Het Berleburg van Olevianus en de piëtisten

Slot Berleburg neemt een centrale plaats in in de kerkgeschiedenis van het Duitse Bad Berleburg. De adellijke bewoners van het slot waren actief betrokken bij de Reformatie en de piëtistische vroomheidsbeweging.  beeld RD
7

Koning Willem-Alexander was recent met zijn vrouw en moeder in het Duitse Bad Berleburg. Zij waren er in verband met de begrafenis van prins Richard zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg. Het voorgeslacht van deze prins heeft veel betekend voor de kerk.

De heuvels van het Rothaargebergte zijn groen. Uitgestrekte bossen en groene weilanden wisselen elkaar af. In dit gebied ligt ook het stadje Bad Berleburg, ongeveer 30 kilometer ten zuiden van het bekende Winterberg.

De levendigheid van Bad Berleburg is nu vooral rond de winkels in het dal te vinden. De kern van de stad lag echter eeuwenlang op de heuvel, rond Slot Berleburg.

De zalmkleurige hoofdgevel van het slot baadt in het licht van de morgenzon. Een paar ramen staan open en vertellen dat het kasteel nog bewoond wordt. „Al 750 jaar door dezelfde familie”, vertelt kerkhistoricus dr. Ulf Lückel. Hij is kenner van de (kerk)geschiedenis van Bad Berleburg en deed veel onderzoek in het archief van de familie Sayn-Wittgenstein. „Dat ligt in de noordelijke vleugel van het slot. Helaas is het beperkt toegankelijk voor wetenschappers, omdat het een privéarchief is. Dat is jammer, want er ligt veel interessant materiaal. De familie bezit bijvoorbeeld verschillende eerste drukken van werken van Luther, Melanchthon en Calvijn.”

Gematigd

De Reformatie deed vroeg haar intrede in Berleburg, zegt dr. Lückel. „In 1534. De kerk werd hier gematigd luthers. Zo bleef de heiligenverering bestaan. Veertig jaar ging dat zo. In 1574 werd de kerk hier gereformeerd, meer calvinistisch. En zo is het nog.”

Centrale rol daarbij speelde graaf Ludwig de Oudere von Sayn zu Wittgenstein (1532-1605). „Dat was een intelligente man. Hij studeerde onder meer aan de universiteit van Orléans en maakte reizen door heel Europa. Korte tijd was hij de financiële chef, kamenier, van paus Pius IV in Rome.”

Van 1574 tot 1577 was Ludwig grootmeester aan het hof van de gereformeerde keurvorst Frederik III in Heidelberg. „Daar heeft hij de calvinistische leer verinnerlijkt en van harte aangenomen. Toen de opvolger van Frederik de stad Heidelberg weer luthers maakte, moest Ludwig terugkeren naar Berleburg.”

Daar heeft hij toen onder meer een gereformeerde kerkorde ingevoerd, rond 1575. Belangrijk was ook dat hij vanuit Heidelberg Casper Olevianus meenam (zie ”Olevianus in Berleburg”).

Althusius

De kerk waarin Olevianus voorging, is er niet meer, zegt dr. Lückel, wijzend naar een plantsoen bij het slot. In 1530 –nog voor de Reformatie– is op deze plek –nu de Goetheplatz– een kerk neergezet. „Die moet erg mooi zijn geweest, maar is in de negentiende eeuw ingestort. Daarna werd er in 1832 een neogotische kerk gebouwd, die staat iets verderop aan de Schlossstrasse.” Vanuit die kerk werd de in maart van dit jaar overleden prins Richard begraven. In Slot Berleburg bevindt zich ook een kleine slotkerk, maar die is van veel later datum en is niet als kerk gebouwd.

Dr. Lückel noemt nog één bekende naam uit deze periode: die van Johannes Althusius (1557-1638). „Die calvinistische theoloog werd hier vlak bij, in het dorpje Diedenshausen, geboren.”

Een eeuw lang leefden de Berleburgers na de Reformatie hun vrij rustige bestaan zonder grote gebeurtenissen in het kerkelijke leven. „De kerk bleef wel ”reformiert”. Voor andere godsdiensten was geen ruimte.”

