Geknipt mensenhaar: geen afval, maar grondstof

Muts van mensenhaar. beeld Meike Fleskens
6

Afgeknipt haar gaat normaal gesproken in de prullenbak, maar dat hoeft niet. Steeds vaker krijgt het een nieuwe bestemming. Als pruik, touw, compost of armband.

Het behoort –nu het weer mag– voor de meesten tot een regelmatig terugkerende routine: het kappersbezoek. Haar groeit dan ook gemiddeld vijftien centimeter per jaar, ofwel 0,3 millimeter per dag.

Tienduizenden kappers in Nederland vegen dagelijks enorme bergen haar bij elkaar. Daarmee kun je geweldige dingen doen, vinden verschillende duurzame ondernemers, designers en andere creatievelingen. Belangrijke vraag: vindt de consument het ook zo’n fris idee?

Haar

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

Pruik

Kayleigh van der Marel (17) uit Katwijk was 10 jaar toen haar haren begonnen uit te vallen. „Dat ging met plukken tegelijk, waardoor ik overal kale plekken kreeg. Ik bleek alopecia areata te hebben, pleksgewijze kaalheid.” Een moeilijke periode volgde. Kayleigh slikte medicijnen en smeerde crèmes maar dat hielp niet. Haar haar groeide niet meer aan. „Ik had het er heel moeilijk mee en ik werd er nogal mee gepest in die tijd. Ik verstopte mijn haar onder mutsjes en uiteindelijk kwam ik bij Stichting Haarwensen uit, die gratis pruiken van mensenhaar geeft aan kinderen. Ik mocht de eerste keer kiezen uit vier verschillende en zo liep ik ineens met een roodoranjeachtige haardos rond – wat helemaal niet mijn eigen kleur was. Ik weet nog dat ik moest huilen van blijdschap omdat ik weer haar had. Dat het haar op andermans hoofd had gegroeid, maakte me niks uit.” Maar de pesterijen stopten niet meteen. „Dan werd tegen me geroepen dat ik een ernstige ziekte had of werd in de bus het haarwerk van m’n hoofd getrokken.”

Sinds afgelopen zomer is de studente hbo jeugdzorg helemaal kaal. Ze kreeg in februari haar vijfde pruik. „Alleen als ik naar voetballen ga, tijdens het douchen en ’s nachts doe ik hem af. Inmiddels hoort het hebben van een haarwerk zo bij mij dat ik er geen probleem meer mee heb. Het is prachtig haar en sinds die eerste keer kies ik de kleur die mijn eigen haar ooit had, donkerbruin.”

Stichting Haarwensen geeft, dankzij giften en gedoneerd haar, haarwerken aan kinderen die kaal zijn, meestal als gevolg van een ernstige ziekte. Daphne Kuijlenburg, werkzaam bij de stichting: „Dit jaar hopen we er zo’n 250 uit te delen. Vaak voor de tweede of derde keer, omdat een pruik na anderhalf à twee jaar is versleten. Gemiddeld sturen wij per pruik zo’n 400 gram haar naar een fabriek in de Filipijnen. Dit zijn ongeveer zes vlechten van minimaal 30 centimeter. Daar worden alle haren op kleur, lengte en structuur gesorteerd. Per haar wordt het vervolgens in een netje geknoopt – een klus van zes dagen. Na een paar maanden komt het terug naar Nederland.”

Touw

Sanne Visser (27) bewaart al jaren in een zak haar eigen afgeknipte haar, maar daar heeft ze tot nu toe nog niets mee gedaan. „Ik wacht tot ik nog meer heb.” Voor haar huidige haarafvalprojecten schuimt ze kapperszaken af in Londen, waar de Nederlandse uit Hendrik-Ido-Ambacht woont. „Alleen al in de stad zijn er meer dan 3000. Niet iedereen reageert overigens enthousiast. Sommigen trekken een vies gezicht. Maar als ik dan uitleg wat ik precies doe en waarom, dan ontspant het merendeel.”

Visser raakte op de Willem de Kooning Academie voor kunst en design gefascineerd door mensenhaar. „We produceren er als mensen zo veel van, maar gooien het na elke knipbeurt weg. Kan dat niet anders, vroeg ik me af.” Ze onderzocht eerst de eigenschappen van een haar –sterk, licht van gewicht, flexibel, isolerend en olieabsorberend– en besloot er op grond van haar bevindingen touw van te maken. Met dat touw haakte ze vervolgens twee tassen – haar eerste creaties van mensenhaar.

