vermeende homoseksualiteit en de verschillende crises die hij tijdens zijn leven zou hebben moeten overwinnen. Eén verhaal laat de auteur echter onverlet: Schubert heeft in 1822 bij een avontuurtje met een dienstmeid een syfilis opgelopen die hem zijn verdere leven parten blijft spelen.

Knockaert toont ons een zelfbewuste, doelgerichte kunstenaar. Zo was Schubert kritisch bij de keuze van zijn vrienden. Een tijd lang heette hij Canewas omdat hij bij een nieuwe kandidaat voor zijn vriendenkring altijd vroeg: „Kann er was?” Kan hij wat?

Knockaets biografie is een prettig leesbaar boek dat een schat aan informatie aanlevert die voor mij nieuw was. Het alfabetische register van werken is niet handig. Zo vinden we onder de letter D bijna vier kolommen met titels die met Das, Der en Die beginnen: allemaal titels van liederen. Een chronologische catalogus was hier wel zo handig geweest.

Schubert. De biografie, Yves Knockaert; uitg. Polis; 335 blz.; € 32,50