Terwijl dr. Lückel zijn verhaal doet op het voorplein van Slot Berleburg rijdt een terreinwagen de poort binnen. Het is Gustav, de zoon van de overleden prins Richard. „Goedemorgen, Doorluchtigheid”, groet Lückel. Gustav woont met zijn partner in het slot.

Een poosje later passeert een glimmende Audi. Aan het stuur zit prinses Benedikte, de weduwe van prins Richard en zus van de Deense koningin.

Wederkomst

Kort voor 1700 was het gedaan met de rust, vertelt dr. Lückel verder. „Er groeide ontevredenheid over de koers van de kerk. De predikanten leefden niet meer zoals ze preekten, aan het avondmaal was plaats voor mensen die in zonden leefden. Als reactie daarop ontstond bij een groeiende groep kerkgangers de wens om terug te keren naar de wortels. Zo ontstond het Duitse piëtisme.”

In Berleburg ontwikkelde het piëtisme zich tot een radicale vorm. „Sommige mensen gingen niet meer naar de kerk, en lieten hun kinderen niet meer dopen.”

Centrale rol bij deze ontwikkeling speelde Hedwig Sophie zur Lippe-Bracke, moeder van de machtige graaf Casimir zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg (1687-1741). „Zij stond in contact met de invloedrijke Duitse piëtisten Philipp Jacob Spener, en later August Hermann Francke.”

In de aanloop naar de eeuwwisseling van 1700 liep het gedrag van de piëtisten in Berleburg uit de hand, constateert dr. Lückel. „Men verwachtte in 1700 de wederkomst. Alles wees daarop, vond men: er was een kleine ijstijd geweest, er waren kometen aan de hemel te zien en Heidelberg was ingenomen door de Fransen. Dat alles bij elkaar moest wel betekenen dat de antichrist op komst was. Dus bleef er voor de piëtistische Berleburgers maar één ding over: bidden en vroom zijn.”

Heel Berleburg raakte onder invloed van de beweging, ook al had een deel van de bevolking grote moeite met de extreme uitingen van vroomheid, aldus dr. Lückel. „Er gebeurden merkwaardige dingen.”

Het begin van 1700 luidde de komst van de antichrist echter niet in. „Toen dacht men dat het met Pasen dat jaar zou gebeuren. Vijftig tot zestig mensen hebben dagenlang op het slot gebeden. Dag en nacht. Er was op een gegeven moment sprake van religieuze waanzin.” Verzoeken aan familieleden van de slotbewoners om in te grijpen en de jonge erfgraaf Casimir te beschermen tegen de invloeden van het piëtisme, leidden tot niets.

Amsterdam

Graaf Casimir bleef een vroom man, maar zijn blikveld verruimde door zijn bezoeken aan de piëtist Francke in Halle. „Vooral ook door zijn bezoek aan Amsterdam. Daar zag hij dat verschillende religieuze groepen in vrede samenleefden: joden, mennonieten, katholieken, lutheranen. Hij dacht: Dat wil ik ook. Er ontstond een Philadelphiagemeente in Berleburg. Daarin overheerste de broederlijke liefde.”

Er brak ook een bloeiperiode voor Berleburg aan. „Casimir bouwde het barokke hoofdgebouw van het slot”, zegt dr. Lückel terwijl hij op de hoofdfaçade van het slot wijst. „Er kwamen drukkerijen in Berleburg en Casimir zorgde voor weeshuizen. Hij voerde een tolerant beleid ten opzichte van andere religies.”

In 1730 kwam ook de oprichter van de Herrnhuterbeweging Nikolaus Ludwig Graf von Zinzendorf naar Berleburg. „Alle belangrijke piëtisten zijn hier wel geweest.”

In de decennia daarna bloedde het piëtisme dood. Al denkt dr. Lückel dat de geest van vroomheid, los van de kerk, hier en daar nog wel aanwezig is in Berleburg en omgeving. „Vooral in vrije gemeenten. Maar in de gereformeerde kerk van Berleburg niet meer. Die heet wel zo, maar daar is weinig van over.”