„Het proces van haar naar touw is arbeidsintensief”, zegt Visser, „want voor touw heb je garen nodig. Daarvoor laat ik het haar spinnen door een professionele spinner. Het garen dat ik terugkrijg, span ik op een door mezelf gebouwde, elektrische touwmachine die de haren in elkaar draait tot touw.” En dat touw blijkt opvallend stevig, wat ze twee jaar geleden aanschouwelijk maakte door er een schommel van te maken. „Een gemiddeld touw van mensenhaar kan een gewicht tot 200 kilo dragen. Dat hangt een beetje af van de haarsoort. Aziatisch haar is over het algemeen sterker dan Kaukasisch (westers, IL) en Afro-haar. Eerst sorteerde ik de soorten nog, maar dat doe ik nu niet meer. Wel heb ik het liefst haar van minimaal 3 centimeter lang. Dat werkt het makkelijkst.” Het resultaat is een robuust touw. „Mensenhaartouw is over het algemeen vrij glad bij het spinnen tot garen, maar als het klaar is voelt het juist stug en grof aan, zoals paardenhaar.”

Of het mensenhaartouw binnenkort in de fourniturenwinkel te koop is, hangt af van de vraag of grotere producenten er brood in zien. „Ik ben al verschillende keren benaderd door grote bedrijven, dus er is belangstelling voor. Maar vanwege de nieuwigheid moet er nog wel wat onderzoek worden gedaan met betrekking tot bijvoorbeeld ethische aspecten. Het haar is natuurlijk wel van iemand geweest natuurlijk.”

En, ook een belangrijke vraag: wat zal de consument ervan vinden? „Duurzaamheid spreekt steeds meer mensen aan”, merkt Visser, „maar ik denk wel dat, als het touw voor het eerst in de winkels ligt, er ook ophef over zal komen. Maar goed, haar van schapen accepteren we ook al sinds mensenheugenis, dus waarom zou dit ineens heel anders zijn?” Ze is vastberaden in haar missie. „Ik voorzie een gouden toekomst voor het recyclen van mensenhaar.”

„Waarom vinden we breiwerk van mensenhaar vies?”

Een muts of een armband van je eigen haar? Visual designer Meike Fleskens (31) uit Amsterdam maakt ze. „Ik raakte uit interesse voor duurzame mode gefascineerd door het recyclen van mensenhaar.” Omdat ze door een malariamedicijn tijdelijk zelf haar haren verloor, ging ze mutsen breien van het haar van degene voor wie het hoofddeksel was bestemd. Nu maakt ze ook gepersonaliseerde armbandjes. „Die zijn relatief eenvoudig te produceren. En het is een goede stap om het gebruik van mensenhaar als grondstof toegankelijker te maken.”

Maar dat mensen het een vreemd idee vinden, merkt ze nog geregeld. „Een oudere dame stond een keer een tentoongesteld breiwerk van mensenhaar te aaien. Ze wist zeker dat het alpacawol was, zei ze. Toen ik vertelde dat het mensenhaar was, vertrok haar gezicht. Ze wist niet hoe snel ze haar hand weg moest trekken. Raar eigenlijk, toch? Want ook alpacahaar groeit op een levend wezen. Waarom is mensenhaar dan ineens vies?”

Drie bijzondere manieren van recycling van mensenhaar

Brandwondencrème van mensenhaar. Een start-up in de Franse stad Clermont-Ferrand haalt keratine uit het haar dat het bedrijf bij kappers inzamelt. De keratine wordt gebruikt om er cosmetica en medicinale producten van te maken. Zo zou keratine volgens de initiatiefnemers huidherstel bij brandwonden bevorderen. Maar mensen die last hebben van haaruitval zouden er ook baat bij kunnen hebben. Start-up Capillum won in Frankrijk inmiddels enkele prijzen voor duurzaam ondernemen.

Olie opruimen met haar. Haar moet je wassen omdat het vet aantrekt, tot wel negen keer het eigen gewicht. De Amerikaanse ecologische organisatie Matter of Trust maakt slim gebruik van deze eigenschap door dikke matten te vullen met menselijk afvalhaar. Na een olielek in zee zuigen de matten de olie als een spons op. Maar de haarmatten hangen ook onder bussen om oliedruppels op te vangen.

Haar als compost. Haar verteert lastig en moet dan ook bij het restafval. Maar als compost voor de tuin- of kamerplanten is het wel geschikt. Best een aanrader, want er zit veel stikstof in haar en dat maakt je grond vruchtbaar. Zorg er wel voor dat je de haren verspreidt en niet in een prop in de composthoop stopt en schep ze goed door het andere gft-afval. Na een maand is de compost met haren klaar om te worden uitgestrooid.