Pianist Loek van der Leeden: Na de knipoog van Arie Pronk speelde ik door

Nostalgie
Loek van Leeden werkte graag met Arie Pronk en Jan van Weelden samen: "Het was een tijd van ouwe-jongens-krentenbrood." Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

In een korte serie blikken musici die in de tweede helft van de vorige eeuw in christelijke kring bekendheid genoten terug. Vandaag de pianist Loek van der Leeden.

Pianospelen doet hij al jaren niet meer. Loek van der Leeden kijkt dankbaar terug op vijftig jaar dirigeren, componeren en pianospelen. Op de samenwerking met dirigent Arie Pronk, organist Jan van Weelden en de alt Reinate Heemskerk. „Ik kreeg alle vrijheid om in te spelen op de sfeer tijdens de kerstconcerten in de Doelen.”

Een geweldige tijd! Zo blikt Loek van der Leeden (1941) terug op de 25 jaar waarin hij in de Rotterdamse Doelen meewerkte aan de kerstconcerten van Arie Pronk, dirigent van de koren Credo Singers en Deo Cantemus.

„Organist Jan van Weelden moest tijdens die concerten heen en weer lopen van het Doelen­orgel naar de piano”, vertelt Van der Leeden. „Reinate Heemskerk adviseerde Arie Pronk daarom een pianist mee te laten werken.”

Het klikte goed tussen Pronk en Van der Leeden. „Hij stuurde mij de muziek op en liet mij verder vrij. Daardoor kon ik al improviserend inspelen op de sfeer. Soms gaf Pronk een knipoog, waarna ik seinde dat ik nog even tijd wilde. Hij wachtte dan tot ik aangaf dat het koor weer kon inzetten.”

Pronk, Van Weelden en Van der Leeden vormden een „hecht” driemanschap. „We zeiden alles tegen elkaar, met het doel de muziek naar een hoger plan te tillen.” De pianist en de organist gingen samen improviseren. „Wij waren de eersten in Nederland die dit in de combinatie orgel en piano deden.”

Er waren jaarlijks zes kerstconcerten in de Doelen onder leiding van de in 1991 overleden Arie Pronk. „Na de opname van het eerste concert werd er de hele nacht gemixed. De dag erop werden de lp’s geperst en nog dezelfde avond tijdens het volgende concert verkocht.”

Soms was het spannend. „De beroemde Amerikaanse zanger Danny Gaither wilde alleen zingen bij de bandopname van een Amerikaans orkest. Maar tijdens de generale repetitie brak de band, die hij had meegenomen. Toen heb ik hem tussen zes uur ’s avonds en het begin van het concert, twee uur later, alles laten voorzingen en als een dolle de muziek genoteerd. Om Gaither die avond zonder enige voorbereiding te begeleiden.”

Het was in de jaren zeventig en tachtig een tijd van ouwe-jongens-krentenbrood. „Van broodnijd was geen sprake. We attendeerden elkaar op muziek. Jan Zwanenpol schreef eens een prachtige orgelinleiding bij een lied van mij, mooier dan mijn eigen intro. Ik heb dit lied daarom uitgegeven met zijn intro.”

Voetballen

Van der Leeden en zijn vrouw Els wonen in Wageningen. De musicus belandde er in 1950. Zijn vader dirigeerde het Wagenings mannenkoor en zette een particuliere muziekschool in de stad op.

De musicus kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn jeugd: „Voetballen was er niet bij. Ik mocht alleen maar pianospelen van mijn vader. Toen onze eigen drie kinderen weinig zin hadden om piano te leren spelen, heb ik dat maar zo gelaten.”

Van der Leedens vader liet muziekschoolleerlingen vaak meedoen aan concoursen. „Ik moest hen begeleiden op de piano. Elke keer werd ik in het diepe gegooid, want ik beschikte enkel over een blaadje met de partij van bijvoorbeeld de tuba. Of ik moest ineens een halve noot lager spelen wanneer ik een trompettist begeleidde. Uit pure nood improviseerde ik erop los. Ik leerde daar veel van en had veel gemak van mijn absolute gehoor.”

Op zijn vijftiende ging Van der Leeden aan het Utrechts Conservatorium studeren bij Theo Bruins. „Mijn leraar was vrijgezel. Mijn moeder vond dat sneu en gaf elke keer een tas vol broodjes en drinken mee. „Ga jij maar spelen”, zei Bruins als ik op het conservatorium arriveerde. „Dan kijk ik wat je moeder weer heeft meegegeven.””

Kroeg

Toen Van der Leeden 17 was, deelde zijn vader hem mee dat hij een koor in het Betuwse Valburg voor hem had geregeld. „Ik had nog nooit gedirigeerd, maar mijn vader gaf geen krimp. Hoewel ik de dag ervoor voor het eerst autogereden had, moest ik er op eigen houtje heen. Ik wist niet eens waar de knop voor de lampen zat en moest tot overmaat van ramp met de pont de rivier oversteken. Tijdens de eerste repetitieavond heb ik maar een uur pianogespeeld en het koor na de pauze een rondje gegeven in de naastgelegen kroeg. De volgende dag heb ik op het conservatorium de docent koordirectie om hulp gevraagd. Hij gaf mij daarna jaren lessen koordirectie.”

Op zijn zeventiende leidde de Wageninger al een druk muzikaal bestaan door zijn studie piano, viool en koordirectie aan het Utrechts Conservatorium, het dirigeren en begeleiden van koren en het verzorgen van muziek­lessen op de school van zijn vader. Later gaf hij „met veel plezier” muziek­les op de middelbare school, had hij talrijke koren en zat hij vaak achter de piano om koren te begeleiden. „Ik probeerde altijd de muzikale horizon van mijn koren te verbreden door ze naast geestelijke liederen, oratoria, spirituals, gospel of opera te laten zingen.”

Skiles

Van der Leeden trok de hele wereld over. Aanvankelijk met de Dutch Seven, waarvan onder anderen Reinate Heemskerk, pianist Rob van Dijk en hoboïst Han Kapaan deel uitmaakten. „We zoeken elkaar nog jaarlijks op.” Later deed hij met deze musici en projectkoren alle continenten aan en concerteerde veelal voor emigranten.

Tijdens zijn concerten klonken vaak liederen van eigen hand. Van der Leeden schreef er ruim honderd. „Als ik een idee kreeg, ging ik meteen aan de slag. Veelal ’s nachts, maar ik heb er ook een skiles voor laten schieten en er in Wenen een concert van de Wiener Sängerknaben voor verzuimd.”

Een ernstige infectie maakte een eind aan Van der Leedens muziekcarrière. „Ik had geen gevoel meer in mijn voeten en mijn vingers werden stijf. In 2008 heb ik er een punt achter gezet, want als ik niet op niveau kan musiceren, stop ik.”

Terugkijkend: „Ik ben ongelooflijk dankbaar voor die vijftig jaar vol muziek. Het was keihard werken, regelmatig zat ik ’s nachts te studeren. Ik was weleens versleten, maar een dag zeevissen met mijn zoons en vrienden deed wonderen. Dan kon ik er weer een poos tegenaan.”