Berleburger Bijbel

De rondleiding door Slot Berleburg voert door een paar tentoonstellingsruimten met vitrines. In een daarvan staat een rij dikke banden, folianten. Ze vormen samen de Berleburger Bijbel, die in de periode 1726-1742 is ontstaan. „De Bijbel bestaat voor tien procent uit Bijbeltekst, daaromheen staan tal van commentaren op de tekst. Er is geput uit alle toen bekende Bijbelcommentaren, inclusief teksten uit de klassieke oudheid”, zegt dr. Lückel. De ondertitel onderstreept het doel van de commentaren, want de Berleburger Bijbel moet een verklaring geven van „de innerlijke toestand van het geestelijke leven of de weg en werkingen van God in de ziel tot haar reiniging, verlichting en vereniging met Hem (God).”

Initiatiefnemer van de Bijbeluitgave was de Berleburgse predikant en later hofprediker Ludwig Christof Schefer (1669-1731). Hij kreeg alle ruimte en steun voor het project van de vrome en gedreven graaf Casimir zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg (1687-1741), die veel betekend heeft voor het piëtisme in en rond Bad Berleburg.

De Berleburger Bijbel kwam tot stand onder leiding van de uit Straatsburg verdreven piëtistische theoloog Johann Friedrich Haug (1680-1753), broer van de bekendere boekenuitgever Johann Jacob Haug (1690-1756). Een groep theologen werkte zestien jaar aan een nauwgezette overzetting vanuit de grondtaal en het verzamelen van de commentaren.

Van de Berleburger Bijbel zijn veel exemplaren gedrukt, concludeert dr. Lückel mede op basis van het aantal exemplaren dat nu nog steeds antiquarisch verkrijgbaar is. Toch vond de Bijbel geen brede ingang. De enorme omvang van het boekwerk verhinderde dat.

In 1856 verscheen er een tweede druk. In de jaren zestig van de vorige eeuw is in Zwitserland nog een heruitgave gemaakt.

Met steun van SellingNet Stimuleringsfonds wordt er gewerkt aan de digitalisering van de Berleburger Bijbel. Tot voor kort waren alleen de banden 5 en 7 (gedeeltelijk) gedigitaliseerd. Met het Berlenburger Bibel Digital Library Project 2017 (BBDL 2017) moet heel de Bijbel digitaal beschikbaar komen.

Olevianus in Berleburg

Aan de Schlossstrasse, op nummer 18, staat de Evangelische Stadskirche Bad Berleburg. Bij de inrit staat het Olevianhaus. Tot een paar jaar geleden was dit het kerkelijk centrum dat bij de kerk hoorde. Het gebouw is inmiddels echter verkocht. De naam is op de gevel blijven staan als eerbetoon aan Caspar Olevianus (1536-1587), die acht jaar in Bad Berleburg verbleef. Dr. Lückel: „In Nederland is hij natuurlijk vooral bekend als medeauteur van de Heidelberger Catechismus. Maar er zijn weinig aanwijzingen dat hij inderdaad eraan heeft meegeschreven.”

Olevianus was als theoloog actief in Heidelberg toen graaf Ludwig de Oudere, von Sayn zu Wittgenstein daar verbleef. Toen Heidelberg luthers werd, nam graaf Ludwig Olevianus mee naar Berleburg. Hij zou er acht jaar blijven. Graaf Ludwig I zorgde voor hem en Olevianus gaf diens zonen onderwijs.

Hij was nauw betrokken bij de Reformatie in het graafschap en in omliggende vorstendommen. Hij stelde een op de bevolking afgestemde catechismus samen: de ”Bauernkatechismus”.

In 1584 vroeg graaf Jan VI van Nassau-Dillenburg graaf Ludwig I om Olevianus aan hem af te staan om docent te worden aan de nieuwe Hoge School in Herborn. Olevianus werd er rector en betekende daarna ook veel voor de kerk in dat graafschap.

Archieven

lEen groot deel van de dagboeken van Ludwig de Oudere is gedigitaliseerd. De dagboeken bevatten veel waardevolle informatie over de tijd van de Reformatie. Zie archivamt.hypotheses.org/518
lDe Berleburger Bijbel is voor een groot deel digitaal beschikbaar: stimuleringsfonds.sellingnet.nl/bbdl
lMeer informatie over Slot Berleburg, zijn bewoners en bezoekmogelijkheden: wittgenstein-berleburg.net/