Fik Meijer presenteert ”Jezus en de vijfde evangelist”

In de Rode Hoed in Amsterdam presenteerde Fik Meijer gisteren zijn boek ”Jezus en de vijfde evangelist”. V.l.n.r. Meijer, ds. Grutteke, dr. Visser, Mikkers en Scholten. beeld Eran Oppenheimer Eran Oppenheimer

AMSTERDAM. In een overvolle zaal van de Rode Hoed in Amsterdam stelt debatleider Wilfred Scholten de hamvraag: zijn de mensen voor Fik Meijer gekomen, of voor Jezus? Bij de laatste optie gaan de meeste handen de lucht in. Meijer presenteerde dinsdagavond zijn boek ”Jezus en de vijfde evangelist”.

Flavius Josephus, een Joodse geschiedschrijver, wordt door Meijer de vijfde evangelist genoemd. Niet omdat Josephus veel over Jezus geschreven heeft, maar omdat hij achtergrondinformatie biedt die volgens Meijer „in de evangeliën node gemist wordt.”

Meijer –classicus en historicus– vertelt dat Josephus in zijn boek ”Oude geschiedenis van de Joden” slechts één alinea wijdt aan Jezus van Nazareth. Daarin komt onder andere het zinnetje voor: „Hij was de Christus.” „Ik dacht eerst dat Josephus dit als gelovige Jood nooit uit zijn pen zou kunnen krijgen. Deze alinea moest later zijn ingevoegd door christenen. Ik 
ben daar toch anders over gaan denken. Ik neig ernaar aan te nemen dat een deel later is ingevoegd, maar een deel ook authentiek is.”

Theorieën

Meijer verbindt aan de geschiedschrijving van Josephus verschillende theorieën die strijdig zijn met de evangeliën. Tijdens de presentatie komen in filmfragmenten die heikele punten aan de orde. Meijer ging met KRO-NCRV-journalist Wilfred Scholten op rondreis in Israël. Ze hebben verschillende bekende plekken bezocht, zoals de vermoedelijke geboorteplaats van Jezus in Bethlehem, de Jordaan en het paleis van Pontius Pilatus. Na elk filmfragment volgt een kort debat met ds. Elsbeth Gruteke, presentator bij de EO en predikant in de protestantse Jeruzalemkerk te Amsterdam, dr. P. J. Visser, predikant in de protestantse Noorderkerk in Amsterdam, en Tom Mikkers, algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap.

In het eerste filmfragment staat Meijer in een kapel bij een ster op de plaats waar Jezus zou zijn geboren. „Vermoedelijk is dat helemaal niet in Bethlehem geweest, maar gewoon in Nazareth”, vertelt hij. „De volkstelling onder Augustus was pas in het zesde jaar na de geboorte van Christus. Ook vroeg de keizer niet van mensen, en zeker niet van vrouwen, om terug te keren naar de plek waar verre voorvaderen vandaan kwamen.” „Nou, daar gaat je kerstpreek. Mooi niet in Bethlehems stal”, reageert Scholten. Ds. Gruteke vindt dat niet zo’n probleem. „Mijn kerstpreek gaat over de komst van Jezus, en of dat in Bethlehem of in Nazareth was, daar gaat het niet over. Als een gerenommeerde historicus dat zo zegt, zal dat wel waar zijn.”

Dr. Visser erkent dat de feiten rond de volkstelling niet helder zijn. „Het is een ingewikkeld verhaal. Maar hebben de evangelisten een geschiedenisboek willen schrijven? Nee. Het was hun geloofsgetuigenis. Tegelijk ben ik niet meteen overstag. Er zijn verschillende volkstellingen geweest op verschillende plaatsen. Bovendien is er geen hard bewijs dat ze niet in Bethlehem waren.”

Meijer heeft zich in zijn boek gericht op de aardse Jezus. „Stond Hij echt zo in het middelpunt als het lijkt in de evangeliën? Daarbij wil ik geen uitspraken doen over dingen die historisch moeilijk te duiden zijn.” Dr. Visser wijst 
Meijer er echter op dat hij wel veel vrijheid neemt in het reconstrueren van de feiten. „Ik ga dan toch liever af op dat wat door mondelinge overlevering 36 jaar na Jezus’ dood is vastgelegd dan op een reconstructie van 2000 jaar later”, aldus de Amsterdamse predikant. „Het valt mij op dat je in je boek de boel gaat deconstrueren en reconstrueren waar het onmogelijk wordt. Rond Jezus wordt het altijd precies een verhaal dat wij moeten kunnen volgen. Maar bij Jezus wordt het juist zo dat we onze oren en ogen niet kunnen geloven.”