Vastlopen in het kroos aan de achterkant van Boskoop

Uit-in-NL 2019
beeld RD, Anton Dommerholt

„Bukken!” schreeuwt de schipper die ons door de Boskoopse sloten vaart. De brug is nét hoog genoeg om eronderdoor te kunnen. Maar te laag om rechtop te blijven zitten. Het gaat goed. Wat zal de volgende hindernis worden?

Wie Boskoop met de auto doorkruist, mist veel. Een groot deel van het dorp bestaat namelijk uit water. Vooral het grote aantal sloten is opmerkelijk. Ooit waren ze bij elkaar ruim 2000 kilometer lang. Het is niet voor niets dat dit dorp in het Groene Hart ook wel ”Klein Venetië” wordt genoemd.

Hoe al die sloten zijn ontstaan? De boomgaarden van Boskoop lagen erg laag, vaak maar enkele centimeters boven het grondwaterpeil. De boeren staken daarom dwars door de landerijen veen af en gebruikten dat om het land op te hogen. De afgegraven stroken vulden zich met water en de eerste sloten waren geboren.

Het water was, zo bleek al snel, handig om er bomen mee te besproeien. Daarnaast werden de sloten gebruikt om op een snelle en makkelijke manier producten te vervoeren. De zachte veengrond maakte het namelijk lastig die per wagen van achter de kwekerij naar voren bij de weg te brengen.

Veel sloten zijn privégebied, eigendom van de vele boomkwekerijen. Een bootje huren en een stukje varen is op die sloten niet mogelijk. Om toch een kijkje achter de boomkwekerijen te kunnen nemen, organiseert Stichting Rondvaarten en Promotie Boskoop in de zomermaanden wekelijks op zaterdag (en soms op woensdagmiddag) een rondvaart in een open boot. Een attractie die inmiddels 6000 passagiers per jaar trekt. Liever op een andere dag varen? Ook dat is mogelijk, maar dan alleen op afspraak.

Vaarboom

Op een mooie zomerse dag is het zover: zodra alle tien deelnemers én nog enkele vrijwilligers in de boot zitten, gooit schipper Dick Ramp de trossen van zijn vaartuig los. Het is een originele schouw, een houten boot die al eeuwenlang door boomkwekers wordt gebruikt.

Er ligt een vaarboom in, maar die is alleen voor noodgevallen. Nu gaat de buitenboordmotor aan. Die begint al snel zachtjes te snorren. Langzaam verdwijnt de aanmeerplek, recht tegenover de Boskoopse VVV, uit het zicht.

Het weer houdt zich goed: een waterig zonnetje prikt door de wolken en de vlaggen langs de kant bewegen aarzelend als af en toe een licht briesje opsteekt. De wind is gelukkig te zwak om zeeziek –slootziek?– te worden.

De breedste sloot waarover we varen, heet de Vliet en is vrij toegankelijk. Om de kleinere slootjes in te gaan, is toestemming nodig van de eigenaren. Die hebben we gelukkig, dus slaan we af.

Belletjesspoor

De boot vervolgt zijn weg, een bubbelig belletjesspoor achterlatend. Op en langs het water is het rustig. Een enkele fuut kijkt behoedzaam op als het houten vaartuig nadert. De valk in de lucht lijkt het ding geen blik waardig te keuren en bidt onverstoorbaar verder.

Als voormalig boomkweker en geboren Boskoper weet Ramp veel te vertellen. Waarom er in Boskoop zoveel boomkwekerijen zijn? „Dat heeft te maken met de structuur van de grond. Werd in omliggende plaatsen vroeger het bovenste laagje veen afgestoken om er turf van te maken, in Boskoop gebeurde dat niet. Mede omdat de abdij waar Boskoop destijds onder viel, het verbood. Juist dat bovenste laagje veen bleek later een goede bodem voor boomteelt.”

We varen langs de beschoeiing van diverse grote bedrijven. Het ene heeft zijn kant mooi afgewerkt, het andere (nog) niet. Dat heeft volgens de schipper een reden. Omdat de oude beschoeiing asbest bevat, kost het nogal wat geld en energie, die te vernieuwen.

