Uitleg: GG en GGiN herzien Dordtse Kerkorde

De generale synode van de Gereformeerde Gemeenten vergadert volgende week opnieuw over actualisering van de Dordtse Kerkorde. beeld Sjaak Verboom
2

De generale synode van de Gereformeerde Gemeenten vergadert volgende week, opnieuw met de herziening van de Dordtse Kerkorde op de agenda. Waar gaat het over? Vier vragen en antwoorden.

Waarom wordt de DKO herzien?

Een aantal Nederlandse kerkverbanden gebruikt als basis van het kerkelijk recht de Dordtse Kerkorde (DKO) uit 1619. Hierin staan regelingen over bijvoorbeeld de ambten, de invulling van de eredienst en de tucht.

Inmiddels is de kerkorde vier eeuwen oud en dat is te merken. De artikelen zijn geschreven in 17e-eeuwse taal en verschillende regelingen worden niet meer toegepast, bijvoorbeeld omdat de verhouding tussen de kerk en de overheid sterk veranderd is. Op andere punten zijn juist nieuwe kerkelijke regelingen nodig, waar de DKO niet in voorziet.

2020-01-23-katDO1-DKO-8-FC_webEen kerkorde herzien, hoe gaat dat?

Ten eerste is het voor binnen de kerk zelf nodig om de kerkorde actueel te maken. Zowel voor ambtsdragers als voor gemeenteleden moet duidelijk zijn welke regels gehanteerd worden. Er mag geen sprake zijn van onduidelijkheid of willekeur in de toepassing van de regels.

In de tweede plaats is herziening ook nodig richting de overheid en de rechtsprekende macht. Nederlandse kerken hebben de vrijheid om hun eigen kerkelijk recht in te richten (Zie ook: ”Kerk mag eigen recht hanteren”). Maar als die kerkelijke regels onduidelijk zijn of niet consequent worden toegepast, kan een rechter de kerk daarop aanspreken. In het uiterste geval kan hiermee ook deze zogenoemde inrichtingsvrijheid van kerken op het spel komen te staan.

Wie zijn bij deze herziening betrokken?

Zowel de Gereformeerde Gemeenten (GG) als de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) hanteren de DKO. Sinds 2017 werken –op verzoek van de generale synodes van beide kerkverbanden– het deputaatschap kerkrecht van de GG en een werkgroep van de GGiN samen aan een herziening.

Met de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN) vond overleg plaats, maar zij besloten niet tot tekstuele wijzigingen in de DKO. Wel besloot de OGGiN-synode in juni tot herziening van hun toelichtende handleiding bij de DKO.

Andere kerkverbanden besloten eerder al tot herziening van de DKO (bijvoorbeeld de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) of hanteren een andere kerkorde dan de DKO (zoals de Protestantse Kerk in Nederland of de Hersteld Hervormde Kerk).

Wat houdt de herziening in?

Ten eerste zijn de artikelen taalkundig geactualiseerd. Daarnaast zijn artikelen die niet meer (volledig) van toepassing zijn, aangepast of vervallen. Ten derde zijn bepalingen toegevoegd. Dit is bijvoorbeeld gebeurd waar de huidige wetgeving dat vereist, zoals een artikel over de kerk als rechtspersoon.

Bij de actualisering is geprobeerd zo veel mogelijk aan te sluiten bij de oorspronkelijke DKO, bijvoorbeeld door de artikelnummering daaruit te handhaven.

Naast de herziening van de DKO is een appelregeling ontwikkeld. Hierin staan procedureregels over de kerkelijke rechtsgang.

Hoe verloopt de vaststelling van de herziene DKO?

De kerkorde moet worden vastgesteld door de generale synode van een kerkverband. In september besprak de GG-synode een conceptversie van de DKO. Rond diezelfde tijd reageerden classes binnen de GGiN op het voorstel. De reacties uit deze vergaderingen zijn nu verwerkt tot een nieuw voorstel. De GG-synode bespreekt dit volgende week. Mogelijk stemt de synode dan al in met de herziening, anders is in maart nog een vergaderdag nodig. In de GGiN krijgen de classes in het voorjaar het nieuwe concept onder ogen. De GGiN-synode zal in juni vergaderen over de bekrachtiging.

Na vaststelling door een generale synode wordt de kerkorde opgenomen in het kerkelijk statuut en krijgt die juridische zeggingskracht. Daarna moeten de kerkelijke regelingen bekendheid krijgen binnen gemeenten en classes, zodat daarnaar gehandeld kan worden. Het is de bedoeling dat de herziene DKO na de vaststelling samen met andere kerkelijke regelingen in één nieuwe bundel wordt uitgegeven.

Kerk mag eigen recht hanteren

Kerken in Nederland hebben de vrijheid om er hun eigen regels op na te houden. De Nederlandse wet spreekt duidelijk uit dat een kerk wordt geregeerd door het „eigen statuut”, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Dit betekent dat de rechter in een rechtszaak waarbij een kerk betrokken is, eerst zal toetsen of het eigen recht van die kerk goed is gehanteerd.

Een voorbeeld hiervan is de ontslagzaak tussen de voormalige predikant P. R. Gort en de kerkenraad van de Nederlands gereformeerde kerk te Hattem. In oktober vorig jaar sprak de Hoge Raad uit dat de kerkenraad bij dit ontslag in 2009 terecht uitging van het eigen statuut. De Hattemse kerkenraad mocht daarom afwijken van het arbeidsrecht uit het Burgerlijk Wetboek.

Deze inrichtingsvrijheid is voor kerken van belang, omdat zij daarmee kunnen vasthouden aan unieke kerkelijke regelingen met een geestelijk karakter. Dat betreft bijvoorbeeld de tucht, de kerkelijke visie op het huwelijk of de unieke arbeidspositie van de predikant.