Zwieper

Het vele water bezorgde Boskoop veel bruggen. Soms moeten we even bukken, dan weer stoppen om eronderdoor te kunnen. Een van de vrijwilligers van Stichting Rondvaarten springt uit de boot om een van de vele ophaalbruggen op te halen en even later weer neer te laten. Een andere keer geeft hij een zwieper aan een brugdeel dat in het water ligt, waarna het horizontaal draait, zodat we weer verder kunnen.

Ramp grossiert in Latijnse namen. Gelukkig roept hij erna de Nederlandse vertaling. We passeren een hanekam, een tulpenboom en een toverhazelaar. De beverboom, die in een voortuin van een statige witte villa staat, heeft zijn naam te danken aan de smaak van zijn wortels. Die zijn erg geliefd bij bevers.

Te huur

We varen langs vele eilandjes, die volgens een bord langs de kant ook nog eens te huur zijn. Er staat vaak een blokhut op. En een lekkere stoel – gauw even het telefoonnummer opschrijven. Volgens de tekst bestaat de mogelijkheid om te vissen. Vooral liefhebbers van snoek, baars en paling schijnen hier aan hun trekken te komen.

De route gaat verder langs oeroude houtakkers die de boomkwekerijen tegen storm beschermden. Deze windakkers –in Boskoop met een omvang van zo’n 12 vierkante kilometer– zijn historisch cultuurgoed. Ze bestaan voornamelijk uit els, es en wilg en alles wat daartussen ontstaat, zoals hop, kamperfoelie en braam. Windakkers zijn ideale plekken voor vogels en bieden een goed onderdak aan kleine zoogdieren zoals bunzing, wezel en hermelijn: dieren die zich vandaag helaas niet laten zien.

Een weiland even verderop is bedekt met oranje Afrikaantjes. Het ziet er fris uit, maar de plantjes zijn er vooral vanwege een praktische reden neergezet. Afrikaantjes hebben behalve een mooie kleur namelijk eigenschappen die zorgen voor een goede structuur van de grond. Weer wat geleerd.

Appels

Eeuwenlang heeft Boskoop zich met name toegelegd op de teelt van fruit en fruitbomen; vooral appels en appelbomen deden en doen het goed. Een appelsoort die in de Lage Landen en Duitsland wijdverspreid is, draagt de naam van de plaats van herkomst: de schone van Boskoop, een ondersoort van de Goudreinet.

Tegenwoordig kunnen veel Boskoopse boomkwekerijen zich volgens Ramp beter sierteeltbedrijf noemen. Veel van de gekweekte boomsoorten zijn namelijk stekjes op het moment van verkoop en worden bovendien niet in volle grond, maar in potten gekweekt. Daar zie je vanaf het water vele voorbeelden van.

Kroos

Af en toe gooit Ramp een vraag in de groep. „Wanneer ben je een echte Boskoper?” De passagiers hebben geen idee. „Als je in het water gevallen bent en met kroos op je hoofd bent bovengekomen.” Het is volgens hem een oud Boskoops gezegde. En het is niet voor niets dat hij het nu vertelt. De route naar de sluis die de schipper ons wil laten zien, is breed, maar ook groen. Op sommige plekken groeien zoveel waterplantjes dat het lastig varen is. „Als we maar niet vast komen te zitten”, fluistert Ramp tegen zijn collega’s. Dat hopen de passagiers ook.

Opeens neemt de snelheid van de boot af. De buitenboordmotor begint te grommen. De vaarboom wordt erbij gehaald om de schouw een paar meter vooruit te helpen. Dan neemt de motor het weer over. Tot we bijna bij de sluis zijn. Ramp wil namelijk laten zien hoe boten van de beroepsvaart hier de Gouwe, een van de drukst bevaren rivieren van Nederland, kunnen bereiken. Het hoogteverschil tussen de Gouwe en de polder is 1,50 meter.

Mis

Op de terugweg ploegen we ons opnieuw een weg door het kroos. Maar dan gaat het mis. En goed mis ook. De motor wil niet meer voor- of achteruit en twee vrijwilligers bomen de boot naar de kant. Wat nu?

Gelukkig biedt een dik touw uitkomst. Een van de mannen op de wal trekt de schouw meterslang als een trekschuit door het kroos. Tot de motor het uiteindelijk weer kan overnemen. Net geen Boskopers geworden vandaag. En wel genoten van de mooie, waterrijke omgeving.